Taksen en belastingen die de Belastingadministratie int voor de overheid, exclusief · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1105 29 oktober 1997

Zoeken

Taksen en belastingen die de Belastingadministratie int voor de overheid, exclusief

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1105-taksen-belastingen-belastingadministratie-int-overheid-f1ed

Nummer
1105
Datum
29 oktober 1997

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

40 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1997, nr. 107 , blz. 14485

Taksen en belastingen die de Belastingadministratie int voor de overheid, exclusief de federale Staat

VRAAG

De Belastingadministratie int bepaalde taksen en belastingen voor de overheid, exclusief de federale Staat.

Het jaarverslag 1996 van de Algemene Belastingadministratie bevat de lijst van die ontvangsten uitgesplitst over de gemeenschappen, de gewesten en de Europese Unie (blz. 47 van het verslag).

1. Hoe kan in het licht van de wetgeving op de financiering van die overheden een beter rendement van die onderscheiden belastingen en taksen de financiering van die overheden gunstig beïnvloeden?

2. Hoeveel bedragen de totale achterstellen op 31 december 1996, voor elke categorie taksen en belastingen?

ANTWOORD

1.

I. Administratie der directe belastingen Wat de Administratie der directe belastingen betreft, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds, de gewestelijke belastingen bedoeld in artikel 3, 1°, 2° en 5°, van de Bijzondere Wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten ( Belgisch Staatsblad 17 januari 1989 - 2e uitgave), met andere woorden de belasting op de spelen en weddenschappen, de belasting op de automatische ontspanningstoestellen en de onroerende voorheffing en anderzijds het gedeelte van de gedeelde belasting toegewezen aan de gemeenschappen (artikel 6, § 1, van dezelfde bijzondere wet) en het gedeelte van de samengevoegde belasting toegewezen aan de gewesten (artikel 6, § 2, van dezelfde bijzondere wet).

Dit gezegd zijnde en aangezien de opbrengst van de gewestelijke belastingen integraal aan de gewesten wordt gestort, zal een hogere opbrengst van die belastingen vanzelfsprekend een gunstige invloed hebben op de financiering van de genoemde gewesten. Toch moet ik hier aanstippen dat de Administratie der directe belastingen alles in het werk stelt om deze gewestelijke belastingen net zoals trouwens de «federale» belastingen op de meest correcte en snelle manier te innen en dat ze daarbij geen enkel onderscheid maakt tussen deze verschillende belastingen bij de vestiging of de inning ervan.

Aangaande de gedeeltes van de gedeelde belasting en de samengevoegde belasting die respectievelijk worden doorgestort aan de gemeenschappen en aan de gewesten, kan men, hoewel de mechanismen ingesteld door de genoemde bijzondere wet inhouden dat de personenbelasting op zichzelf slechts een, weliswaar belangrijke, parameter vormt voor de bepaling van de aan deze machten toe te kennen middelen, niettemin stellen dat een verhoging van de rechten inzake personenbelasting een onrechtstreekse positieve invloed zou hebben op hun financiering.

II. Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen De Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen staat onder meer in voor de toegevoegde waarde, de registratierechten en de successierechten. Precies deze belastingen komen voor gedeeltelijke of gehele affectatie in aanmerking. Een korte toelichting mag zulks verduidelijken.

De successierechten en de rechten van overgang bij overlijden zijn ingevolge de toepassing van artikel 3, 4°, van de Bijzondere Wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten een gewestelijke belasting geworden. Vanaf 1 januari 1989 wordt de opbrengst van bedoelde belasting integraal toegewezen aan de onderscheiden gewesten volgens de bepalingen opgenomen in artikel 5 van de bijzondere wet.

Inzake de registratierechten dient aangestipt dat ingevolge artikel 3, 6°, van de bovenvermelde bijzondere wet enkel de registratierechten op de overdrachten ten bezwarende titel van onroerende goederen als gewestelijke belasting zijn weerhouden. Bovendien worden tot op heden slechts 41,408% van bedoelde rechten toegewezen aan de gewesten. Het complement blijft als «federale middelen» behouden.

De belasting over de toegevoegde waarde wordt voor 82,3% geaffecteerd aan diverse overheden.

