Vrijstellingen bij invoer (15.05.2025) · Btw-commentaar

Naar de tekst
Juriel

27 mei 2025

Zoeken

Vrijstellingen bij invoer (15.05.2025)

https://juriel.be/nl/btw-commentaar/vrijstellingen-invoer-ad96

Datum
27 mei 2025

Over het document

Verzameling
Btw-commentaar
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

423 paragrafen

Btw-Commentaar. Vrijstellingen bij invoer (15.05.2025)

BOEKWERK II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief

Hoofdstuk 8: Vrijstellingen voor uitvoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen, invoer en internationaal vervoer

Afdeling 5 - Vrijstellingen bij invoer

Bijwerking 15.05.2025 – Vorige versies: [01.07.2018] [01.06.2020] [01.10.2022] [01.09.2023] [01.06.2024]

Inhoud · 24 onderdelen

1. Algemeen

2. Vrijstelling bedoeld in artikel 39quater, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek

3. Vrijstellingen bedoeld in artikel 40, § 1, van het Btw-Wetboek

A. Algemeen

B. Invoer van goederen waarvan de levering door belastingplichtigen in het binnenland in elk geval is vrijgesteld (artikel 40, § 1, 1°, a), van het Btw-Wetboek)

C. Invoer van goederen die een definitieve vrijstelling genieten op grond van de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering (artikel 40, § 1, 1°, b), van het Btw-Wetboek)

D. Invoer van goederen die wordt gevolgd door een vrijgestelde intracommunautaire levering van die goederen (artikel 40, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek)

a. Algemeen

b. Voorwaarden

c. Formaliteiten

d. Verval van de vrijstelling

E. Invoer van goederen in het kader van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, waarbij de aangifte en betaling van de verschuldigde btw wordt verricht via de invoerregeling van het OSS-systeem (artikel 40, § 1, 1°bis, van het Btw-Wetboek)

a. Algemeen

b. Voorwaarden

F. Wederinvoer van goederen in de staat waarin ze werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap (artikel 40, § 1, 2°, a), van het Btw-Wetboek)

a. Algemeen

b. Voorwaarden

G. Wederinvoer van goederen die buiten de Gemeenschap een herstelling, een bewerking, een verwerking of een aanpassing hebben ondergaan (artikel 40, § 1, 2°, b), van het Btw-Wetboek)

a. Algemeen

b. Voorwaarden en modaliteiten

c. Personen die aanspraak kunnen maken op de vrijstelling

d. Bedrag waarvoor vrijstelling wordt verleend

 Gedeeltelijke vrijstelling van de belasting

 Gehele vrijstelling van de belasting

H. Invoer van gas via een aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, van gas dat van op een gastransportschip in een aardgassysteem of een upstreampijpleidingnet wordt ingebracht, van elektriciteit of van warmte of koude via warmte– of koudenetten (artikel 40, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek)

a. Algemeen

b. Draagwijdte van de vrijstelling

c. Beoogde goederen

d. Formaliteiten

I. Invoer van goederen waarvoor de Koning gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de belasting verleent om de uitvoering van internationale akten te verzekeren (artikel 40, § 4, van het Btw-Wetboek)

4. Vrijstellingen bedoeld in artikel 40, § 2, van het Btw-Wetboek

A. Levering en verwerving van goederen met handhaving van een in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regeling (artikel 40, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek)

B. Diensten met betrekking tot goederen die zich onder een in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regeling bevinden (artikel 40, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek)

C. Gevolgen voor de vrijstelling van de onttrekking van goederen aan een in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regeling

5. Vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 3, eerste lid, 1° tot en met 4°bis, 5°, 7°, 8° en 9°, van het Btw-Wetboek

6. Vrijstelling bedoeld in artikel 44bis, § 1, van het Btw-Wetboek

7. Bijzondere gevallen

A. Tabaksfabrikaten

B. Vis, schaal-, schelp, en weekdieren

C. Recuperatiestoffen en -producten

D. Periodieke publicaties

[Top]

1. Algemeen

Artikel 3 van het Btw-Wetboek bepaalt dat de invoer van goederen, door wie ook, aan de belasting onderworpen is wanneer de invoer in België plaatsvindt (zie daartoe ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen – Hoofdstuk 4: Invoer, Afdeling 2, titel 3’).

De artikelen 39quater, § 1, eerste lid, 1°, 40, 42, § 3, eerste lid, 1° tot en met 4°bis, 5°, 7°, 8° en 9°, en 44bis, § 1, van het Btw-Wetboek voorzien in bepaalde situaties of voor bepaalde goederen evenwel in een vrijstelling. Daarbij wordt opgemerkt dat een vrijstelling van de btw bij invoer slechts wordt verleend wanneer een goed in België is ingevoerd en er voor het verbruik wordt aangegeven. Voornoemde vrijstellingen worden hierna toegelicht.

2. Vrijstelling bedoeld in artikel 39quater, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek

Op grond van artikel 39quater, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de invoer van goederen die onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot (het zogenaamde btw-entrepot) worden geplaatst.

Voor een omstandige toelichting van die vrijstelling wordt verwezen naar Afdeling 4, van dit Hoofdstuk 8, hiervoor.

