Vr. en Antw., Senaat
Fiscale geldboeten - Barema's
VRAAG
De wetgeving op de BTW voorziet boeten die van ambtswege opgelegd kunnen worden, wat volgens mij tot duidelijke misbruiken kan leiden.
Het wil me voorkomen dat de bevoegde administratie over het hoofd ziet dat die boeten straffen zijn voor overtredingen (gaat de Administratie der directe belastingen er a contrario niet van uit dat die vallen onder de toepassing van artikel 50, 5°, WIB?) en geen afhoudingen die in alle omstandigheden en zonder enig onderscheid uitgevoerd moeten worden.
Een voorbeeld nu: een nieuwe BTW-plichtige begint zijn activiteit. De BTW is hierop gedeeltelijk van toepassing en gedeeltelijk weer niet. Het gaat dus om een gedeeltelijk BTW-plichtige.
Aangezien de betrokkene bij gebrek aan ervaring niet weet hoeveel van de voorbelasting afgetrokken mag worden, dient hij zijn eerste periodieke aangifte in alsof hij recht had op een volledige aftrek, met dien verstande evenwel dat hij verwacht dat het percentage wordt vastgesteld na overleg tussen de controledienst en hemzelf. Het krediet dat na die aangifte overblijft, wordt hem niet teruggegeven. De controleur van de BTW controleert de desbetreffende periode en stelt een percentage voor aan de betrokkene die het voorstel aanvaardt. Daarop stelt de controleur hem een regularisatie voor waarbij boeten worden opgelegd wegens "vastgestelde overtredingen" (sic). Daarmee wordt bedoeld de bedragen die zich afgetrokken hebben boven het nadien vastgestelde percentage, waarbij het bovendien gaat om een krediet waarvan geen frank werd teruggegeven. Dit komt neer op een straf voor een overtreding die niet werd begaan.
Met dit lukraak voorbeeld heb ik alleen willen wijzen op het bestaan van een bepaalde mentaliteit.
Kunt U mij bevestigen dat, inzake BTW zowel als in alle andere aangelegenheden, sancties bedoeld zijn om bewezen overtredingen te bestraffen en niet om belastingplichtigen werkschuw te maken?
ANTWOORD
Iedere overtreding van de door het BTW-Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen maatregelen wordt, naargelang van de aard van die overtreding, beteugeld met een proportionele wettelijke boete die gelijk is aan het dubbel van de ontoereikende belasting, of met een wettelijke boete van 1000 tot 10.000 frank.
Behoudens in geval van gekarakteriseerde fraude worden deze boeten, die van rechtswege verschuldigd is, ambtshalve verminderd, overeenkomstig uniforme barema's die gelden voor alle belastingplichtigen.
Deze barema's die overigens werden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 26 juni 1973, 17 november 1973, 28 februari 1974 en 16 maart 1976 en die, wat de proportionele boeten betreft, werden vervangen door het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 Z. Revue nr. 76, blz. 117.
(zie Belgisch Staatsblad van 7 februari 1987), zijn zeer mild en houden reeds rekening met de goede trouw van de belastingplichtigen.
Aangezien het geachte Lid blijkbaar een concreet geval beoogt, ben ik bereid het door mijn diensten te laten onderzoeken indien mij de volledige identiteit van de betrokken persoon wordt medegedeeld.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.