Forfaitaire aanslagen. Kortingen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1047 30 april 1998

Zoeken

Forfaitaire aanslagen. Kortingen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1047-forfaitaire-aanslagen-kortingen-hatry-aanslag-2213

Nummer
1047
Datum
30 april 1998

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

BTW-Revue nr. 138, blz. 844

Vr. en Antw., Senaat, 1997-1998, nr. 1-78, blz. 4089-4090

Forfaitaire aanslagen - Kortingen

VRAAG

Ik verneem dat paragraaf II, laatste lid, van de forfaitaire grondslagen voor de aanslag inzake directe belastingen voor kleinhandelaars in voedingsmiddelen, en paragraaf 4 van de forfaitaire BTW-regeling voor dezelfde kleinhandelaars door verschillende controleurs ook verschillend worden geïnterpreteerd ingeval de kleinhandelaars tegelijkertijd een permanente prijsvermindering als bedoeld in bovenvermelde paragrafen en persoonlijke of aangekochte kortingzegels uitreiken. De fictieve voorbeelden hierna illustreren deze problematiek.

X, een kleinhandelaar in voedingsmiddelen die onderworpen is aan de twee bovenvermelde forfaits, levert de desbetreffende bewijzen (folders, enz.) dat hij het in de bovenvermelde paragrafen bepaalde maximum van 2 % mag aftrekken en geeft bovendien persoonlijke of aangekochte kortingzegels. Hij verkoopt dus wat volgt, BTW inbegrepen:

Artikel A: normale verkoopprijs 1000 frank - voormelde permanente korting van 20 frank .............................................. 980 Artikel B: normale verkoopprijs 2 000 frank, waarop de voormelde permanente korting van 20 frank niet wordt toegekend .............. 2.000 Artikel C: normale verkoopprijs 1500 frank - voormelde permanente korting van 40 frank .............................................. 1.460 ------- Totaal ............................................................ 4.440 Toekenning van kortingzegels van 1 % op 4.400 frank 44 Gesteld dat de kortingen van 20 frank en 40 frank overeenstemmen met de totale forfaitaire berekening van 2 %, dan moet X belasting betalen op een omzet van 4.396 frank, BTW inbegrepen.

Y, een vergelijkbare kleinhandelaar, past dezelfde permanente kortingen toe, maar geeft geen kortingzegels en moet dus belasting betalen op een omzet van 4.440 frank, BTW inbegrepen.

De fiscale aftrek van 44 frank weigeren, betekent dat X benadeeld wordt ten opzichte van Y, omdat beiden dan belast worden op een identieke omzet van 4.440 frank, wat niet terecht is.

a) Mag X het totale bedrag van de twee volgende kortingen in mindering brengen van zijn omzet (voor het forfaitaire bedrag van de BTW-regeling) en als beroepskosten (voor het forfaitaire bedrag in de personenbelasting):

•maximum 2 % van de omzet bedoeld in de bovenvermelde paragrafen;

•de nominale waarde zonder BTW van de persoonlijke of aangekochte kortingzegels?

b) Zo neen, waarom niet en op basis van welke wet- of regelgeving?

c) Zo neen, mag de kleinhandelaar vrij voor één van beide mogelijkheden kiezen? Waarom?

ANTWOORD

Volgens de toepassingsmodaliteiten van de forfaitaire grondslagen van aanslag, die duidelijk bepaald zijn zowel in de forfaitaire regeling inzake BTW als in deze inzake inkomstenbelastingen, mogen de kleinhandelaars in voedingsmiddelen die een politiek voeren van verminderde prijzen, zonder kortingzegels uit te reiken, van het forfaitair berekend omzetcijfer inzake BTW en van de brutowinst inzake inkomstenbelastingen een bedrag aftrekken dat gelijk is aan maximum 2 % van de omzet met betrekking tot de koopwarengroepen 11, 21, 22, 31 en 32.

Inzake inkomstenbelastingen zal het recht op die aftrek door de taxatieambtenaar worden beoordeeld aan de hand van bewijzen (onder meer reclamedrukwerken, enz., die van de belastingplichtige zal uitgaan of die tenminste zijn naam vermelden, enz.) die hem door de betrokken belastingplichtige moeten worden voorgelegd. Geen andere gelijkaardige verminderingen mogen alsdan in rekening worden gebracht.

Inzake BTW wordt het voordeel van de desbetreffende forfaitaire aftrek enkel toegestaan aan de kleinhandelaars in levensmiddelen die voorafgaandelijk, aan het hoofd van het controlekantoor waaronder zij ressorteren, een getekende en gedagtekende verklaring toesturen die overeenstemt met een voorafbepaald model, waarin zij verklaren deze forfaitaire vermindering te willen toepassen gedurende de door hen bepaalde periode (minstens 1 jaar). Om van de forfaitaire vermindering van de omzet te kunnen genieten, moet de belastingplichtige op elk ogenblik aan de eerstaanwezend inspecteur kunnen bewijzen dat hij werkelijk een verkoopmethode van verminderde prijzen toepast. Dit bewijs kan worden geleverd door het voorleggen van documenten zoals prijslijsten, folders en meer algemeen alle publicitaire drukwerken die van de kleinhandelaar zelf uitgaan of tenminste zijn naam vermelden en aan de klanten worden uitgedeeld. In dat geval mag de belastingplichtige ook geen enkele andere korting, onder welke vorm ook, aftrekken. De handelaars die op basis van de forfaitaire grondslagen van aanslag wensen te worden belast dienen dit stelsel in zijn geheel te aanvaarden.

De belastingplichtigen die, inzake inkomstenbelastingen, oordelen dat zij voormelde aanslag in zijn geheel genomen niet kunnen aanvaarden, moeten, onder controle van de administratie, het bedrag vaststellen en aangeven van de door hen werkelijke behaalde winst. Inzake BTW kunnen de belastingplichtigen die oordelen niet te kunnen instemmen met de algemene bepalingen van de forfaitaire grondslagen van aanslag, opgesteld in samenspraak met de betrokken bedrijfsgroeperingen, altijd opteren voor de normale regeling van de belasting.