3. Vrijstellingen bedoeld in artikel 40, § 1, van het Btw-Wetboek

A. Algemeen

Artikel 40, § 1, van het Btw-Wetboek verleent vrijstelling van de belasting voor:

•de invoer van goederen waarvan de levering door belastingplichtigen in het binnenland in elk geval is vrijgesteld (artikel 40, § 1, 1°, a), van het Btw-Wetboek)

•de invoer van goederen die een definitieve vrijstelling genieten op grond van de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering (artikel 40, § 1, 1°, b), van het Btw-Wetboek)

•de invoer van goederen die wordt gevolgd door een vrijgestelde intracommunautaire levering van die goederen (artikel 40, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek)

•de invoer van goederen in het kader van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, waarbij de aangifte en betaling van de verschuldigde btw wordt verricht via de invoerregeling van het OSS-systeem (artikel 40, § 1, 1°bis, van het Btw-Wetboek)

•de wederinvoer van goederen in de staat waarin ze werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap (artikel 40, § 1, 2°, a), van het Btw-Wetboek)

•de wederinvoer van goederen die buiten de Gemeenschap een herstelling, een bewerking, een verwerking of een aanpassing hebben ondergaan (artikel 40, § 1, 2°, b), van het Btw-Wetboek)

•de invoer van gas via een aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, van gas dat van op een gastransportschip in een aardgassysteem of een upstreampijpleidingnet wordt ingebracht, van elektriciteit of van warmte of koude via warmte– of koudenetten (artikel 40, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek)

•de invoer van goederen waarvoor de Koning gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de belasting verleent om de uitvoering van internationale akten te verzekeren (artikel 40, § 4, van het Btw-Wetboek).

Op grond van artikel 40, §§ 3 en 4, van het Btw-Wetboek, kan de Koning beperkingen opleggen en voorwaarden stellen voor de toepassing van de voornoemde vrijstellingen.

Bedoelde vrijstellingen worden in de volgende rubrieken uitvoerig besproken.

B. Invoer van goederen waarvan de levering door belastingplichtigen in het binnenland in elk geval is vrijgesteld (artikel 40, § 1, 1°, a), van het Btw-Wetboek)

Op grond van artikel 40, § 1, 1°, a), van het Btw-Wetboek wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de invoer van goederen waarvan de levering door belastingplichtigen in het binnenland in elk geval is vrijgesteld.

Er wordt onder meer vrijstelling van de belasting verleend voor de invoer van volgende goederen:

•menselijke organen, menselijk bloed en moedermelk. De levering van die goederen in het binnenland is immers vrijgesteld van de belasting, overeenkomstig artikel 44, § 2, 1°ter, van het Btw-Wetboek.

•boeken, brochures, handboeken en andere gebruikelijke toebehoren die worden ingevoerd door leerlingen van een cursus die per briefwisseling wordt ingericht door een in het buitenland gevestigde instelling die schoolonderwijs, universitair onderwijs, beroepsopleidingen of -herscholingen verstrekt, indien die goederen rechtstreeks verband houden met het verstrekte onderricht en de levering van die goederen door een dergelijke instelling in het binnenland van de btw is vrijgesteld op grond van artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek (zie circulaire AAFisc nr. 50/2013 (nr. E.T. 124.537) van 29.11.2013).

•schepen, boten, vliegtuigen en voorwerpen bestemd om erin te worden ingelijfd of om te dienen voor de exploitatie ervan, bedoeld in artikel 42, §§ 1 en 2, van het Btw-Wetboek, die worden ingevoerd met inachtneming van de voorwaarden en binnen de perken die voor de toepassing van de in die bepaling voorziene vrijstelling zijn gesteld.

•goederen bestemd voor erkende organisaties die deze goederen uit de Gemeenschap uitvoeren in het kader van hun menslievend, liefdadig of opvoedkundig werk buiten de Gemeenschap, die worden ingevoerd met inachtneming van de voorwaarden en binnen de perken gesteld voor de toepassing van de vrijstelling voorzien in artikel 42, § 3, eerste lid, 10°, van het Btw-Wetboek.

•echte parels, natuurlijke edelstenen en dergelijke die worden ingevoerd door personen die uitsluitend handelaar in die goederen zijn, met inachtneming van de voorwaarden en binnen de perken gesteld voor de toepassing van de vrijstelling voorzien in artikel 42, § 4, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek.

De administratie aanvaardt dat de vrijstelling eveneens van toepassing is op de invoer van presentexemplaren van een boek of van een plaat die de buitenlandse uitgever aan de auteur aanbiedt evenals van de recensie-exemplaren welke hij aan critici en andere personen of instellingen aanbiedt om de verkoop van de desbetreffende goederen te bevorderen of ze voor een ruimer publiek te bestemmen. De vrijstelling wordt evenwel slechts verleend op voorwaarde dat die goederen, overeenkomstig beslissing nr. E.T. 6.310 van 20.09.1971, als een handelsmonster zouden worden aangemerkt ingeval van een levering ervan in België.

In de gevallen waarin de geadresseerde bij de invoer btw heeft betaald, maar zich op de toepassing van artikel 40, § 1, 1°, a), van het Btw-Wetboek kan beroepen, wordt de vrijstelling bij wijze van teruggaaf verleend, overeenkomstig artikel 11, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 7 van 29.12.1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

De aanvraag tot teruggaaf van de bij invoer voldane btw moet worden ingediend bij de dienst Operationele Expertise en Ondersteuning - Btw van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit (per post: Koning Albert II-laan 33 – bus 514, 1030 Brussel of per e-mail: aagfisc.exp.tva.btw@minfin.fed.be).

C. Invoer van goederen die een definitieve vrijstelling genieten op grond van de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering (artikel 40, § 1, 1°, b), van het Btw-Wetboek)

Op grond van artikel 40, § 1, 1°, b), van het Btw-Wetboek wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de invoer van goederen die een definitieve vrijstelling genieten op grond van de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering.

Meer bepaald, wordt de definitieve invoer van de goederen bedoeld in de artikelen 12 tot en met 37 van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, vrijgesteld van de btw. De vrijstelling wordt evenwel slechts verleend met inachtneming van de beperkingen en onder de voorwaarden vermeld in voornoemde bepalingen.

Die bepalingen vormen de omzetting in Belgisch recht van richtlijn 2009/132/EG van de Raad van 19.10.2009 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 143, onder b) en c), van richtlijn 2006/112/EG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen.

Inzake douane geldt voor het merendeel van die situaties een vrijstelling op het stuk van de invoerrechten, overeenkomstig verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16.11.2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.

Volgende tabel geeft een overzicht van de goederen die met vrijstelling van de belasting kunnen worden ingevoerd en verwijst tevens naar de bijhorende wettelijke bepaling tot regeling van de vrijstelling.

Nr.