Vooreerst gebeurt een afhouding voor «Europa» in het kader van de Belgische bijdrage inzake de «Eigen Middelen B.T.W.» tot financiering van de Europese Begroting.

Daarnaast bestaan een tweetal affectaties op nationaal vlak.

Primo affecteert de Federale Overheid zogenaamde «toegewezen gedeelten» als bedoeld in titel IV van de bovenvermelde bijzondere wet aan de onderscheiden gemeenschappen ter financiering van hun respectievelijke onderwijsuitgaven.

Secundo speelt de B.T.W. een voorname rol in het kader van de alternatieve financiering van de sociale zekerheid. In 1996 is immers 15,20645% van de totale B.T.W.-ontvangsten geaffecteerd aan de diverse geledingen van de sociale zekerheid.

Het restant of 17,72% van de geïnde B.T.W.-middelen wordt gebruikt ter financiering van de federale uitgaven.

Wat nu de concrete impact betreft uitgaande van een verbeterd rendement van de diverse belastingen op de financiering van de onderscheiden overheden, dringt zich een genuanceerd antwoord op. Zo zal een verbeterd rendement op het vlak van de belasting over de toegevoegde waarde geen enkel positief effect sorteren op de financiering van de gemeenschappen. De «gedeelten» aan deze laatsten worden immers niet bepaald in functie van de B.T.W.-opbrengst, maar zijn gerelateerd aan hun respectievelijke onderwijsuitgaven.

Wat de affectatie van zowel de B.T.W.-ontvangsten aan de Europese Unie als van de successierechten en de registratierechten aan de gewesten betreft, ligt het voor de hand dat een verbeterd rendement de financiering van deze overheden positief beïnvloedt. Dit geldt trouwens evenzeer voor de financiering van de Federale Overheid. De centrale overheid als geheel blijft immers ook in een gefederaliseerd land gebaat bij een permanente waakzaamheid inzake het rendement van haar belastingen.

2.

I. Administratie der directe belastingen Aangezien de gedeeltes van de gedeelde belasting en van de samengevoegde belasting worden bepaald krachtens de eerder genoemde bijzondere wet en ze jaarlijks in twaalfden aan, respectievelijk de gemeenschappen en de gewesten worden gestort, bestaan er op dit vlak geen onbetaalde rechten.

Daarentegen zijn de vastgestelde rechten die op 31 december 1996 onbetaald waren, inzake de gewestbelastingen de volgende voor de drie gewesten samen:

- belasting op de spelen en weddenschappen: 156.318.587 frank;

- belasting op de automatische ontspanningstoestellen: 79.704.423 frank;

- onroerende voorheffing: 679.500.110 frank.

II. Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen Wat tenslotte het bedrag van de nog in te vorderen sommen betreft op 31 december 1996 dient volgend onderscheid gemaakt.

Inzake de belasting over de toegevoegde waarde blijft op bovenvermelde datum nog 161,6 miljard frank in te vorderen. Het gaat daarbij zowel om rechten als om boeten en interesten.

De overeenkomstige achterstallen inzake de registratie- en successierechten zijn niet beschikbaar.

Wat de registratierechten aangaat, dient opgemerkt dat de nog in te vorderen sommen meestal vrij gering zijn. Immers, het is zo dat ingevolge de toepassing van het artikel 5 van het Wetboek der registratie-, griffie- en hypotheekrechten de betaling steeds voorafgaat aan de registratie.

Vandaar dat de achterstallige betalingen zich meestal beperken tot ongenoegzaamheden.

Wat tenslotte de successierechten betreft, dient aangestipt dat hier enkel het aantal openstaande artikelen en hun evolutie wordt gevolgd. Ook hier zijn de achterstallen relatief gering.

Meestal worden er immers enkel successierechten geheven als er actief is in de nalatenschap. In geval van niet-betaling van de belastingschuld kan derhalve meestal met succes worden ingevorderd.

III. Administratie der douane en accijnzen De Administratie der douane en accijnzen in de openingsbelasting en de douanerechten waarin de landbouwheffingen, de E.G.K.S.-rechten en de antidumpingrechten zijn begrepen, voor andere machten dan de federale Staat.

Het bedrag van de onbetaalde achterstallen bedraagt op 31 december 1996:

- 95.140.111 frank wat de openingsbelasting betreft;

- 4.605.516.851 frank wat de douanerechten betreft.