Slachthuizen: keurrechten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1 20 oktober 1976

Zoeken

Slachthuizen: keurrechten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1-slachthuizen-keurrechten-vankeirsbilck-slachthuis-db9d

Nummer
1
Datum
20 oktober 1976

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Slachthuizen: keurrechten

VRAAG

Het koninklijk besluit van 13 december 1966 ( Belgisch Staatsblad van 30 maart 1967) gewijzigd bij koninklijk besluit van 5 januari 1968 ( Belgisch Staatsblad van 12 maart 1968) handelt over de vaststelling van de keurrechten in de gemeenten en inrichtingen waar de vleeskeuringsdienst van rijkswege is geregeld.

Artikel 6 van dit koninklijk besluit bepaalt: "Op de in artikel 5 bepaalde rechten houdt het gemeentebestuur een som van respectievelijk 5 fr., 3 fr. en 2 fr. af. Het saldo van de geïnde rechten wordt tenminste elke maand aan de keurder uitbetaald.

"In het geval van een slachthuis dat uitgebaat wordt door particulieren, natuurlijke- of rechtspersonen, is het gemeentebestuur echter gehouden, tenminste éénmaal per maand, de uitbater te bezoldigen tegen 75% van de afgehouden sommen.

Deze bezoldiging is bestemd om de administratieve kosten in verband met de inschrijving der slachtingsaangiften, te dekken.

De uitbater moet zelf instaan voor het aanschaffen van het nodige drukwerk waarvan de modellen vastgesteld werden bij ministerieel besluit."

Sedert enige tijd zijn er moeilijkheden gerezen in bepaalde gemeenten waar slachthuizen uitgebaat worden.

Sommige uitbaters eisen van het gemeentebestuur buiten de voorziene 75%, een verhoging van 18% BTW op de hen verschuldigde vergoeding. Bijgevolg betaalt de gemeente in totaal 75 + 18% = 88,5% van de ingehouden bedragen en blijft er in de gemeentekas 100 - 88,5% = 11,5% in plaats van de vroegere 25%.

Bij nader onderzoek en navraag bij diverse BTW-diensten blijkt echter dat ieder BTW-controle er een eigen zienswijze op nahoudt en bijgevolg een eigen interpretatie geeft aan de aard van deze bezoldiging. Zo komt men voor het feit te staan dat bepaalde besturen BTW betalen, andere niet.

U begrijpt dat zulke verplichting aan de gemeenten waar soms zeer belangrijke slachthuizen ingericht zijn, zware financiële gevolgen met zich brengt.

Ik zou de achtbare heer Minister dan ook dankbaar zijn mij te willen mededelen welke de verplichtingen zijn van deze gemeentebesturen inzake het betalen van BTW.

ANTWOORD

Overeenkomstig de reglementering betreffende de vleeskeuring en vleeshandel (z. onder meer de wet van 5 september 1952 en art. 7, § 2, van het kon. besl. van 9 maart 1953, gewijzigd bij het kon. besl. van 5 januari 1968) moet de exploitant van een privaat slachthuis, dat met een openbaar slachthuis is gelijkgesteld, een register houden waarin de te slachten dieren, bij het binnenkomen, worden ingeschreven.

Bovendien wordt de vergoeding die de gemeente aan de exploitant van het slachthuis voor het nakomen van bovengenoemde verplichting gehouden is uit te keren, geregeld bij artikel 6 van het koninklijk besluit van 13 december 1966, zoals dit werd gewijzigd bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 5 januari 1968.

Hieruit volgt dat de nakoming van de bedoelde verplichting niet haar oorzaak vindt in een contract maar in de uitvoering van de bovengenoemde reglementering zodat zij niet aan de BTW is onderworpen.

Wanneer door sommige exploitanten van een privaat slachthuis met betrekking tot bovengenoemde vergoeding BTW aan de gemeenten aangerekend zou zijn, kunnen zij, overeenkomstig de artikelen 77, § 1, 1°, en 82 van het BTW-Wetboek teruggaaf verkrijgen van de aldus ten onrechte betaalde belasting.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 771 voorkomen
WBTW art. 821 voorkomen