Omschrijving van de goederen

Artikel van het koninklijk besluit nr. 7

1

Persoonlijke goederen die door een natuurlijke persoon worden ingevoerd naar aanleiding van de overbrenging van zijn normale verblijfplaats van buiten de Gemeenschap naar een lidstaat

12 en 13

2

Huwelijksuitzetten en inboedel die toebehoren aan een persoon die zijn normale verblijfplaats naar het grondgebied van de Gemeenschap overbrengt ter gelegenheid van zijn huwelijk

12 en 14

3

Geschenken die gewoonlijk ter gelegenheid van een huwelijk worden aangeboden

12 en 15

4

Persoonlijke goederen die door erfopvolging zijn verkregen

12 en 16

5

Uitzetten, studiebenodigdheden en gebruikte roerende goederen die de normale meubilering van een studentenkamer vormen

17

6

Kapitaalgoederen en andere uitrusting toebehorend aan bedrijven die hun activiteiten in een derde land of een derdelands gebied van herkomst definitief staken om een soortgelijke activiteit te komen uitoefenen in de Gemeenschap

19

7

Niet meer dan zes maanden oude, in een derde land of derdelands gebied geboren, jongen van een in de Gemeenschap gedekt paard van zuiver ras dat vervolgens tijdelijk is uitgevoerd om haar jongen te werpen

20

8

Speciaal voor laboratoriumgebruik gefokte dieren en voor onderzoek bestemde biologische of chemische stoffen

21

9

Therapeutische stoffen van menselijke oorsprong en testsera voor de vaststelling van bloed- of weefselgroepen

22

10

Monsters van referentiestoffen die worden gebruikt voor de kwaliteitscontrole van bij de vervaardiging van geneesmiddelen gebezigde stoffen

23

11

Farmaceutische producten voor menselijke of diergeneeskunde die bestemd zijn voor gebruik door personen of dieren die zullen deelnemen aan internationale sportevenementen

24

12

Voor instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter bestemde goederen die worden ingevoerd:

•voor algemene doeleinden

•ten behoeve van blinden en andere personen met een lichamelijke of geestelijke beperking

•ten bate van slachtoffers van rampen

25

26

27

13

Als eerbewijs verleende onderscheidingen en beloningen

28

14

Geschenken in het kader van internationale betrekkingen

29

15

Giften aangeboden aan regerende vorsten en staatshoofden evenals goederen bestemd om door vorsten en staatshoofden van een derde land te worden gebruikt of verbruikt gedurende hun officieel verblijf in de Gemeenschap

30

16

Goederen voor klantenwerving:

•monsters van goederen met een onbeduidende waarde

•drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden

•goederen die bestemd zijn voor gebruik of verbruik op tentoonstellingen en dergelijke

31

32

33

17

Goederen die bestemd zijn voor onderzoek, analyses of proefnemingen met het oog op de vaststelling van hun samenstelling, kwaliteit of andere technische kenmerken voor het verkrijgen van informatie of voor industrieel of commercieel onderzoek

34

18

Brandstof en smeermiddelen in gemotoriseerde landvoertuigen en in containers voor speciale doeleinden

35

19

Zendingen bestemd voor instellingen die bevoegd zijn ter zake van de bescherming van auteursrechten of de bescherming van industriële en commerciële eigendom

36, 1°

20

Documentatiemateriaal van toeristische aard

36, 2° tot en met 4°

21

Diverse bescheiden en voorwerpen

36, 5° tot en met 20° en 23°

22

Goederen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard:

•visueel en auditief materiaal

•voorwerpen die deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen

36, 21°

36, 22°

23

Hulpmateriaal gebruikt voor de stuwing en de bescherming van goederen tijdens het vervoer naar het grondgebied van de Gemeenschap

36, 24°

24

Strooisel, foerage en al het voer aan boord van vervoermiddelen die worden gebruikt voor het vervoer van dieren naar het grondgebied van de Gemeenschap

36, 25°

25

Goederen gebruikt voor de aanleg, het onderhoud of de verfraaiing van begraafplaatsen, graven en gedenktekens voor oorlogsslachtoffers van een derde land die in de Gemeenschap zijn begraven

36, 26°

26

27

Lijkkisten die het stoffelijk overschot en urnen die de as van overledenen bevatten, alsmede bloemen, kransen en andere ornamenten die deze gewoonlijk vergezellen

Bloemen, kransen en andere ornamenten die worden meegebracht door personen die buiten de Gemeenschap woonachtig zijn en zich naar een begrafenis begeven of graven op het grondgebied van de Gemeenschap komen verfraaien

36, 27°

36, 28°

28

Provisie, brandstoffen en smeermiddelen aan boord van schepen of aanwezig in treinen en luchtvaartuigen in internationaal verkeer

37

Met ingang van 01.07.2021 werd de vrijstelling voor de definitieve invoer van goederen met een globale waarde van niet meer dan 22 euro afgeschaft. Artikel 12 van het koninklijk besluit van 29.06.2021 (BS 01.07.2021) heeft daartoe artikel 18 van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, opgeheven.

D. Invoer van goederen die wordt gevolgd door een vrijgestelde intracommunautaire levering van die goederen (artikel 40, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek)

a. Algemeen

Op grond van artikel 40, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de invoer van goederen die vanuit een derdelandsgebied of een derde land naar een andere lidstaat dan België worden verzonden of vervoerd, indien de levering van die goederen verricht door de persoon op wiens naam de ter zake van invoer verschuldigde belasting mag of moet worden voldaan uit hoofde van artikel 52, § 1, tweede lid, van het Btw-Wetboek, vrijgesteld is overeenkomstig artikel 39bis van het Btw-Wetboek.

Voornoemde bepaling stelt met andere woorden vrij van de belasting, de invoer van goederen die vervolgens door de geadresseerde met vrijstelling van de btw worden geleverd in toepassing van artikel 39bis van het Btw-Wetboek.

b. Voorwaarden

De vrijstelling is onderworpen aan het vervullen van de volgende drie cumulatieve voorwaarden:

•de ingevoerde goederen worden aangewend voor het verrichten van een levering van goederen

•die levering is vrijgesteld van de btw op grond van artikel 39bis van het Btw-Wetboek

•die levering wordt door de geadresseerde van de ingevoerde goederen verricht.

