Vakantieperiode. Verlenging van de termijn voor indiening van de aangiften · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

104 16 augustus 1973

Zoeken

Vakantieperiode. Verlenging van de termijn voor indiening van de aangiften

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/104-vakantieperiode-verlenging-termijn-indiening-aangiften-4916

Nummer
104
Datum
16 augustus 1973

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Vakantieperiode - Verlenging van de termijn voor indiening van de aangiften

VRAAG

Zoals u het weet, worden de BTW-belastingplichtigen thans verwittigd dat, gezien de vakantieperiode, zij hun BTW-aangifte uitzonderlijk mogen indienen op 10 augustus en/of 10 september. Een maatregel die zeker door de belastingplichtigen naar waarde wordt geschat.

Spijtig blijft toch een gedeelte van de belastingplichtigen die hiervan niet kunnen genieten nl. de seizoenbedrijven, en degenen die op andere data hun verlof nemen. Inderdaad, de belastingplichtigen die in de maanden oktober, januari en april hun verlof nemen, kunnen dus niet van de gunstmaatregel genieten.

Zou het derhalve niet mogelijk zijn voor deze gevallen ook een gunstmaatregel te voorzien? Deze maatregel zou kunnen door de hoofdcontroleur toegestaan worden voor iedere belastingplichtige die schriftelijk hierom zou verzoeken.

De veronderstelling kan naar voren treden dat mogelijks misbruiken hieruit kunnen ontstaan. Maar aan de hand van de schriftelijke aanvraag van de belastingplichtige zal nagegaan kunnen worden, of hij al reeds van de algemene maatregel gebruik heeft gemaakt. In dergelijke gevallen kan hem dan ook de aanvraag geweigerd worden.

Uw oordeel ter zake ware voor de aangehaalde gevallen ten zeerste gewenst.

ANTWOORD

Het geachte Lid doelt blijkbaar op de belastingplichtigen die gehouden zijn tot het indienen van kwartaalaangiften en die omwille van hun verlofregeling moeilijkheden ondervinden om hun aangiften in de maanden oktober, januari en april binnen de wettelijke termijn in te dienen.

Het komt mij voor dat de algemene regeling die op het stuk van de indiening van aangiften van toepassing is ten aanzien van de belastingplichtigen die gehouden zijn tot het indienen van kwartaalaangiften de geuite bezwaren opvangt (z. het antwoord op de vraag van het geachte Lid, nr. 103, van 16 augustus 1973 Zie Revue nr. 15, blz. 222, nr. 4. ).