Drankautomaten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

105 4 oktober 1995

Zoeken

Drankautomaten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/105-drankautomaten-smets-drankautomaat-7a89

Nummer
105
Datum
4 oktober 1995

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1995, nr.012 , blz.1194

Drankautomaten

VRAAG

Horeca-exploitanten klagen over de toenemende plaatsing van drankautomaten. Zij ervaren dat als concurrentievervalsing. De plaatsing van een drankautomaat heeft een fikse besparing op de personeelskosten, geen sociale inspectie, geen openingstaksen en geen dure huur voor handelsruimten tot gevolg. Daarenboven zou er een gebrekkige fiscale controle bestaan op de omzet van drankautomaten.

1. Hoeveel drankautomaten staan er momenteel in België?

2. Is de verkoop van alcoholische dranken via drankautomaten wettelijk toegelaten?

3.

a) Bestaat er een algemene economische inspectie op drankautomaten?

b) Heeft u weet van onwettige praktijken of belastingontduiking?

4.

a) Welk standpunt neemt u in tegenover de plaatsing van drankautomaten?

b) Bent u voorstander van een stringentere economische wetgeving inzake de drankautomaten?

ANTWOORD

2. Overeenkomstig artikel 9 van de Wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht is het verboden in drankgelegenheden (daaronder begrepen drankautomaten ingericht op de openbare weg of gelegen op het domein van een autoweg) sterke dranken te verstrekken.

De verkoop van gegiste dranken (wijn, bier) via automaten is toegestaan mits betaling van de openingsbelasting voor een reizende slijterij.

3.

b) Op het vlak van de douane en accijnzen Er werden geen onwettige praktijken of gevallen van belastingontduiking vastgesteld. Op het vlak van de BTW. Ter zake ben ik evenmin op de hoogte van bijzondere fraudegevallen of van misbruiken in de betreffende sector. Indien het geacht lid evenwel een welbepaald geval beoogt, ben ik bereid dit te laten onderzoeken, voor zover de naam en het adres van de betrokken belastingplichtige me worden meegedeeld.

Wat betreft de vragen 1, 3 a) en 4 wordt verwezen naar de antwoorden verstrekt door mijn collega, de Minister van Economie en Telecommunicatie. (Vraag nr. 8 van 31 juli 1995, Vragen en Antwoorden, Kamer, 1995, nr. 6, blz. 357).