Voorwaarde 1: de ingevoerde goederen worden aangewend voor het verrichten van een levering van goederen

De ingevoerde goederen moeten worden aangewend voor het verrichten van:

•een levering van goederen in de zin van artikel 10 van het Btw-Wetboek (zie ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 2: Leveringen van goederen, Afdeling 4’)

•een overbrenging die met een levering van goederen onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld, overeenkomstig artikel 12bis van het Btw-Wetboek (zie ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 2: Leveringen van goederen, Afdeling 7’)

Bedoelde vrijstelling kan bijgevolg uitsluitend worden toegepast wanneer de geadresseerde de ingevoerde goederen zal gebruiken voor het verrichten van een levering van goederen of van een daarmee gelijkgestelde overbrenging. Elk ander gebruik van de ingevoerde goederen sluit de toepassing van de vrijstelling uit. Dit laatste is onder meer het geval indien de ingevoerde goederen het voorwerp uitmaken van een overbrenging in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep bedoeld in artikel 12ter van het Btw-Wetboek.

Voorbeeld

Een Belgische firma koopt in de Verenigde Staten een machine die bestemd is om gedurende een jaar aan een in Duitsland gevestigde firma te verhuren. De machine wordt in België ingevoerd (in het vrije verkeer gebracht en voor het verbruik aangegeven) en onmiddellijk naar Duitsland vervoerd om er door de in Duitsland gevestigde firma te worden gebruikt.

De verhuur van de machine is geen levering van een goed in de zin van artikel 10 van het Btw-Wetboek, maar een dienst bedoeld in artikel 18 van het Btw-Wetboek. Bovendien geeft het vervoer van de machine van België naar Duitsland, op grond van artikel 12bis, tweede lid, 5°, van het Btw-Wetboek, geen aanleiding tot een met een levering van goederen onder bezwarende titel gelijkgestelde overbrenging.

Derhalve kan de invoer van de machine in België niet worden vrijgesteld van de btw op grond van artikel 40, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek.

Voorwaarde 2: de levering is vrijgesteld van de btw op grond van artikel 39bis van het Btw-Wetboek

De na te leven voorwaarden en toe te passen formaliteiten met betrekking tot de vrijstellingen bedoeld in artikel 39bis van het Btw-Wetboek worden uitvoerig toegelicht in Afdeling 3, titels 5 tot en met 8, van dit Hoofdstuk 8, hiervoor.

Er wordt aan herinnerd dat die vrijstellingen slechts van toepassing zijn, indien onder meer de volgende voorwaarden worden vervuld:

•de goederen worden door de verkoper, door de afnemer of voor hun rekening vanuit België naar een andere lidstaat verzonden of vervoerd

•de levering geeft in beginsel aanleiding tot een aan de btw onderworpen intracommunautaire verwerving in de lidstaat van aankomst van de goederen, met uitzondering van de situatie waarin gebruik wordt gemaakt van de regeling van het vereenvoudigd intracommunautair driehoeksverkeer (zie subrubriek c, van deze rubriek D, hierna, en ‘Boekwerk VI: Specifieke topics – Hoofdstuk 16: Specifieke topics, Afdeling 9, titel 3’).

De vrijstelling bij invoer kan derhalve slechts worden toegepast indien, op het tijdstip van de aangifte ten verbruik, de identiteit gekend is van de persoon die er ingevolge de intracommunautaire levering toe gehouden is een intracommunautaire verwerving in de lidstaat van bestemming van de goederen te verrichten.

Op het tijdstip van de aangifte ten verbruik van de goederen moet de geadresseerde die daartoe door de douane wordt verzocht, kunnen aantonen dat de ingevoerde goederen bestemd zijn om vanuit België naar een andere lidstaat te worden verzonden of vervoerd, overeenkomstig artikel 39, § 1, tweede lid, in fine, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.

Bovendien moet dat vervoer of die verzending binnen een korte termijn na de aangifte ten verbruik plaatsvinden. Er kan worden aanvaard dat de goederen na die aangifte naar het magazijn van de geadresseerde worden vervoerd, met het oog op een kwaliteitsonderzoek of om gezamenlijk met andere goederen te worden vervoerd.

Voorwaarde 3: de levering wordt door de geadresseerde van de ingevoerde goederen verricht

De vrijstelling bedoeld in artikel 40, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek wordt slechts verleend indien de ingevoerde goederen door de geadresseerde, in de zin van artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, worden geleverd met vrijstelling van de btw in toepassing van artikel 39bis van het Btw-Wetboek.

Het recht op de toepassing van voornoemde vrijstelling bij invoer dient derhalve in hoofde van de geadresseerde te worden onderzocht. Voor een omstandige toelichting van de hoedanigheid van geadresseerde wordt verwezen naar ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 4: Invoer, Afdeling 5, titel 3, rubriek B’.

Voorbeeld

Een in de Verenigde Staten gevestigde onderneming A verkoopt goederen aan een in België gevestigde belastingplichtige B, die de goederen op zijn beurt doorverkoopt aan een in Duitsland voor btw-doeleinden geïdentificeerde persoon C. De goederen worden door C rechtstreeks vanuit de opslagplaats van A in de Verenigde Staten naar Duitsland vervoerd. Ze komen de Gemeenschap binnen via Antwerpen, waar ze in het vrije verkeer worden gebracht en van waaruit ze onmiddellijk naar Duitsland worden vervoerd. Het betreft derhalve een kettingverkoop waarin het vervoer in de relatie B-C plaatsvindt.

