Schriftelijke vraag en antwoord nr : 115 - Zittingsperiode : 52
Auteur : François-Xavier de Donnea, MR (00101)
Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen
Titel : Btw. - Arbitragediensten.
Datum indiening : 17/12/2009
Vraag
1. Is een in België gevestigde onderneming die in het kader van een ad-hoc arbitrage een beroep doet op in het buitenland gevestigde arbiters om een geschil te beslechten, met ingang van 1 januari 2010 de btw verschuldigd?
2. a) Zo ja, op welk ogenblik zal de btw verschuldigd zijn in geval de uitspraak meer dan een jaar op zich laat wachten, wat in bijzonder ingewikkelde zaken wel vaker het geval is?
b) Op welke grondslag zal de btw worden geheven indien het ereloon na een jaar nog niet betaald is?
3. Zal de ontvanger van dergelijke arbitragediensten een bijzonder document moeten opstellen wanneer hij niet op de hoogte is van de bedragen die later zullen worden aangerekend, en hij op grond van de nieuwe btw-bepalingen wellicht schuldenaar zal zijn van de Belgische btw?
4. Wanneer de arbitrage wordt uitgevoerd onder auspiciën van een gespecialiseerde organisatie die in het buitenland, maar in de Europese Unie gevestigd is, moet een in België gevestigde arbiter dan zijn ereloon vermelden op de opgave van de intracommunautaire handelingen?
Antwoord
Publicatie antwoord : B097 · Publicatiedatum : 08/03/2010
1. Overeenkomstig artikel 51, § 2, eerste lid, 1° van het Btw-Wetboek, dat van kracht is sinds 1 januari 2010, is de belasting verschuldigd door de ontvanger van de dienst wanneer de dienstverrichter een niet in België gevestigde belastingplichtige is en de dienst geacht wordt plaats te vinden in België overeenkomstig artikel 21, § 2, van hetzelfde Wetboek.
In het door het geachte Lid beoogd geval en op grond van voorgaande bepalingen:
- vindt de dienst verricht ten voordele van een Belgische belastingplichtige door een niet in België gevestigde arbiter plaats in België en is er derhalve Belgische btw verschuldigd, behoudens uiteraard de eventuele toepassing van de vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek wanneer de dienstverrichter een advocaat is;
- is de Belgische belastingplichtige schuldenaar van de belasting indien zij verschuldigd is.
2. a) In artikel 22, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek is bepaald dat de belasting opeisbaar wordt op het tijdstip waarop de dienst voltooid is.
In het tweede en derde lid van genoemde bepaling zijn evenwel subsidiaire oorzaken van opeisbaarheid opgenomen. Hieruit volgt dat, wat de dienstverrichtingen betreft waarvoor de belasting op grond van artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, verschuldigd is door de ontvanger van de dienst, wanneer de prijs geheel of gedeeltelijk, voor de voltooiing van de dienst geïncasseerd wordt, de belasting opeisbaar wordt op het tijdstip van de incassering over het ontvangen bedrag.
Het feit dat de tijd die nodig is om tot een uitspraak te komen een jaar overstijgt, is aldus op zich niet relevant in het door het geachte Lid gegeven voorbeeld.
b) De vraag van het geachte Lid is slechts van belang indien de dienst moest beschouwd worden als een doorlopende dienst, hetgeen in casu niet het geval is.
3. In de beoogde situatie (en behoudens het geval waarin de factuur dient te worden uitgereikt door de medecontractant in naam en voor rekening van de belastingplichtige die de dienst heeft verricht), is de ontvanger van de dienst overeenkomstig artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 gehouden een stuk op te stellen uiterlijk de vijfde werkdag van de maand na die waarin de btw opeisbaar werd, wanneer hij nog niet in het bezit is van een factuur met betrekking tot de betreffende handeling.
4. De door het geachte Lid meegedeelde elementen zijn onvoldoende, meer bepaald wat de contractuele verbintenissen tussen de arbiter en de gespecialiseerde organisatie betreft, om zich op nauwkeurige wijze te kunnen uitspreken betreffende de gevolgen van het verrichten van een dergelijke dienst. Indien het geachte Lid evenwel een specifiek geval beoogt, nodig ik hem uit mij nadere informatie te verstrekken teneinde het geval aan de bevoegde diensten van mijn administratie te kunnen voorleggen.