Onroerende financieringshuur (onroerende leasing). vrijstellingen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

10310 4 maart 2009

Zoeken

Onroerende financieringshuur (onroerende leasing). vrijstellingen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/10310-onroerende-financieringshuur-leasing-vrijstellingen-mondelinge-0d68

Nummer
10310
Datum
4 maart 2009

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Onroerende financieringshuur (onroerende leasing)

Vrijstellingen

VRAAG

04.01 Meryame Kitir (sp.a): Op grond van artikel 44 wordt uitgesloten van de btw-vrijstelling voor de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur vanuit hun aard onroerende goederen, de onroerende financieringshuur - gewoonlijk onroerende leasing genoemd - wanneer de overeenkomst waarbij deze wordt vastgelegd, voldoet aan de voorwaarden van het KB nr. 30. Dat KB werd gewijzigd bij het KB van 10 januari 2005 om bepaalde 'misbruiken' tegen te gaan. Die misbruiken bestonden erin dat overeenkomsten afgesloten werden waarbij er over de periodieke leasevergoedingen een zeer beperkt bedrag aan btw geheven werd, terwijl de btw over de bouw of aankoop door de leasinggever onmiddellijk en volledig in aftrek werd gebracht.

In de praktijk stellen we echter vast dat onder meer autonome gemeentebedrijven die als leasinggever overeenkomsten van onroerende leasing hebben afgesloten die volledig voldoen aan de gestelde voorwaarden, door de administratie niet altijd een btw-nummer toegekend krijgen, zelfs indien het geïnvesteerd kapitaal nominaal wordt wedersamengesteld over de voorgeschreven periode van vijftien jaar.

Gaat de minister ermee akkoord dat het vervullen van de voorwaarden zoals weergegeven in het KB nr. 30 voldoende is om onder het toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 2 b) van het btw-wetboek te vallen en dus niet het voorwerp kunnen uitmaken van 'misbruik' zoals bedoeld in artikel 1, § 10 van het btw-wetboek. Klopt het dat het juridisch kader waarin de leaseovereenkomst werd afgesloten, hierbij van geen enkel belang is?

ANTWOORD

04.02 Minister Didier Reynders (Nederlands): Ik bevestig volledig de analyse van mevrouw Kitir. De overeenkomsten in kwestie moeten geval per geval worden onderzocht en getoetst worden aan de toepassing van artikel 1, § 10 van het btw-wetboek.

Het incident is gesloten.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 12 voorkomens
WBTW art. 441 voorkomen