Financiële steun voor organisaties waarvan de activiteiten vrijgesteld zijn van btw · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1008 27 april 2022

Zoeken

Financiële steun voor organisaties waarvan de activiteiten vrijgesteld zijn van btw

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1008-financiele-steun-organisaties-waarvan-activiteiten-66b6

Nummer
1008
Datum
27 april 2022

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1008 van de heer Josy Arens d.d. 27.04.2022

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/086 d.d. 25.05.2022, blz. 175

Vraag nr. 1008 van De heer volksvertegenwoordiger Josy Arens van 27 april 2022 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Financiële steun voor organisaties waarvan de activiteiten vrijgesteld zijn van btw.

VRAAG

1. Klopt het dat artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek in geen enkele beperking voorziet op het stuk van het aantal operaties die dienen tot de financiële ondersteuning van bepaalde instellingen waarop artikel 44 van dat wetboek van toepassing is, noch in een maximaal bedrag dat die instellingen mogen ontvangen?

2. Klopt het dat het leveren van goederen en diensten aan belastingplichtigen die recht hebben op een belastingaftrek of aan in het buitenland gevestigde belastingplichtigen tot geen enkele verstoring van de mededinging kan leiden?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 23.05.2022:

Artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek voorziet in een btw-vrijstelling voor de leveringen van goederen en de diensten, verricht door instellingen waarvan de handelingen overeenkomstig 1° tot 4°, 6°, 7°, 9° en 11° zijn vrijgesteld, in samenhang met werkzaamheden die zijn bestemd ter verkrijging van financiële steun en die uitsluitend ten bate van henzelf zijn georganiseerd, mits deze vrijstelling niet tot concurrentieverstoring kan leiden.

De vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, is slechts van toepassing indien de drie navolgende voorwaarden cumulatief zijn voldaan (zie ook circulaire 2017/C/23 van 19 april 2017):

- de werkzaamheid ter verkrijging van steun wordt georganiseerd door de instelling zelf waarvan de handelingen in het kader van haar gebruikelijke activiteiten als belastingplichtige van de belasting zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 2, 1° tot 4°, 6°, 7°, 9° en 11°, van het Btw-Wetboek. Om als organisator van een dergelijk evenement te worden aangemerkt, moet deze instelling de volledige verantwoordelijkheid hebben over de organisatie, inzonderheid inzake programmering, de opbouw en de werking van het evenement, de publiciteit, het innen van ontvangsten, enz.

- de werkzaamheid vormt geen economische activiteit van de belastingplichtige: ze is slechts occasioneel van aard, is erop gericht om financiële steun te verkrijgen voor de gebruikelijke vrijgestelde activiteit en wordt exclusief ten bate van de instelling zelf georganiseerd. Bij administratieve toegeving wordt aanvaard dat deze opbrengsten ook mogen worden aangewend voor de financiële steun van "een goed doel" (zie antwoord op de mondelinge vraag nr. 3617 van de heer Servais Verherstraeten van 6 mei 2015 -Integraal Verslag, Kamer, 2014-2015, CRIV 54 COM 161);

- de werkzaamheid mag geen concurrentieverstoring veroorzaken met andere economische operatoren die gelijkaardige handelingen verrichten. Zij beoogt slechts de uitzonderlijke opbrengsten die voortkomen uit activiteiten die geen reële afzonderlijke economische activiteit mogen vormen en die er op gericht zijn de realisatie van de nagestreefde doelen te vergemakkelijken. De gerealiseerde omzet naar aanleiding van het evenement noch de hoedanigheid van de afnemer van de goederen of diensten zijn evenwel bepalend. De administratie gaat ervan uit dat er geen concurrentieverstoring is indien het liefdadigheidsevenement of evenement ter verkrijging van steun hoogstens vier keer per kalenderjaar wordt georganiseerd. Zodra er in een kalenderjaar meer dan vier evenementen worden georganiseerd moet de betrokken instelling contact opnemen met de administratie die zal oordelen of er al dan niet sprake is van concurrentieverstoring.

De vraag of er sprake is van concurrentieverstoring is bijgevolg een feitenkwestie.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 444 voorkomens