Afhankelijk van de persoon die bij de invoer van de goederen als geadresseerde optreedt, kan de invoer al dan niet van de belasting worden vrijgesteld op grond van artikel 40, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek:

•in beginsel zal de aangifte ten verbruik C als geadresseerde vermelden, zijnde de verkrijger. Om de invoer op zijn naam te kunnen verrichten, moet hij een individueel Belgisch btw-identificatienummer bezitten (ingevolge een rechtstreekse btw-identificatie of ingevolge de erkenning van een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger) of zich voor de invoer van de goederen laten vertegenwoordigen door een vooraf door de administratie erkende aansprakelijke vertegenwoordiger die over een globaal btw-identificatienummer met beginkenmerk BE 0796.5 beschikt, waaronder hij meerdere niet in België gevestigde belastingplichtigen vertegenwoordigt.

Vervolgens verricht C een overbrenging in de zin van artikel 12bis van het Btw-Wetboek, die op grond van artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Btw-Wetboek is vrijgesteld. Bijgevolg kan de invoer op naam van C op grond van artikel 40, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek worden vrijgesteld van de btw.

•B kan in zijn hoedanigheid van leverancier van de goederen als geadresseerde optreden.

Vervolgens verricht B een levering van goederen die overeenkomstig artikel 14, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek in België plaatsvindt en die er op grond van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek vrijgesteld is van de btw. Bijgevolg kan de invoer op naam van B eveneens op grond van artikel 40, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek worden vrijgesteld van de btw.

•A kan in zijn hoedanigheid van vorige leverancier eveneens als geadresseerde optreden, op voorwaarde dat hij een individueel Belgisch btw-identificatienummer bezit (ingevolge de erkenning van een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger) of zich voor de invoer van de goederen laat vertegenwoordigen door een vooraf door de administratie erkende aansprakelijke vertegenwoordiger die over een globaal btw-identificatienummer met beginkenmerk BE 0796.5 beschikt, waaronder hij meerdere niet in België gevestigde belastingplichtigen vertegenwoordigt.

Vermits C het vervoer zelf voor eigen rekening verricht, vindt het vervoer plaats in de relatie B-C. De op grond van artikel 39bis van het Btw-Wetboek vrijgestelde intracommunautaire levering van goederen wordt aldus niet door de geadresseerde A, maar door B in de volgende handelsfase verricht. Bijgevolg kan de invoer op naam van A, in die omstandigheden, niet worden vrijgesteld van de btw op grond van artikel 40, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek.

Opmerking

Uit de tweede voorwaarde, hiervoor, volgt dat de geadresseerde steeds een belastingplichtige moet zijn voor de toepassing van de vrijstelling voorzien in artikel 40, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek. Bovendien mag het geen belastingplichtige zijn:

•die onderworpen is aan de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen bedoeld in artikel 56bis van het Btw-Wetboek, tenzij het een invoer van een nieuw vervoermiddel betreft

•die uitsluitend handelingen verricht die op grond van artikel 44 van het Btw-Wetboek (artikelen 132 tot en met 137 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd) zijn vrijgesteld en hem geen recht op aftrek verlenen, tenzij het een invoer van een nieuw vervoermiddel betreft.

c. Formaliteiten

In het eerste deelvak van vak 37 van de aangifte ten verbruik moet de regeling 42 worden vermeld en in vak 17a de landencode van de lidstaat van bestemming.

In vak 47 moet bij belastingcode B00 (btw) in de vierde kolom de vermelding ‘vrijstelling’ worden aangebracht. In de vijfde kolom mag geen enkele code worden vermeld.

Wat de vermeldingen in de vakken 8 en 44 van het als aangifte ten verbruik gebruikte formulier enig document betreft, wordt verwezen naar ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 4: Invoer, Afdeling 4, titel 2, rubriek B, subrubriek c’.

Tevens dient in vak 44 de vermelding ‘Vrijstelling btw – Artikel 40, § 1, 1°, letter d), van het Btw-Wetboek’ te worden vermeld alsook, overeenkomstig artikel 39, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, het btw-identificatienummer van de persoon aan wie de geadresseerde de goederen levert of, ingeval van een overbrenging, het btw-identificatienummer waarover de geadresseerde zelf in de lidstaat van bestemming beschikt. Het te vermelden btw-identificatienummer dient dus steeds door een andere lidstaat dan België te zijn toegekend en moet voorafgegaan worden door de TARIC-certificaatcode Y041.

De medecontractant van de geadresseerde is de persoon die er in beginsel toe gehouden is een aan de belasting onderworpen intracommunautaire verwerving te verrichten in de lidstaat van bestemming van de goederen. In het kader van de regeling van het vereenvoudigd intracommunautair driehoeksverkeer (zie ‘Boekwerk VI: Specifieke topics – Hoofdstuk 16: Specifieke topics, Afdeling 9, titel 3’) verricht de persoon aan wie de geadresseerde de goederen levert, wiens btw-identificatienummer van een andere lidstaat dan België en dan de lidstaat van bestemming in vak 44 van de aangifte ten verbruik wordt vermeld, evenwel een intracommunautaire verwerving die niet aan de belasting is onderworpen in de lidstaat van bestemming.

Voorbeeld

Een in België gevestigde belastingplichtige A treedt als geadresseerde op voor de invoer in België van goederen uit Canada. De goederen zijn op het tijdstip van de invoer al verkocht aan een in Nederland gevestigde belastingplichtige B, die ze op zijn beurt reeds heeft doorverkocht aan een in Duitsland gevestigde belastingplichtige C. B komt de goederen in België ophalen en vervoert ze rechtstreeks naar C in Duitsland. Er wordt gebruik gemaakt van de regeling van het vereenvoudigd intracommunautair driehoeksverkeer (zie ‘Boekwerk VI: Specifieke topics – Hoofdstuk 16: Specifieke topics, Afdeling 9, titel 3’).

In vak 8 van de aangifte ten verbruik worden de firmanaam, het volledige adres en het EORI-nummer van A vermeld. In vak 44 wordt het Belgische btw-identificatienummer van A vermeld (na TARIC-certificaatcode Y040).

In vak 44 wordt eveneens het Nederlandse btw-identificatienummer van B vermeld (na TARIC-certificaatcode Y041), hoewel de goederen fysiek naar Duitsland worden vervoerd en aldaar intracommunautair worden verworven door B.

