Verlegging van heffing. Werken in onroerende staat · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

105 27 oktober 1999

Zoeken

Verlegging van heffing. Werken in onroerende staatVerlegging van heffing. Werken in onroerende staat.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/105-verlegging-heffing-werken-in-onroerende-db62

Nummer
105
Datum
27 oktober 1999

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

BTW-Revue nr. 146, blz. 220

Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 10, blz. 1039-1040

Verlegging van heffing. - Werken in onroerende staat.

VRAAG

Het stelsel van verlegging van de BTW-heffing inzake werk in onroerende staat wijkt af van de normale BTW-werking. Het legt aan de medecontractant de verplichting op zelf de verschuldigde belasting te voldoen in de plaats van de leverancier. Deze regeling wordt toegelicht in aanschrijving nr. 3 van 1979 en is gebaseerd op artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de BTW.

De verlegging van de heffing is van toepassing zelfs indien de leverancier voor de toepassing van het WIB 1992 niet als aannemer geregistreerd is.

Een verschil in opvatting blijkt evenwel bij sommige BTW-controleurs te bestaan, wanneer een overeenkomst de levering met aanhechting van goederen tot voorwerp heeft, waarvan slechts een gedeelte (werk in onroerende staat) moet onderworpen worden aan de regeling van de verlegging van de heffing.

1. Welke regeling is van toepassing wanneer het hoofdvoorwerp van de overeenkomst betrekking heeft op handelingen die aan de regeling van de verlegging van de heffing onderworpen zijn?

2. Moet de factuur worden uitgesplitst, waardoor een deel ervan aan de BTW moet worden onderworpen en een ander deel aan de regeling van de verlegging van de heffing?

3. Of kan, zoals een deel van de Administratie aanvaardt, bij wijze van vereenvoudiging, de verlegging van de heffing worden toegepast op de volledige factuur ?

ANTWOORD

Indien het geheel van de uitgevoerde werken wordt bedoeld in artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, moet de regeling van de verlegging van de heffing vanzelfsprekend worden gevolgd.

Wanneer slechts een deel van de werken valt onder het voornoemd artikel 20, aanvaardt de Administratie dat de regeling van de verlegging van de heffing wordt toegepast voor het geheel, op voorwaarde dat het contract de door deze regeling beoogde handelingen als hoofdvoorwerp heeft. In dit geval kan de uitvoering van dit contract bijkomstig aanleiding geven tot handelingen die de regeling niet beoogt, zonder dat de factuur dient te worden uitgesplitst.

Indien het geachte lid een concreet geval beoogt, ben ik uiteraard bereid het door mijn Administratie te laten onderzoeken wanneer hij me de volledige identiteit van de betrokken persoon ter kennis brengt.

Aangehaalde teksten

1
KB nr. 1 art. 202 voorkomens