Fiscale behandeling van schaakclubs en -federaties · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1121 26 juli 2022

Zoeken

Fiscale behandeling van schaakclubs en -federaties

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1121-fiscale-behandeling-schaakclubs-federaties-vincent-7e2d

Nummer
1121
Datum
26 juli 2022

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

22 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1121 van de heer Vincent Scourneau d.d. 26.07.2022

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/094 d.d. 09.10.2022, blz. 303

Vraag nr. 1121 van De heer volksvertegenwoordiger Vincent Scourneau van 26 juli 2022 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Fiscale behandeling van schaakclubs en -federaties.

VRAAG

In 2017 stelde het Hof van Justitie van de Europese Unie The English Bridge Union, d.i. de Engelse bridgefederatie, in het ongelijk en besliste dat die federatie aan de btw onderworpen moest worden, aangezien bridge niet als een sport beschouwd wordt. Volgens het hof is bridge een activiteit die gekenmerkt wordt door een verwaarloosbare fysieke component. Het feit dat er bridgewedstrijden georganiseerd worden, heeft verder geen belang.

Deze restrictieve definitie heeft een impact op alle denksporten.

In ons land werd de btw-vrijstelling die voorheen van toepassing was op vzw's voor de beoefening en de bevordering van het schaken ongedaan gemaakt door de publicatie van een omzendbrief (nr. 2018/C/84 van 29 juni 2018 over de btw-vrijstelling inzake sport).

Ik verneem dat de impact hiervan voor de Koninklijke Belgische Schaakbond 12.000 euro beloopt, een bedrag dat niet meer geïnvesteerd kan worden in de bevordering van die sport. Dat standpunt met betrekking tot schaken wekt verbazing, aangezien bijvoorbeeld de Franse minister van Onderwijs, Jeugd en Sport enkele maanden geleden de Franse federatie conform het Sportwetboek een delegatie verleend heeft, wat een grote stap voorwaarts is in de erkenning van dat spel als een volwaardige discipline.

1. Overweegt u om de schaakclubs en -federaties een btw-vrijstelling toe te kennen, teneinde die discipline te bevorderen? Waarom (niet)?

2. Hoe zit het met de andere denksporten (kaartspelen, videogames, enz.) waarop deze beslissing een impact heeft?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 06.10.2022:

1. De circulaire 2018/C/84 van 29 juni 2018 geeft een toelichting bij de draagwijdte van de btw-vrijstelling beoogd door artikel 44, § 2, 3°, van het Btw-Wetboek, in het licht van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Ingevolge die rechtspraak wordt de vrijstelling inzake sport beperkt tot de activiteiten die worden gekenmerkt door een niet te verwaarlozen lichamelijke component.

De btw-reglementering is autonoom in die zin dat deze niet afhankelijk is van bijv. het feit dat in een lidstaat het schaakspel als zodanig wordt ondergebracht bij de sportwetgeving, noch van de benaming die aan de activiteit wordt gegeven (zoals bijv. "denksport").

Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vormen de in artikel 132 van de richtlijn 2006/112/EG bedoelde vrijstellingen immers autonome begrippen van het Unierecht die tot doel hebben verschillen in de toepassing van het btw-stelsel tussen de lidstaten te voorkomen en dienen die begrippen derhalve een communautaire omschrijving te krijgen.

Bovendien moeten de bewoordingen waarin de in artikel 132 van de zesde richtlijn bedoelde vrijstellingen zijn omschreven, strikt worden uitgelegd, daar die vrijstellingen afwijkingen zijn van het algemene beginsel dat btw wordt geheven over elke dienst die door een belastingplichtige onder bezwarende titel wordt verricht.

Aangezien er in artikel 132 van de richtlijn 2006/112/EG geen vrijstellingen zijn voorzien ten aanzien van het schaakspel kan er op nationaal niveau evenmin een vrijstelling worden ingevoerd.

Niettemin dient ook te worden verwezen naar de gepubliceerde beslissing nr. E.T. 79.369/3 van 4 februari 1994, die mutatis mutandis ook van toepassing is op de federaties van denksporten.

Zoals aangegeven in die beslissing, gaat de administratie er van uit dat de door federaties ten bate van sportclubs verleende diensten, als tegenprestatie van de door laatstgenoemden betaalde bijdragen, in principe geen individualiseerbare diensten zijn, maar prestaties die gelijk zijn voor alle leden en inzonderheid tot doel hebben op een algemene wijze, al of niet in competitieverband, de beoefening van de betrokken sport te organiseren.

Prestaties die niet individualiseerbaar, onbepaald of van collectief belang zijn en die geen direct individueel voordeel aan de afnemer verschaffen, vallen buiten de heffing van de btw, zelfs al wordt voor die prestaties een bijdrage betaald.

Bij toepassing van artikel 56bis van het Btw-Wetboek tenslotte kunnen belastingplichtige sportverenigingen of federaties, van wie de in België gerealiseerde jaaromzet niet meer bedraagt dan 25.000 euro, belastingvrijstelling genieten voor de leveringen en diensten die ze verrichten.

2. Hetgeen voorafgaat geldt voor alle denksporten.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 441 voorkomen
WBTW art. 56bis1 voorkomen
Zesde richtlijn 77/388 art. 1321 voorkomen