De geadresseerde A verricht in België immers een op grond van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek vrijgestelde intracommunautaire levering aan B, die in Duitsland een intracommunautaire verwerving verricht die er evenwel niet aan de belasting is onderworpen. Vervolgens levert B de goederen aan C, waarbij C wordt aangeduid als schuldenaar van de btw over de binnenlandse levering van de goederen in Duitsland.

Merk op dat de huidige toepassing PLDA in de nabije toekomst integraal zal worden vervangen door de toepassing IDMS, voor wat de invoeren van goederen betreft, waardoor voornoemde vermeldingen op een andere wijze zullen moeten worden opgenomen in de douaneaangifte ten invoer. De toepassing IDMS zal in de loop van dit jaar gefaseerd worden uitgerold, met een geleidelijke uitbreiding van de scope en functionaliteiten. Voor meer informatie daaromtrent wordt verwezen naar de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen.

d. Verval van de vrijstelling

Op grond van artikel 39, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, kan de vrijstelling slechts worden toegepast wanneer goederen worden ingevoerd met naleving van de voorwaarden bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3 van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd. De artikelen 1 en 2 van dat koninklijk besluit leggen de verplichting op om de ingevoerde goederen aan te geven op de wijze en onder de voorwaarden bepaald in de douanereglementering. Op grond van artikel 3 van dat koninklijk besluit moeten de overeenkomstig artikel 23 van het Btw-Wetboek in België ingevoerde goederen voor het verbruik worden aangegeven.

Het recht op vrijstelling vervalt dus onder meer ingeval van invoer zonder aangifte of poging daartoe, wanneer voor het verbruik aangegeven goederen worden weggenomen vóór ze door de douane werden vrijgegeven of wanneer goederen op onregelmatige wijze aan één van de opschortende regelingen bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek worden onttrokken.

E. Invoer van goederen in het kader van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, waarbij de aangifte en betaling van de verschuldigde btw wordt verricht via de invoerregeling van het OSS-systeem (artikel 40, § 1, 1°bis, van het Btw-Wetboek)

a. Algemeen

Op grond van artikel 40, § 1, 1°bis, van het Btw-Wetboek wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de invoer van goederen, wanneer de belasting moet worden aangegeven in het kader van de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van de richtlijn 2006/112/EG en wanneer, uiterlijk bij de indiening van de invoeraangifte, het individuele btw-identificatienummer voor de toepassing van de bijzondere regeling, van de leverancier of van de voor zijn rekening handelende tussenpersoon, dat is toegekend overeenkomstig artikel 369octodecies van de richtlijn 2006/112/EG, aan het bevoegde douanekantoor is verstrekt.

Voornoemde bepaling stelt met andere woorden vrij van de belasting, de invoer van goederen die plaatsvindt in het kader van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, waarbij de aangifte en betaling van de verschuldigde btw wordt verricht via de invoerregeling van het OSS-systeem bedoeld in artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek.

Een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen zoals gedefinieerd in artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek geeft, in principe, aanleiding tot twee verschillende belastbare handelingen:

•een levering met verzending of vervoer van de goederen van de leverancier naar de afnemer in de Gemeenschap (dit is de afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen)

•een invoer van goederen in de Gemeenschap.

Voor de aangifte en betaling van de btw verschuldigd op afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro, zijn twee optionele vereenvoudigingsregelingen ingevoerd. Eén van die regelingen betreft de invoerregeling van het OSS-systeem voorzien in artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek. Wanneer een leverancier zich in een lidstaat voor de invoerregeling registreert, is hij verplicht om in die lidstaat de btw aan te geven en te betalen die verschuldigd is op alle door hem verrichte afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen die binnen het toepassingsgebied van de invoerregeling vallen, ongeacht de lidstaat van invoer en van bestemming van de goederen. Op die manier kan de leverancier dergelijke afstandsverkopen van goederen verrichten aan afnemers in alle lidstaten van de Gemeenschap door zich in slechts één lidstaat voor de invoerregeling van het OSS-systeem te registreren.

Het concept van de invoerregeling van het OSS-systeem is dat de levering van goederen (met name de afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen) wordt belast in de lidstaat van bestemming en de invoer van de goederen wordt vrijgesteld in de lidstaat van invoer. Opdat de invoer van de goederen in België van de btw zou kunnen worden vrijgesteld, moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan.

b. Voorwaarden

De invoer van een goed in België is op grond van artikel 40, § 1, 1°bis, van het Btw-Wetboek vrijgesteld, indien de volgende vier cumulatieve voorwaarden zijn vervuld:

Voorwaarde 1: de invoer van het goed vindt in België plaats overeenkomstig artikel 23, § 2, van het Btw-Wetboek

Het kan gaan om een invoer van goederen die in België plaatsvindt op grond van artikel 23, §§ 2 en 3, van het Btw-Wetboek. In dergelijk geval komt het goed de Gemeenschap binnen via België en wordt het er voor het verbruik aangegeven.

Het kan eveneens gaan om een invoer van goederen die in België plaatsvindt op grond van artikel 23, §§ 2 en 4, van het Btw-Wetboek. In dergelijk geval wordt het goed vanaf het binnenkomen in de Gemeenschap (in België of in een andere lidstaat) onder één van de regelingen inzake douane bedoeld in artikel 23, § 4, van het Btw-Wetboek geplaatst en wordt het in België aan één van die regelingen onttrokken om er voor het verbruik te worden aangegeven. Merk op dat niet alle in artikel 23, § 4, van het Btw-Wetboek opgesomde regelingen inzake douane kunnen worden gebruikt voor een invoer van goederen in het kader van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen.

Voor een uitgebreide toelichting omtrent de bepaling van de plaats van invoer in het kader van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, wordt verwezen naar ‘Boekwerk VI: Specifieke topics – Hoofdstuk 16: Specifieke topics, Afdeling 7, titel 3, rubriek D, subrubriek b’.

