Datering brieven FOD Financiën · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1026 5 mei 2022

Zoeken

Datering brieven FOD Financiën

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1026-datering-brieven-fod-financien-vermeersch-8958

Nummer
1026
Datum
5 mei 2022

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

7 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1026 van de heer Vermeersch d.d. 05.05.2022

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/088 d.d. 27.06.2022, blz. 177

Datering brieven FOD Financiën

VRAAG

(van de heer Vermeersch)

Een door de FOD Financiën per post verstuurde brief wordt geacht door de belastingplichtige te zijn ontvangen drie dagen na de datering van de brief. Deze regel gaat uit van de veronderstelling dat de brief verstuurd wordt op de dag van datering en dat de postdiensten de brief binnen de drie dagen bezorgen aan de bestemmeling. Vanaf die datum begint de tijd te lopen waarbinnen de belastingplichtige dient te reageren. In de praktijk blijkt echter dat heel wat belastingplichtigen hun brief heel wat later ontvangen dan binnen de voorziene termijn (drie dagen na de datering). Dit bemoeilijkt het antwoord van de belastingplichtige. 1. Zijn er maatregelen van interne beheersing genomen binnen de FOD Financiën om te garanderen dat brieven inderdaad verstuurd worden op de dag dat de brief gedateerd is? 2. Over welke mogelijkheden beschikt de belastingplichtige om het vermoeden, dat de brief binnen de drie dagen na datering ontvangen werd, tegen te spreken? 3. Is het laattijdig ontvangen van de brief een wettige reden die uitstel van antwoord rechtvaardigt?

ANTWOORD

(van de Vice-eersteminister en Minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding)

1. FOD Financiën neemt zowel haar eigen compliance als die van de belastingplichtige met de nodige ernst en aandacht in rekening. De wettelijke regeling met betrekking tot de datum waarop de belastingplichtige een aan hem geadresseerde brief geacht wordt ontvangen te hebben berust op artikel 53bis van het Gerechtelijk Wetboek dat bepaalt dat de geadresseerde geacht wordt kennis te nemen op de derde werkdag volgend op deze waarop de briefwisseling aan de postdiensten werd overhandigd behoudens tegenbewijs. Het opmaken en overhandigen van de briefwisseling van de FOD Financiën aan de postdiensten is een hoofdzakelijk geautomatiseerd proces via Fedopress. Om te garanderen dat dit proces correct verloopt en de belastingplichtige zijn briefwisseling tijdig ontvangt, heeft de FOD Financiën een aantal interne beheersmaatregelen genomen zoals het proactief plannen van de spreiding van de zendingen zodat er geen samenloop van verschillende zendingen kan ontstaan die de capaciteit van Fedopress overstijgt. Deze maatregel wordt regelmatig gemonitord door het directiecomité. Daarnaast heeft de FOD Financiën een Service Level Agreement (SLA) afgesloten met de postdiensten (tariefsysteem dag+4) voor het bezorgen van de briefwisseling aan de belastingplichtigen. Daarenboven wordt ingeval van twijfel voor bepaalde dossiers geopteerd om de briefwisseling als aangetekende zending te versturen én wordt aan de medewerkers gevraagd voorzichtig om te gaan met termijnen door een extra marge te voorzien en de nodige soepelheid te hanteren tegenover de belastingplichtigen. 2. De wetgever gaat ervan uit dat de belastingplichtige de brief ontvangt binnen de drie werkdagen na de verzending van de brief. Voor de drie werkdagen wordt de zaterdag niet als een werkdag beschouwd, net zoals de zondagen en de wettelijke feestdagen. De op de brief vermelde verzendingsdatum wordt geacht de datum van de werkelijke verzending van de brief te zijn als die verzending regelmatig is en behoudens bewijs van het tegendeel. De belastingplichtige beschikt over alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, vermoedens inbegrepen, maar met uitzondering van de eed, om het tegenbewijs te leveren. 3. De laattijdige ontvangst van een brief kan in welbepaalde gevallen een wettige reden zijn - waarvan de taxatieambtenaar, met inachtneming van de voorgelegde bewijsstukken of uitleggingen, de gegrondheid ervan beoordeelt - voor het toekennen van een bijkomende antwoordtermijn.