Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 108, blz. 11.216-11.217
Werk in onroerende staat - Landbouwdiensten - BTW-tarief.
VRAAG
Bij facturatie van werk in onroerende staat dient de verschuldigde BTW te worden opgenomen in vak 56 en de aftrekbare BTW in vak 59 van de BTW-aangifte, met het toepasselijk tarief van 20,5 % op de maatstaf van heffing. Sommige werken in onroerende staat zijn echter landbouwwerken en dan is dat tarief slechts 6 % volgens koninklijk besluit nr. 20. Meestal (bijna altijd) wordt ter vereenvoudiging van het administratieve werk van de boekhouding (inboeken) echter ook voor landbouwwerken het tarief van 20,5 % toegepast in plaats van 6 % daar dat ogenschijnlijk toch een nuloperatie is.
1. Wordt daardoor de bijdrage van België aan de Europese Unie niet kunstmatig verhoogd ?
2. Als de belastingplichtige het verkeerde tarief toepast voor die landbouwwerken (20,5 % in plaats van 6 %) laat artikel 45 van het BTW- wetboek dan ook een foutieve aftrek van de BTW toe ?
ANTWOORD
Zoals het geacht lid terecht opmerkt zijn sommige onroerende handelingen als bedoeld in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, inzake BTW, als landbouwdiensten, op grond van rubriek XXIV, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, inzake BTW-tarieven, inderdaad onderworpen aan het verlaagde BTW- tarief van 6 %.
Op grond van artikel 77, § 1, 1°, van het BTW-wetboek, wordt de belasting die werd geheven van leveringen en van diensten tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer ze het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is. Hiermee worden inzonderheid alle gevallen bedoeld waarin een vergissing is begaan bij het factureren of in de aangifte die door de belastingplichtige moet worden ingediend : heffing op een niet belastbare handeling, toepassing van een onjuist tarief of van een verkeerde maatstaf van heffing, dubbele boeking, misslag in de optelling van de aan de Staat te storten belasting.
Aangezien in het door het geacht lid beoogde geval de belasting ter zake van bedoelde landbouwdiensten bij toepassing van artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 terzelfdertijd verschuldigd en volgens de normale regels weer aftrekbaar is in hoofde van dezelfde persoon, namelijk de medecontractant van de dienstverrichter, dienen er in hoofde van voornoemde evenwel geen regularisaties te worden verricht.
Het toepassen van het BTW-tarief van 20,5 % in plaats van het tarief van 6 % heeft geen invloed op de eigen middelen uit BTW die door België aan de Europese Unie verschuldigd zijn daar de grondslag van de eigen middelen wordt bepaald op basis van de eindconsumptie die belast is met een niet-aftrekbare BTW.
Zoals voormeld is de belasting geheven tegen het tarief van 20,5 % terzelfdertijd verschuldigd en aftrekbaar in hoofde van dezelfde persoon zodat die handeling niet in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de grondslag van de eigen middelen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.