Kunstenaars en sporters · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1155 28 april 2026

Zoeken

Kunstenaars en sporters

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1155-kunstenaars-sporters-xavier-dubois-tarief-fd03

Nummer
1155
Datum
28 april 2026

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1155 van de heer Xavier Dubois d.d. 28.04.2026

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2025‑2026, QRVA 56/52 d.d. 03.06.2026, blz. 407

Btw - Kunstenaars en sporters

VRAAG

1. Zijn prestaties van kunstenaars die zijn aangesloten bij een sociaal secretariaat voor kunstenaars en sporters effectief vrijgesteld van de btw op grond van artikel 44, § 2, 8° van het Btw‑Wetboek (administratieve commentaar bij de btw, boek II, hoofdstuk 9, afdeling 15, 2, F)?

2. Bestaan er dergelijke sociale secretariaten voor andere sectoren waarvan de handelingen eveneens van de btw zijn vrijgesteld?

3. Is die bepaling van toepassing op uitzendkantoren? Zoniet, waarom niet?

4. Klopt het dat de belastingadministratie volgens de vaste rechtspraak niet gebonden is door de door de partijen gesloten overeenkomsten, maar uitsluitend door de economische realiteit?

ANTWOORD

d.d. 02.06.2026 (van de vice‑eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen)

1. De sociale bureaus voor kunstenaars treden, in hun hoedanigheid van uitzendbureau, op als werkgever van de kunstenaars en staan in voor het beheer van de voorheffingen en de inhoudingen inzake belastingen en sociale zekerheid.

Kunstenaars die in het kader van een uitzendarbeidsovereenkomst voor een sociaal bureau voor kunstenaars werken, hebben niet de hoedanigheid van btw‑belastingplichtige, aangezien zij niet zelfstandig handelen.

Een sociaal bureau voor kunstenaars dat optreedt als uitzendbureau en aldus als werkgever van uitvoerende kunstenaars, verricht in principe voor rekening van zijn klanten een prestatie van terbeschikkingstelling van personeel in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 2°, van het Btw‑Wetboek, die onderworpen is aan de belasting tegen het normale tarief.

De administratie aanvaardt evenwel de interpretatie van de partijen volgens welke het zou gaan om een contract van werkaanneming bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw‑Wetboek. In dat geval is er geen btw verschuldigd wanneer het contract van werkaanneming betrekking heeft op handelingen die zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, § 2, 8°, van het Btw‑Wetboek (zie hoofdstuk 9, afdeling 15, rubriek F van het btw‑commentaar, beschikbaar op de website www.fisconetplus.be).

Wat de rechtspersonen betreft, wordt de toepassing van de vrijstelling voorzien in artikel 44, § 2, 8°, van het Btw‑Wetboek momenteel niet geëist, maar de administratie aanvaardt dat zij deze vrijstelling kunnen toepassen (zie schriftelijke vraag nr. 1393 van dhr. Mathieu Bihet van 14 maart 2023, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2022‑2023, nr. 110).

Indien de in dit artikel voorziene vrijstelling niet van toepassing is, kunnen de diensten die worden beoogd onder rubriek XXIX van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde, het verlaagde btw‑tarief van 6 % genieten (zie schriftelijke vraag nr. 518 van mevr. Veerle Wouters van 16 juli 2013,Vragen en Antwoorden, Kamer, 2012‑2013, nr. 130).

2. Op dit moment beschikt mijn administratie niet over informatie omtrent het eventuele bestaan van sociaal bureaus voor sporters of voor andere activiteiten die zouden zijn vrijgesteld op basis van artikel 44 van het Btw‑Wetboek. Bijgevolg is het niet mogelijk in dit verband een antwoord te verstrekken. In voorkomend geval kan de betrokken sector steeds contact opnemen met mijn administratie.

3. De op de sociaal bureaus voor kunstenaars toepasselijke regeling, zoals beschreven onder punt 1 hierboven, vormt in feite slechts een bijzondere toepassing van de regeling die door uitzendbureaus kan worden toegepast in het algemeen (zie punt 1 van aanschrijving nr. 70 van 30 juni 1972 betreffende de uitzendarbeid).

4. In het kader van deze problematiek vormt de door de administratie geboden mogelijkheid om zich te baseren op de interpretatie van de partijen en een terbeschikkingstelling van personeel (artikel 18, § 1, tweede lid, 2°, van het Btw‑Wetboek) te beschouwen als een contract van werkaanneming (artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw‑Wetboek), louter een administratieve tolerantie die ertoe strekt geschillen over de precieze aard van het contract te vermijden. In die zin, en ongeacht of de belastingplichtigen zich hierop beroepen of niet, houdt deze tolerantie geen enkel verband met het begrip economische realiteit zoals ontwikkeld in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 184 voorkomens
WBTW art. 444 voorkomens