Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 128, blz. 13358-13359
Levering van goederen - Huurkoop.
VRAAG
1. Is de materiële overhandiging van een goed uit hoofde van een contract dat de verhuur van het goed voor een bepaalde periode vastlegt, met in dat contract een clausule die bepaalt dat de eigendom van het goed uiterlijk bij de betaling van de laatste termijn verworven wordt, een levering van goederen ?
2. Zo ja, op welk artikel van het wetboek berust die interpretatie ?
ANTWOORD
Het door het geacht lid aangehaalde geval wordt letterlijk beoogd door artikel 5, lid 4, b, van de Zesde Richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting (Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag) waarin het wordt aangemerkt als de levering van een goed.
Deze communautaire bepaling werd als zodanig niet overgenomen in het Belgisch BTW-Wetboek.
Niettemin wordt het beoogde geval bedoeld in artikel 10, § 1, tweede lid, van voornoemd Wetboek op grond waarvan onder meer het feit waarbij een goed ter beschikking van de verkrijger of overnemer wordt gesteld ingevolge een contract tot overdracht of aanwijzing als een levering van een goed wordt beschouwd.
Derhalve geeft het door het geacht lid bedoelde contract, dat doorgaans huurkoop wordt genoemd aanleiding tot een levering in de zin van het BTW-Wetboek en is het aan de belasting onderworpen op het tijdstip van de terbeschikkingstelling van het goed niettegenstaande de eigendomsoverdracht wordt uitgesteld.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Rechtspraak
1België
1Rechtbank van eerste aanleg te Gent22.01.2004