Dienstprestatie. Onroerend goed. Woning. Privé-doeleinden. Flatgebouw. Tarief. Onroerende verhuur. Privé-woning. Voordeel · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

102 18 maart 1982

Zoeken

Dienstprestatie. Onroerend goed. Woning. Privé-doeleinden. Flatgebouw. Tarief. Onroerende verhuur. Privé-woning. VoordeelDienstprestatie. Onroerend goed. Woning. Privé-doeleinden. Flatgebouw. Tarief. Onroerende verhuur. Privé-woning. Voordeel van alle aard. Teruggaaf

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/102-dienstprestatie-onroerend-goed-woning-prive-881a

Nummer
102
Datum
18 maart 1982

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1981-1982 blz. 932

Dienstprestatie - Onroerend goed - Woning - Privé-doeleinden - Flatgebouw - Tarief - Onroerende verhuur - Privé-woning - Voordeel van alle aard - Teruggaaf

VRAAG

Geldt de vermindering van de BTW op bouwwerken van 17 tot 6 % in de volgende gevallen

ANTWOORD

1. Een vennootschap bouwt een woning om ze aan particulieren te verhuren. Deze zullen ze voor privé-doeleinden gebruiken.

2. Een particulier bouwt een woning met het doel ze aan particulieren te verhuren. Deze zullen ze voor privé-doeleinden gebruiken.

3. Een vennootschap bouwt een flatgebouw met het oog op verhuring. Deze appartementen zijn bedoeld als woningen en zullen aan particulieren of vennootschappen worden verhuurd, naar gelang van de toestand op de markt.

4. Een particulier bouwt een flatgebouw met het oog op verhuring. Deze appartementen zijn bedoeld als woningen en zullen aan particulieren of aan vennootschappen worden verhuurd, naar gelang van de toestand op de markt.

Antwoord: Wanneer in de loop van de periode van 1 maart 1982 tot 31 december 1983 de belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd wordt voor de onroerende handelingen, beoogd door het koninklijk besluit nr. 1 van 15 februari 1982 (1) (Belgisch Staatsblad van 20 februari 1982), die betrekking hebben op een gebouw dat ontworpen is in functie van zijn bestemming als woning en, dat een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die niet de hoedanigheid bezit van belastingplichtige in de zin van artikel 8, § 1, van het BTW-Wetboek, laat oprichten teneinde het, buiten elke verplichting voortvloeiend uit een arbeidscontract, te verhuren, moeten de volgende oplossingen worden weerhouden, waarbij dient gepreciseerd dat, wat de appartementsgebouwen betreft, de toestand appartement per appartement moet worden beoordeeld.

Het tarief van 6 % is van toepassing in de relatie tussen de leveranciers en de bouwheer, indien deze laatste het inzicht heeft het gebouw uitsluitend als privé-woning te verhuren.

Daarentegen blijft liet tarief van 17 % van toepassing op de handelingen die bijdragen tot de oprichting, indien het gebouw (woonhuis of appartement) bestemd is om te worden verhuurd met het oog op een uitsluitend beroepsgebruik.

Indien de verhuur voorzien is voor een gemengd gebruik, is in de relatie tussen de leveranciers en de bouwheer liet tarief van 6 % van toepassing voor zover de privé-aanwending van het goed overwegend is. In het tegenovergestelde geval moet de prijs van de handelingen die bijdragen tot de oprichting worden gesplitst voor de toepassing respectievelijk van het tarief van 6 % en van het tarief van 17 % niet betrekking tot liet privé-gedeelte en liet beroepsgedeelte.

De in onderhavig geval uit te reiken facturen dienen te vermelden dat het goed in kwestie bestemd is om te worden gebruikt als privé-woning, hetzij voor liet geheel, hetzij voor een overwegend of voor een bijkomstig gedeelte. Deze vermeldingen moeten worden gestaafd door een attest uitgereikt door de bouwheer.

Indien de bestemming nog niet kan worden bepaald op het ogenblik van de uitvoering van de werk en moet voorlopig, over de prijs van de onroerende handelingen, het tarief van 17 % worden toegepast, onder voorbehoud van een latere teruggaaf van de teveel betaalde BTW voor zover de aan het gebouw gegeven bestemming dit rechtvaardigt.

(1) Z. Revue nr. 52, blz. 15.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 81 voorkomen