Parlementaire vraag nr. 1058 van mevrouw Kathleen Depoorter d.d. 24.05.2022
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/090 d.d. 11.08.2022, blz. 227
Vraag nr. 1058 van Mevrouw de volksvertegenwoordiger Kathleen Depoorter van 24 mei 2022 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:
Btw medische beroepen.
VRAAG
Op 1 januari 2022 traden nieuwe bepalingen inzake btw en medische diensten in werking. De gewijzigde bepalingen omvatten kort samengevat: een uitbreiding van het personele toepassingsgebied zodat de btw-vrijstelling niet langer beperkt is tot gereglementeerde beoefenaars van (para)medische beroepen en een beperking van het materiële toepassingsgebied tot prestaties met een therapeutisch doel.
De btw-administratie heeft nu in een uitgebreide circulaire toelichting gegeven over de toepassing van deze nieuwe regels, meer in het bijzonder over de invulling van de btw-vrijstelling ten aanzien van niet-gereglementeerde beroepsbeoefenaars en de invulling van de vereiste van het therapeutische doel.
Met betrekking tot het materiële toepassingsgebied wordt bepaald dat de opname van een behandeling in de RIZIV-nomenclatuur of de uitvoering van een behandeling op medisch voorschrift als een (weerlegbaar) vermoeden van therapeutisch doel wordt gezien. Dit vermoeden zal ons inziens in de praktijk al veel discussies kunnen oplossen en zal op dit punt niet tot grote wijzigingen mogen leiden.
In de circulaire wordt in hoofdorde enkel uitspraak wordt gedaan over de btw-vrijstelling voor medische diensten en er wordt geen link wordt gemaakt met andere mogelijke vrijstellingen/bestaande toegevingen. Bijv. waar de diensten van controlegeneeskunde expliciet worden uitgesloten van de toepassing van de btw-vrijstelling voor medische diensten.
1. Met betrekking tot de circulaire: kunnen we dergelijke activiteiten niet kwalificeren als diensten die nauw samenhangen met de sociale zekerheid (artikel 44, § 2, 2° W.Btw)?
2. Idem voor het uitbaten van een drank- of eetgelegenheid in een ziekenhuis: in de circulaire wordt dit expliciet uitgesloten van de btw-vrijstelling terwijl er wel nog een tolerantie geldt voor dergelijke uitbating op basis van een afzonderlijke administratieve beslissing? Hoe komt dit (niet beperkt tot ziekenhuizen: zie beslissing nr. E.T. 130.298 van 12 september 2016)?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 15.07.2022:
1. Overeenkomstig artikel 44, § 2, 2° van het Btw-Wetboek, zijn van de belasting vrijgesteld de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard erkend worden.
Opdat de vrijstelling van artikel 44, § 2, 2° van het Btw-Wetboek kan worden toegepast, is het noodzakelijk dat beide voorwaarden van dit artikel zijn ingevuld. Enerzijds kan de vrijstelling enkel betrekking hebben op diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijke werk, met de sociale zekerheid of met de bescherming van kinderen en jongeren.
Anderzijds is het noodzakelijk dat de dienstverrichter of de leverancier van de goederen over een erkenning door de bevoegde overheid beschikt. Met betrekking tot deze voorwaarde wordt verwezen naar de gepubliceerde beslissing nr. E.T.94.156 van 25 juli 2005 waarin wordt benadrukt dat met organisaties erkend door de bevoegde overheid worden beoogd:
- hetzij de instellingen die een formele erkenning genieten, in de gevallen waarin in een formele erkenning door de bevoegde federale, regionale of gewestelijke overheid wordt voorzien.
- hetzij de instellingen waarvan de diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen worden verricht in overeenstemming met de voor die instellingen geldende reglementering.
De wet van 13 juni 1999 omschrijft de controlegeneeskunde als "de medische activiteit die door een arts wordt verricht in opdracht van een werkgever om de arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval van een werknemer te controleren". Ze verrichten in die hoedanigheid geen diensten die een therapeutisch doel hebben. Hun diensten kunnen evenmin worden aangemerkt als diensten bedoeld in artikel 44, § 2, 2° van het Btw-Wetboek. Bovendien voldoet een controlearts niet aan voornoemde erkenningsvereiste. Bijgevolg is bovengenoemde vrijstelling niet van toepassing ten aanzien van de door hen verrichte diensten.
2. Het uitbaten van een drank- of eetgelegenheid in het ziekenhuis kan gelet op de nieuwe bepaling niet beschouwd worden als een handeling die nauw samenhangt met ziekenhuisverpleging en medische verzorging en is derhalve uitgesloten van de vrijstelling.
De beslissing E.T.130.298 van 12 september 2016 is niet meer van toepassing ten aanzien van ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen of dergelijke instellingen waarvan de activiteiten zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, § 2, eerste lid, 1°, a) van het Btw-Wetboek. Deze administratieve tolerantie blijft evenwel van toepassing voor andere daarin opgenomen inrichtingen (bijv. instellingen voor bejaardenzorg, gehandicaptenzorg).