Invaliden en gehandicapten, Automobiel voor personenvervoer, Fiscale voordelen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1122 17 november 1997

Zoeken

Invaliden en gehandicapten, Automobiel voor personenvervoer, Fiscale voordelen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1122-invaliden-gehandicapten-automobiel-personenvervoer-fiscale-b6ea

Nummer
1122
Datum
17 november 1997

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1122 van de heer Luc Goutry d.d. 17.11.1997

Kamer, Vragen en Antwoorden, 1997-1998, QRVA 49/145, d.d. 05.10.1998, blz. 19949

Invaliden en gehandicapten - Automobiel voor personenvervoer - Fiscale voordelen

VRAAG

Artikel 5, § 1, 3°, van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen bepaalt dat specifieke categorieën van invaliden en gehandicapten vrijstelling kunnen genieten van de verkeersbelasting.

Het ministerie van Financiën gaat er vanuit dat onder het begrip «automobiel voor personenvervoer» enkel de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en minibussen worden bedoeld, die met toepassing van rubriek I, nummer I, van tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 onderworpen zijn aan het BTW-tarief van 25 %.

In de briefwisseling van het ministerie van Financiën en in de informatiebrochure «Fiscale voordelen verleend aan bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten die een automobiel voor personenvervoer gebruiken» van 1994, worden blijkbaar aanvullende voorwaarden gesteld inzake lichte vrachtauto's met zijruiten en voor minibussen. Fysiek gehandicapten maken echter meer en meer gebruik van de ruimere space-wagens en jeeps die nu op de markt worden aangeboden, juist wegens de ruimte die deze wagens bieden voor het vervoer van hulpmiddelen zoals (elektrische) rolwagens.

Nu blijkt het wel mogelijk om, mits de nodige argumentatie, een afwijking te bekomen voor deze aanvullende voorwaarden. Deze mogelijkheid en/of procedure blijkt echter niet gekend op alle diensten.

1. Wat is de te volgen procedure om een afwijking aan te vragen?

2. Kan er vrijstelling worden verleend voor een jeep (oorspronkelijk ingeschreven als lichte vrachtwagen), indien objectief kan worden aangetoond dat deze jeep voor bijvoorbeeld rolwagengebruikers de meest efficiënte oplossing betekent (bijvoorbeeld door middel van een attest van het Centrum voor aanpassing aan het rijden der gehandicapte automobilisten)?

ANTWOORD

(van de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Buitenlandse Handel Financiën)

Eerst en vooral moet worden opgemerkt dat de verwijzing van het geacht lid naar de BTW-reglementering terzake, niet passend is voor de toepassingsmodaliteiten van de in artikel 5, § 1, 3°, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen bepaalde vrijstelling van verkeersbelasting (VB). Voormelde toepassingsmodaliteiten zijn bepaald in artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit van 8 juli 1970 houdende de algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen. Krachtens voormeld artikel 15, § 1, is de vrijstelling van VB voor voertuigen gebruikt als persoonlijk vervoermiddel voor groot-oorlogsinvaliden of door gebrekkigen beperkt tot de personenauto's.

Het geachte lid gelieve hierna de antwoorden te vinden op zijn vragen.

1. Hoewel de bedoelde vrijstelling van VB beperkt is tot de personenauto's, wordt ze nochtans ook verleend:

- voor een lichte vrachtauto met zijruiten gebruikt door een invalide of gehandicapte wiens verplaatsingen, als gevolg van de gezondheidstoestand van de betrokkene, moeten gebeuren zonder dat hij zijn rolstoel verlaat;

- voor een minibus maar uitsluitend in de uitzonderlijke en objectieve omstandigheid waarin het gebruik ervan wordt verantwoord door de noodwendigheden van het persoonlijk vervoer van de invalide of gehandicapte. Het louter feit dat de gehandicapte een groot gezin zou hebben heeft niet ipso facto het verlenen van de vrijstelling tot gevolg.

Aangezien in dergelijke gevallen moet worden nagegaan of de ernst en de aard van de invaliditeit waaraan belanghebbende lijdt het gebruik van een personenauto belet maar het gebruik van een lichte vrachtauto of een minibus noodzaakt om tegemoet te komen aan het gebrek of de ontoereikendheid van zijn persoonlijke voortbewegingsmiddelen, moet een door een arts opgesteld omstandig attest, waarin melding wordt gemaakt van dit feit, aan de administratie worden voorgelegd.

Voor het overige zijn de formaliteiten dezelfde als voor een aanvraag tot vrijstelling van VB voor een personenauto.

Evenwel moet worden vermeld dat, omwille van het afwijkend karakter van deze gevallen, de dossiers betreffende de aanvragen tot vrijstelling van VB voor minibussen en lichte vrachtauto's, na overleg tussen de administraties der directe belastingen en van de BTW, worden afgehandeld.

2. Gelet op het voorgaande kan in principe vrijstelling van VB wegens invaliditeit worden verleend voor een als lichte vrachtauto ingeschreven jeep, indien, zoals onder punt 1 vermeld, een omstandig medisch attest aantoont dat wegens de ernst en de aard van de handicap het gebruik van een dergelijk voertuig onontbeerlijk is.