Betaling van een financiële bijdrage door de gemeente voor de aan de intercommunale toevertrouwde opdrachten - Verschuldigdheid van de BTW
VRAAG
De intercommunale vereniging is een publiekrechtelijke vereniging die zich in de plaats stelt van de aangesloten gemeenten bij het uitvoeren van de opdrachten waarmee ze werd belast (Wilkin, Dictionnaire communal, Association de communes, nr. 11).
Door hun toetreding tot een intercommunale doen de gemeenten principieel, in het raam van de statuten die zij vaststellen, afstand ten voordele van de vereniging van hun reglementerings- en beheersrechten met betrekking tot de opdrachten waarvan zij de lasten droegen (wet van 1 maart 1922). Hieruit vloeit voort dat de intercommunale het beheer uitoefent in de plaats van de gemeenten en niet voor rekening van deze laatste en dat de door de gemeenten aan haar gestorte bedragen bijgevolg niet de prijs zijn van een prestatie, maar een financiële bijdrage in de beheerskosten (z. antwoord op de parlementaire vraag nr. 79 van 16 februari 1971 Z. Revue nr. 2, blz. 271, nr. 16, art. 6, B.T.W.-Wetboek , bulletin van Vragen en Antwoorden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers 1970/1971, nr. 19, blz. 817).
Zoals de wetgever het voorstelt dienen de gemeenten afstand te doen van hun reglementerings- en beheersrechten tegenover de intercommunale vereniging waarbij zij aangesloten zijn om niet onderworpen te zijn aan de BTW. Weliswaar bepaalt de aanschrijving nr. 6 van 27 februari 1975 (2) wanneer er werkelijk een afstand gedaan wordt door de gemeente doch dienen wij vast te stellen dat deze bepalingen erg dubbelzinnig zijn.
Graag bekwam ik van de geachte Minister een antwoord op volgende vragen:
1. Moeten al de gemeenten-vennoten afstand doen van hun reglementerings- en beheersrechten ten voordele van de intercommunale vereniging, zelfs indien zij geen gebruik maken van de aangeboden dienst van ophaling en verwerken van huisvuil?
2. Bij negatief antwoord van vraag 1 dienen dan enkel de gemeenten-vennoten afstand te doen van hun beheersrechten ten voordele van de intercommunale welke gebruik maken van de aangeboden dienst van ophaling en verwerken van huisvuil?
3. Bij positief antwoord op vraag 2 bestaat er de mogelijkheid dat slechts een gedeelte van de gemeenten-vennoten, gebruikmakende van de dienst van ophaling en verwerken van huisvuil, afstand doen van hun beheersrechten ten voordele van de intercommunale omdat voor hen de betalingen dienen aanzien als financiële bijdrage in de lasten van de intercommunale en niet als prijs te verhogen met BTW van toepassing?
4. Mag een gemeente afstand doen van haar reglementerings- en beheersrechten ten voordele van een intercommunale vereniging?
5. Zijn de normen (afstand beheersrechten) zoals deze in België van toepassing zijn voor de intercommunale verenigingen in overeenstemming met de EEG-richtlijnen voor de belasting over de toegevoegde waarde?
ANTWOORD
In de regel heeft een intercommunale vereniging ten aanzien van de diensten die zij verricht voor aangesloten gemeenten en die bestaan in het ophalen en verwerken van huisvuil, de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.
Wanneer evenwel de gemeenten naar aanleiding van hun toetreding tot die intercommunale, in het raam van statuten die zij vaststellen, ten voordele van laatstgenoemde afstand doen van hun reglementerings- en beheersrechten met betrekking tot de opdrachten waarvan zij de lasten dragen, in casu het ophalen en verwerken van huisvuil, en er in werkelijkheid in de relatie tussen de gemeenten en de intercommunale als zodanig wordt gehandeld, maken de door de gemeenten betaalde sommen de financiële bijdrage uit voor de aan de intercommunale toevertrouwde opdrachten, en is over die bijdrage de BTW niet verschuldigd.
Bovengenoemde regeling is gesteund op de rechtsleer inzake administratief recht waarnaar het geachte Lid in zijn vraag overigens verwijst.
Daarentegen zijn de bedragen die de intercommunale vraagt aan de gemeenten die geen afstand hebben gedaan van hun reglementerings- of beheersrechten ten aanzien van de opdracht waarvan zij de lasten dragen, de prijs voor een dienst die met BTW belastbaar is.
Ten einde, rekening houdend met hetgeen voorafgaat, moeilijkheden bij de heffing van de BTW te voorkomen, lijkt het mij dan ook wenselijk, ofschoon niet absoluut noodzakelijk, dat de gemeenten die bij de intercommunale zijn aangesloten, voor een welbepaalde dienst dezelfde statutaire regeling zouden aannemen, hetzij uniform afstand doen van hun rechten, hetzij systematisch op de intercommunale beroep doen binnen het kader van een werkaanneming.
De regeling die op het stuk van de BTW ten aanzien van intercommunale verenigingen, aan wie de gemeenten afstand van hun reglementerings- en beheersrecht hebben gedaan in België wordt toepast, is naar het oordeel van de administratie geenszins strijdig met de zesde BTW-richtlijn van de Raad van 17 mei 1977, aangezien het, in de bedoelde hypothese gaat om financiële bijdragen en niet om de prijs voor de levering van een goed of de prestatie van een dienst.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.