Aanvraag BTW-nummer. VZW · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1052 9 juli 2002

Zoeken

Aanvraag BTW-nummer. VZW

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1052-aanvraag-btw-nummer-vzw-leterme-e55b

Nummer
1052
Datum
9 juli 2002

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

22 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 142, blz. 18030-18032

Aanvraag BTW-nummer - VZW

VRAAG

Verenigingen zonder winstoogmerk (VZW's) kunnen een BTW-nummer aanvragen bij de BTW-administratie, indien hun maatschappelijk doel toelaat dat zij ondergeschikt handelsdaden mogen stellen.

Er blijken evenwel heel wat moeilijkheden te bestaan met VZW's die een BTW-nummer willen aanvragen. Zij botsen op allerhande administratieve "muren" wanneer zij een formulier "aanvang van een werkzaamheid" moeten invullen of indienen.

Het is niet abnormaal dat zij bij dit formulier een afschrift van hun statuten moeten voegen. Evenwel vragen heel wat controlekantoren ook een betalingsbewijs van de publicatiekosten in het Belgisch Staatsblad. Ook dat zou niet mogen verwonderen, ware het niet dat dergelijke bewijzen ook gevraagd worden, wanneer een kopie van de publicatie in het Belgisch Staatsblad wordt voorgelegd. Wat verschenen is in het Belgisch Staatsblad, is per definitie betaald.

De betreffende formulieren "aanvang van een werkzaamheid " bevatten ook een rubriek waarin opgave gedaan moet worden van het inschrijvingsnummer in het handelsregister. Omdat VZW's geen handelaars zijn, kunnen zij in principe ook geen inschrijving in het handelsregister hebben. Niettegenstaande diverse vragen aan de ministers in het verleden en niettegenstaande rechtspraak volharden heel wat kantoren in hun vraag.

Bijgevolg zijn er VZW's die toch een inschrijving in het handelsregister vragen en verkrijgen. Dat is alleen maar aanleiding van nog meer moeilijkheden, want VZW's worden dan vaak als verdoken vennootschappen beschouwd en worden getaxeerd in de vennootschapsbelasting.

Zij die geen BTW-nummer verkrijgen, lopen dan weer het risico na een of andere klacht op een controle te botsen met dan een retroactieve taxatie tot gevolg.

1.

a) Is het werkelijk noodzakelijk dat VZW's die hun gepubliceerde statuten in het Belgisch Staatsblad voorleggen nog eens de betalingsbewijzen voorleggen?

b) Werden er hieromtrent al richtlijnen gegeven aan de administratie?

2.

a) Waarom wordt er voor VZW's steevast gevraagd naar het inschrijvingsnummer in het handelsregister, daar waar VZW's geen dergelijke inschrijving moeten hebben?

b) Bestaat er geen mogelijkheid om dit voor VZW's die een BTW-nummer aanvragen te laten vallen?

3. Werd er hieromtrent al overleg gepleegd met de minister van Justitie, zodat er met betrekking tot de onnodige inschrijving in het handelsregister van VZW's geen spraakverwarring meer kan bestaan tussen de beide departementen/administraties?

ANTWOORD:

1. De bijkomende vraag naar het betalingsbewijs voor de publicatie van de statuten in het Belgisch Staatsblad, lijkt mij inderdaad overbodig, wanneer de controlekantoren reeds in het bezit zijn van deze publicatie in het kader van de toekenningsprocedure van een BTW-identificatienummer.

Richtlijnen hieromtrent zullen per interne mail ter herinnering worden gebracht.

2. Er werd de controlekantoren reeds op gewezen dat de niet-inschrijving in het handelsregister op zichzelf geen vertraging mag teweegbrengen van de identificatieperiode inzake BTW-, tenzij er ernstige twijfels bestaan omtrent de werkelijke uitoefening van een economische activiteit in de zin van artikel 4 van het BTW-Wetboek. Niettemin wordt systematisch gevraagd een afschrift van de inschrijving in het handelsregister binnen een redelijke termijn aan de BTW-controle voor te leggen en dit om documentaire redenen en om zich een oordeel te kunnen vormen van de activiteit. Het is daarbij overigens niet de taak van de BTW-controlekantoren om de noodzakelijkheid van de inschrijving in het handelsregister na te gaan of op te leggen aan de belastingplichtige. Vanzelfsprekend behoort dit in principe niet tot de specifieke bevoegdheid van het ministerie van Financiën. Hun taak beperkt zich louter tot de verificatie of een persoon al dan niet op geregelde en zelfstandige manier een economische activiteit uitoefent die hem op grond van artikel 4 van het BTW-Wetboek de hoedanigheid van belastingplichtige verleent. Wanneer zij evenwel specifieke inbreuken zouden vaststellen op de wetgeving inzake het handelsregister, mogen de ambtenaren van de administratie van de Belasting over de toegevoegde waarde de griffies van de rechtbanken van koophandel daarvan inlichten (WBTW-, artikel 93bis, tweede lid).

3. Het door het geachte lid gevraagde initiatief tot overleg met het ministerie van Justitie is achterhaald, gelet op de initiatieven die op het getouw worden gezet in het kader van de Kruispuntbank voor ondernemingen. Inderdaad, dit project zal de ondernemers (waaronder ook de VZW's) die een zelfstandige activiteit aanvragen toelaten op één aanspreekpunt een aavraag te doen die zowel inzake handelsregister als inzake BTW-identificatie zal gelden. De BTW-diensten zullen vanaf dat ogenblik enkel instaan voor de identificatie voor BTW-doeleinden en er automatisch kunnen van uitgaan dat de aanvraag inzake het handelsregister door de bevoegde desbetreffende dienst wordt afgehandeld.

Wat tenslotte het onderwerpen van VZW's aan de vennootschapsbelasting betreft, dit is een toestand die afhankelijk is van een geheel van factoren en elementen die geval per geval moeten worden beoordeeld.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 42 voorkomens