Fiscale geldboeten. Aanvraag tot vermindering of kwijtschelding. Bevoegde overheid. Beslissing · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1000 29 maart 1994

Zoeken

Fiscale geldboeten. Aanvraag tot vermindering of kwijtschelding. Bevoegde overheid. BeslissingFiscale geldboeten. Aanvraag tot vermindering of kwijtschelding. Bevoegde overheid. Beslissing van de gewestelijke directeur. Bevoegdheid van de hoven en rechtbanken.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1000-fiscale-geldboeten-aanvraag-vermindering-kwijtschelding-7de2

Nummer
1000
Datum
29 maart 1994

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

22 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 115, blz. 12.136-12.139

Fiscale geldboeten - Aanvraag tot vermindering of kwijtschelding - Bevoegde overheid - Beslissing van de gewestelijke directeur - Bevoegdheid van de hoven en rechtbanken.

VRAAG

De BTW-plichtige die een boete opgelegd krijgt, kan hiervan op grond van artikel 84bis van het BTW-wetboek geheel of gedeeltelijk vrijstelling bekomen bij de gewestelijk directeur van de BTW. Ik verneem evenwel dat de gewestelijk directeur dergelijke verzoeken systematisch verwerpt zonder rekening te houden met de door de BTW-plichtige ingebrachte bijzondere omstandigheden.

1. Heeft de gewestelijk directeur van de BTW in deze een discretionaire macht, waarbij de BTW-plichtige voor het al dan niet goede onthaal van zijn verzoek geheel van de willekeur van de ambtenaar afhangt ?

2. Is het gerucht als zouden de gewestelijke directeurs van de BTW van het departement instructie gekregen hebben dergelijke verzoeken "om budgettaire redenen" nooit in te willigen, gegrond ?

3.

a) Over welke rechtsmiddelen beschikt de BTW-plichtige die niet instemt met de op grond van voormelde wetsbepaling genomen beslissing van de directeur, om tegen die beslissing op te komen ?

b) Binnen welke termijn moet hij in beroep gaan ?

c) Vanaf welke datum gaat die termijn in ?

ANTWOORD

Administratieve geldboeten, of het nu proportionele of niet proportionele zijn, werden in de BTW-wetgeving ingevoerd met het oog op het veilig stellen van de rechten van de Schatkist en om de administratie toe te laten te reageren tegen de inertie, de onzorgvuldigheid en de slechte wil van haar schuldenaars. Immers, het systeem van de BTW kan slechts correct functioneren en de inning kan enkel exact en billijk zijn op voorwaarde van het respect van de belastingplichtigen voor hun fiscale verplichtingen, dewelke niet alleen de juiste vaststelling verzekeren van hun eigen belastingschuld, maar ook die van hun contractanten.

Het nagestreefde doel zou niet kunnen worden bekomen indien, bij de vaststelling van de administratieve geldboeten in de verschillende gevallen, de omstandigheden eigen aan elke zaak werden miskend en wanneer die boeten niet op een uniforme wijze werden bepaald. Dat zou eveneens gelden wanneer naar aanleiding van een verzoek van de belastingplichtige, de kwijtschelding of de vermindering van de boeten systematisch zou worden verworpen zonder rekening te houden met de ingeroepen feitelijke omstandigheden of, integendeel, automatisch zou worden toegestaan op zicht van een schijnbare verantwoording.

Alzo bepaalt het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele administratieve geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 21 oktober 1993 en 30 maart 1994, voor de met proportionele boeten gesanctioneerde overtredingen - buiten de hypothese dat zij werden begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken - een reglementaire schaal tot vermindering van de op te leggen boeten.

Op dezelfde wijze bepaalt het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele administratieve geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 30 maart 1994, binnen het minimum en maximum van het wettelijk bedrag, een schaal van vermindering die rekening houdt met het karakter van de begane onregelmatigheid, zoals onder meer die ten gevolge van de onwetendheid, de vergissing of de onzorgvuldigheid.

Er kan dus alleen worden geantwoord op de door het geacht lid gestelde vragen in het licht van wat hierboven wordt gesteld.

1. De door de bevoegde ambtenaar opgelegde boete bij de vaststelling van de inbreuk is vatbaar voor kwijtschelding of vermindering door de gewestelijk directeur van de BTW, daartoe gedelegeerd door de minister van Financiën, ten gevolge van een verzoek op grond van artikel 84, alinea 2, van het BTW-Wetboek. De beslissing genomen door die laatste ambtenaar houdt rekening met alle particulariteiten eigen aan de zaak, maar ook met het door de wetgever beoogde doel.

2. In het kader van het beheer van de dossiers behorende tot hun bevoegdheid, staan de gewestelijke directeurs regelmatig kwijtscheldingen of verminderingen van boeten toe - in tegenstelling tot wat het geacht lid schijnt te beweren - wanneer de verzoeken werkelijk bijzondere omstandigheden bevatten en wanneer dergelijke kwijtscheldingen of verminderingen gegrond zijn. Zo het voorkomt dat, ondanks alles, geen positief gevolg in het voordeel van de belastingplichtige kan worden gegeven, zal de boete die de belastingplichtige uiteindelijk verschuldigd zal zijn, die zijn die voortvloeit uit de toepassing van de voormelde koninklijke besluiten nrs. 41 en 44, dat wil zeggen die welke, in de meerderheid van de gevallen, al het voorwerp uitmaakten van de reglementaire vermindering.

De natuur van de administratieve boeten die noch penale boeten, noch een belasting zijn, is onverenigbaar met elke administratieve instructie die, om een of andere reden, systematisch de verwerping van verzoeken tot kwijtschelding of vermindering zou voorschrijven; dergelijke instructies zouden bovendien ingaan tegen de bevoegdheid toegekend aan de gewestelijke directeurs.

3. Enkel de minister van Financiën of de door hem aangewezen ambtenaar, in casu de bevoegde gewestelijke directeur, kan beslissingen nemen inzake verzoeken die de kwijtschelding van administratieve geldboeten tot voorwerp hebben, en volgens het Hof van cassatie, hebben rechtbanken niet het recht een dergelijke kwijtschelding toe te staan en kunnen zij zich enkel uitspreken over het bestaan van de inbreuken en de wettelijkheid van de belastingen en opgelegde boeten. De bevoegdheid om boeten kwijt te schelden toebehorend aan de minister van Financiën of de door hem aangewezen ambtenaar, is vergelijkbaar met een genaderecht en impliceert dat voorafgaand het bestaan van een inbreuk werd vastgesteld. Geen enkel verhaal voor de rechtbanken of de hoven staat derhalve open tegen de beslissing van de gewestelijke directeur genomen op grond van artikel 84, alinea 2, van het BTW-wetboek.

Eenmaal de gewestelijk directeur een beslissing genomen heeft en die aan de belastingplichtige heeft ter kennis gebracht, heeft die beslissing een definitief karakter en is er geen enkel verhaal mogelijk op administratief vlak.

De minister van Financiën of, bij delegatie, de directeur-generaal van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen kan niettemin altijd een lopend dossier naar zich toe trekken. Daarenboven verplichten richtlijnen de moeilijke gevallen voor te leggen aan de voormelde autoriteiten.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 842 voorkomens
WBTW art. 84bis1 voorkomen