Voorwaarde 2: de invoer vindt plaats in het kader van een afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen in de zin van artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek

Artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek definieert de 'afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen' als de leveringen van goederen die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, met inbegrip van gevallen waarin de leverancier indirect tussenkomt bij het vervoer of de verzending van de goederen, vanuit een derdelandsgebied of een derde land naar een afnemer in een lidstaat, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

•de levering van goederen wordt verricht voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen krachtens artikel 3, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG niet aan de btw zijn onderworpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige

•de geleverde goederen zijn geen nieuwe vervoermiddelen als bedoeld in artikel 8bis, § 2, van het Btw-Wetboek, noch goederen, geleverd na montage of installatie, door of voor rekening van de leverancier, met of zonder beproeven van de geïnstalleerde of gemonteerde goederen.

Voor een uitgebreide toelichting van de definitie van afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, wordt verwezen naar ‘Boekwerk VI: Specifieke topics – Hoofdstuk 16: Specifieke topics, Afdeling 7, titel 3, rubriek B’.

Voorwaarde 3: de aangifte en de betaling van de btw verschuldigd op de afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen gebeurt via de invoerregeling van het OSS-systeem voorzien in artikel 58quinquies van het Btw-Wetboek

Dit impliceert dat de leverancier of de gelijkgestelde leverancier in de zin van artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek voor de invoerregeling van het OSS-systeem is geregistreerd. De lidstaat waarin de leverancier of de gelijkstelde leverancier zich voor de invoerregeling van het OSS-systeem heeft geregistreerd, is niet van belang.

Bovendien moet het goed deel uitmaken van een zending met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro en mag het niet gaan om een accijnsproduct in de zin van artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek.

Voor een uitgebreide toelichting van de invoerregeling van het OSS-systeem, wordt verwezen naar ‘Boekwerk VI: Specifieke topics – Hoofdstuk 16: Specifieke topics, Afdeling 10, titel 2.

Voorwaarde 4: het individuele btw-identificatienummer dat voor de toepassing van de invoerregeling van het OSS-systeem aan de leverancier, aan de gelijkgestelde leverancier in de zin van artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek of aan de voor hun rekening handelende tussenpersoon is toegekend, wordt uiterlijk bij de indiening van de invoeraangifte aan de douaneautoriteiten verstrekt

Het individuele identificatienummer (IMxxxyyyyyyz) dat aan de leverancier of aan de gelijkgestelde leverancier is toegekend, eventueel via een tussenpersoon, moet daartoe op de douaneaangifte worden vermeld waarmee het goed in België voor het verbruik wordt aangegeven.

Voor een uitgebreide toelichting omtrent het individuele identificatienummer voor de toepassing van de invoerregeling van het OSS-systeem, wordt verwezen naar ‘Boekwerk VI: Specifieke topics – Hoofdstuk 16: Specifieke topics, Afdeling 10, titel 2, rubriek F, subrubriek a, punt a.3’.

F. Wederinvoer van goederen in de staat waarin ze werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap (artikel 40, § 1, 2°, a), van het Btw-Wetboek)

a. Algemeen

Op grond van artikel 40, § 1, 2°, a), van het Btw-Wetboek wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de wederinvoer, door degene die de goederen heeft uitgevoerd buiten de Gemeenschap, van goederen in de staat waarin ze werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap.

Overeenkomstig artikel 40, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, wordt de vrijstelling evenwel slechts verleend voor zover er voor die goederen een regeling van gehele vrijstelling van invoerrechten bij hun terugkeer in het douanegebied van de Europese Unie is voorzien door artikel 203 van de verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 09.10.2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie .

De vrijstelling van de btw wordt niet alleen verleend voor goederen die in België worden wederingevoerd na er uit de Gemeenschap te zijn uitgevoerd, maar eveneens voor goederen die vanuit een andere lidstaat uit de Gemeenschap waren uitgevoerd en de Gemeenschap terug binnenkomen via België, alwaar ze voor het verbruik worden aangegeven.

b. Voorwaarden

Overeenkomstig artikel 40, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, wordt de vrijstelling verleend met inachtneming van de beperkingen en onder de voorwaarden die zijn gesteld door de bepalingen tot regeling van de vrijstelling inzake invoerrechten, ook al gaat het om goederen die wegens hun aard, hun herkomst of om enige andere reden niet aan invoerrechten zijn onderworpen.

Bovendien moeten de wederingevoerde goederen eigendom zijn gebleven van de persoon die er eigenaar van was op het tijdstip van hun uitvoer buiten de Gemeenschap. Wordt hier onder meer bedoeld, de wederinvoer van goederen als gevolg van de ontbinding van de overeenkomst die aanleiding gaf tot de oorspronkelijke uitvoer.

Tot slot moeten de goederen onderworpen zijn geweest aan de algemene belastingregels voor de binnenlandse markt van een lidstaat en uit hoofde van uitvoer uit de Gemeenschap niet in aanmerking zijn gekomen voor ontheffing of teruggaaf van de btw.

G. Wederinvoer van goederen die buiten de Gemeenschap een herstelling, een bewerking, een verwerking of een aanpassing hebben ondergaan (artikel 40, § 1, 2°, b), van het Btw-Wetboek)

a. Algemeen

Op grond van artikel 40, § 1, 2°, b), van het Btw-Wetboek wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de wederinvoer, door degene die de goederen heeft uitgevoerd buiten de Gemeenschap, van goederen die buiten de Gemeenschap een herstelling, een bewerking, een verwerking of een aanpassing hebben ondergaan.

Overeenkomstig artikel 41, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, wordt gedeeltelijke vrijstelling van de belasting verleend voor de invoer van de hierna vermelde goederen:

•goederen die worden wederingevoerd na buiten de Gemeenschap een herstelling, daaronder begrepen het reviseren en het afstellen, te hebben ondergaan

•goederen die worden wederingevoerd na buiten de Gemeenschap een bewerking, daaronder begrepen het monteren en het samenbouwen, te hebben ondergaan

•goederen waarvan delen of onderdelen werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap en worden wederingevoerd na aan die goederen te zijn aangebracht

•goederen die zijn vervaardigd door het verwerken van goederen die met dat doel werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap.

