Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 123, blz. 12.902-12.903
Terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen - Belastingplicht - Voorwaarden - Vrijgestelde huurovereenkomst.
VRAAG
Een BTW-plichtige handelsvennootschap laat voor eigen gebruik individuele autogarages optrekken. De economische activiteit van voornoemde handelsvennootschap heeft hoegenaamd niets met de exploitatie van parkeergarages uit te staan. In de weet dat het aantal autostaanplaatsen gedurende onbepaalde tijd groter zal zijn dan de noden van haar eigen autopark, sluit de vennootschap mondelinge contracten met derden voor de verhuur tegen betaling van garages.
1. Vallen die contracten in de BTW of niet ?
2. Kan u uw antwoord gebeurlijk preciseren:
a) naargelang het garageboxen of op de grond afgetekende autostaanplaatsen betreft;
b) naargelang de huurder al dan niet BTW-plichtig is ?
ANTWOORD
1. De terbeschikkingstelling van stallingen voor rijtuigen is een dienst bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 8°, van het BTW-wetboek, zonder dat het nodig is, zoals dat het geval was voor 1 januari 1963, dat die activiteit wordt uitgeoefend door de exploitant van een parking of een garage.
Derhalve heeft vanaf die datum eenieder die onder bezwarende titel en onder de voorwaarden van artikel 4 van voornoemd wetboek stallingen voor rijtuigen ter beschikking stelt, de hoedanigheid van BTW- belastingplichtige met recht op aftrek en is, behoudens de toepassing van artikel 56, § 2, van voornoemd wetboek, over de aangerekende vergoeding BTW verschuldigd tegen het normale tarief dat thans 20,5% bedraagt.
De BTW is evenwel niet opeisbaar ten aanzien van de terbeschikkingstelling of de verhuur van stallingen voor rijtuigen wanneer zij nauw verbonden is met een op grond van artikel 44, § 3, 2°, van hetzelfde wetboek van de belasting vrijgestelde huurovereenkomst betreffende een voor een ander gebruik bestemd onroerend goed (bijvoorbeeld privé-gebruik, beroepsgebruik, enzovoort). De administratie beschouwt die twee handelingen immers als een enkele economische handeling. Dat is ontegensprekelijk het geval wanneer de stalling voor rijtuigen en het voor andere doeleinden verhuurd onroerend goed, deel uitmaken van eenzelfde onroerend geheel in de mate waarin de twee goederen door dezelfde eigenaar - zelfs bij afzonderlijk gesloten overeenkomsten - aan dezelfde huurder worden verhuurd.
2.
a) De terbeschikkingstelling van stallingen voor rijtuigen is rekening houdende met de in punt 1 gemaakte bemerkingen, een dienst onderworpen aan de BTW, zonder onderscheid naargelang de genoemde stallingen de vorm aannemen van gesloten garages (boxen) of van staanplaatsen eenvoudig afgebakend door lijnen op de grond.
b) De belastbaarheid van de handeling onder de hiervoor bepaalde voorwaarden, blijft hoe dan ook vreemd aan de hoedanigheid van de afnemer van de dienst.