Terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen. Opeisbaarheid van de BTW · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

108 6 oktober 1995

Zoeken

Terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen. Opeisbaarheid van de BTWTerbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen. Opeisbaarheid van de BTW.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/108-terbeschikkingstelling-stalling-rijtuigen-opeisbaarheid-btw-bc3e

Nummer
108
Datum
6 oktober 1995

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 11, blz. 1086

BTW-Revue nr. 119, blz. 113

Terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen - Opeisbaarheid van de BTW.

VRAAG

Sinds 1 januari 1993 is de nieuwe tekst van artikel 18, § 1, van het BTW-Wetboek, tweede lid, 8°, van toepassing. De BTW-administratie heeft echter beslist de nieuwe regeling pas effectief toe te passen met ingang van 1 oktober 1994 (BTW-Revue, nr. 111 van november en december 1994, blz. 1291). Door de nieuwe regeling wordt een persoon die garages verhuurt BTW-belastingplichtige, tenzij hij onder één van de twee uitzonderingsregels valt.

De meeste huurcontracten met betrekking tot garages worden gesloten voor een duur van één jaar, en worden jaarlijks verlengd. Partijen moeten zich aan de bedongen contractvoorwaarden houden tijdens de duur van dit contract. In de contracten staat niets over het betalen van de eventuele BTW op de huurprijs.

Vanaf welk tijdstip mag de verhuurder van de huurder eisen, dat hij de BTW op de huurprijs moet voldoen, in het geval de verhuurder niet één van de uitzonderingsgevallen kan genieten ?

ANTWOORD

Bij doorlopende diensten die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen zoals dat het geval is voor de verhuur van garages, wordt de dienst als voltooid beschouwd en wordt de belasting opeisbaar bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening of betaling betrekking heeft (zie BTW-Wetboek, artikel 22, § 1, tweede lid, en § 2).

Ten aanzien van huurcontracten die, zoals dat in de praktijk meestal het geval is, aanleiding geven tot maandelijkse afrekeningen of betalingen is de BTW derhalve voor de eerste maal verschuldigd vanaf de eerste vervaldag die valt na 1 oktober 1994. De BTW is in dat geval verschuldigd over de afrekening of betaling in de mate dat ze betrekking heeft op de periode vanaf voornoemd tijdstip. De duur van het huurcontract noch andere bepalingen van het huurcontract hebben terzake enige invloed op de verschuldigdheid van de BTW.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 181 voorkomen