Bezoldigingen van bedrijfsleiders. Vrije beroepen. Burgerlijke vennootschap. Eenpersoonsvennootschap. Meewerkende echtgenoot. BTW-belastingplichtige. Band · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1054 26 september 1997

Zoeken

Bezoldigingen van bedrijfsleiders. Vrije beroepen. Burgerlijke vennootschap. Eenpersoonsvennootschap. Meewerkende echtgenoot. BTW-belastingplichtige. BandBezoldigingen van bedrijfsleiders. Vrije beroepen. Burgerlijke vennootschap. Eenpersoonsvennootschap. Meewerkende echtgenoot. BTW-belastingplichtige. Band van ondergeschiktheid. Rechtspersoon

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1054-bezoldigingen-bedrijfsleiders-vrije-beroepen-burgerlijke-80ab

Nummer
1054
Datum
26 september 1997

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1997-1998 blz. 15058

Bezoldigingen van bedrijfsleiders - Vrije beroepen - Burgerlijke vennootschap - Eenpersoonsvennootschap - Meewerkende echtgenoot - BTW-belastingplichtige - Band van ondergeschiktheid - Rechtspersoon

VRAAG

Bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 wordt een nieuwe categorie beroepsinkomsten in het leven geroepen onder de rubriek "bezoldigingen van bedrijfsleiders". Dientengevolge verliest een gevolmachtigde van een vennootschap de mogelijkheid om een gedeelte van zijn inkomsten aan zijn meewerkende echtgenoot toe te kennen. Een echtgenoot die daadwerkelijk arbeid verricht voor de vennootschap, kan daarvoor inderdaad vergoed worden, maar rest de vraag hoe die bezoldiging moet worden gekwalificeerd.

Ik denk hierbij vooral aan de beoefenaars van vrije beroepen die in het juridische kader van een burgerlijke maatschappij werken.

In de meeste gevallen bepaalt de deontologie dat enkel personen die het beroep mogen uitoefenen, vennoot kunnen worden. In sommige beroepsgroepen mag het beroep dan weer enkel door eenmansvennootschappen worden uitgeoefend.

1. Mag men er derhalve van uitgaan dat de meewerkende echtgenoot die een leidinggevende functie uitoefent, bijvoorbeeld de administratie voert, en die om deontologische redenen vennoot noch gevolmachtigde kan zijn, aan de nieuwe definitie van "bedrijfsleider" beantwoordt ?

2. Beantwoordt de echtgenote van een notaris, bijvoorbeeld, die zelf juriste is en eventueel zelfs een licentiaat in het notariaat heeft, en die daadwerkelijk een functie bekleedt binnen de eenmansvennootschap waarvan haar echtgenoot zaakvoerder is, aan de nieuwe definitie van "bedrijfsleider" ?

3. Bevestigt u tevens dat de meewerkende echtgenoot voor die arbeidsprestaties niet BTW-plichtig is ?

ANTWOORD

Het geacht Lid gelieve hierna de antwoorden op de gestelde vragen te vinden.

(...)

Op het stuk van de BTW

Fysieke personen die binnen een vennootschap, door delegatie die het voorwerp uitmaakt van een publicatie in de statuten van de rechtspersoon, de taken waarnemen van het dagelijks bestuur, worden als organen van deze rechtspersoon aangemerkt.

In die mate hebben ze niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.

Hetzelfde geldt voor deze personen wanneer ze handelen in een band van ondergeschiktheid.

Het spreekt overigens vanzelf dat ze in principe de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige hebben wanneer ze ten opzichte van die rechtspersoon op zelfstandige wijze handelen.