Overeenkomstig artikel 41, § 4, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, wordt gehele vrijstelling van de belasting verleend voor de goederen die worden wederingevoerd na:

•uitsluitend één of meer dienstverrichtingen te hebben ondergaan en voor zover die handelingen overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek in de Gemeenschap plaatsvinden

•één of meer in artikel 41, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, bedoelde handelingen te hebben ondergaan die niet aan de belasting zouden zijn onderworpen indien ze in België hadden plaatsgevonden.

Hierna volgt een beknopte bespreking van voornoemde gedeeltelijke en gehele vrijstelling van de belasting. Voor een omstandige toelichting van onder meer de toepassingsvoorwaarden- en modaliteiten van die vrijstellingen, wordt verwezen naar circulaire AOIF nr. 20/2010 (nr. E.T. 675.5) van 26.02.2010.

b. Voorwaarden en modaliteiten

De gedeeltelijke en gehele vrijstelling van de belasting worden verleend onder de volgende voorwaarden en modaliteiten:

•de goederen moeten vanuit België naar een plaats buiten de Gemeenschap worden uitgevoerd, na in België onder de regeling van de vrijstelling bij wederinvoer te zijn geplaatst. Aan die voorwaarde is voldaan, indien de aangifte ten uitvoer op een Belgisch douanekantoor is ingediend en in die aangifte voorbehoud is gemaakt om de goederen achteraf met gedeeltelijke of gehele vrijstelling van de btw weder in te voeren.

•de goederen moeten onderworpen geweest zijn aan de algemene belastingregels voor de Belgische binnenlandse markt en uit hoofde van uitvoer niet in aanmerking zijn gekomen voor ontheffing van de belasting.

Indien de tijdelijk uitgevoerde goederen in België werden gekocht of intracommunautair werden verworven, mag die handeling derhalve niet zijn verricht met vrijstelling van de btw in toepassing van de artikelen 39 of 40, § 2, van het Btw-Wetboek.

Bovendien kunnen goederen die in het kader van de regeling btw-entrepot het voorwerp hebben uitgemaakt van één of meerdere handelingen die op grond van artikel 39quater, § 1, van het Btw-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, slechts van de vrijstelling bij wederinvoer genieten op voorwaarde dat de onttrekking van die goederen aan de regeling btw-entrepot in de fase die de tijdelijke uitvoer buiten de Gemeenschap voorafgaat, heeft plaatsgevonden in de omstandigheden bedoeld in artikel 39quater, § 5, derde lid, van het Btw-Wetboek en derhalve de btw opeisbaar heeft gemaakt over één of meerdere van de in die bepaling bedoelde handelingen.

•de uitvoer buiten de Gemeenschap en de wederinvoer van de goederen moeten door dezelfde persoon zijn verricht, daarbij handelend in dezelfde hoedanigheid.

•indien een maakloonwerker gebruikt wenst te maken van de vrijstelling, dient naargelang de hoedanigheid van zijn opdrachtgever in sommige situaties de in subrubriek c van deze rubriek G, hierna, vermelde bijkomende voorwaarde te worden vervuld.

•de wederinvoer moet plaatsvinden binnen:

•de termijn die voor de vrijstelling van invoerrechten is gesteld, indien de tijdelijk uitgevoerde goederen overeenkomstig de douanereglementering onder de regeling passieve veredeling zijn geplaatst (zie ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 4: Invoer, Afdeling 4, titel 3, rubriek G’)

•een termijn van één jaar te rekenen vanaf de aanvaarding van de aangifte van tijdelijke uitvoer door het douanekantoor, in de andere gevallen.

•de in circulaire AOIF nr. 20/2010 (nr. E.T. 675.5) van 26.02.2010, randnummer 40, voorgeschreven formaliteiten moeten worden nageleefd, inzonderheid wat betreft het bij de uitvoer te maken voorbehoud om de goederen met vrijstelling van de btw weder in te voeren.

•de administratie moet er zich van kunnen vergewissen dat de vrijstelling terecht werd ingeroepen voor wat de identiteit van de goederen betreft.

c. Personen die aanspraak kunnen maken op de vrijstelling

Eenieder die goederen tijdelijk uitvoert uit de Gemeenschap om ze één of meerdere veredelingshandelingen te laten ondergaan, kan onder de voorwaarden gesteld in subrubriek b van deze rubriek G, hiervoor, vrijstelling van de btw bij de wederinvoer van de goederen genieten voor zover hij bij die wederinvoer wordt aangemerkt als geadresseerde in de zin van artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd (zie ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen – Hoofdstuk 4: Invoer, Afdeling 5, titel 3, rubriek B’).

Het betreft voornamelijk de eigenaar van de goederen bedoeld in artikel 6, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, evenals de maakloonwerker, de huurder en de ontlener bedoeld in artikel 6, § 4, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.

Indien een maakloonwerker als geadresseerde optreedt, dient naargelang de hoedanigheid van zijn opdrachtgever in sommige situaties een bijkomende voorwaarde te worden vervuld om de vrijstelling te kunnen toepassen. Meer bepaald, ingeval:

•de maakloonwerker als geadresseerde optreedt bij de wederinvoer van goederen die hij buiten de Gemeenschap heeft verzonden of vervoerd om ze er één van de in artikel 41, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, bedoelde handelingen te laten ondergaan,

•die handelingen als een dienst worden gekwalificeerd en

•de opdrachtgever van de maakloonwerker een persoon is die overeenkomstig artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek niet als een belastingplichtige wordt aangemerkt voor de plaatsbepaling van diensten,

moet de dienst die de maakloonwerker aan zijn opdrachtgever verstrekt, worden aangemerkt als een werk dat materieel in België wordt verricht voor de toepassing van artikel 21bis, § 2, 6°, c), van het Btw-Wetboek.

Daaruit volgt dat de maakloonwerker de dienst die hij aan zijn niet-belastingplichtige opdrachtgever verstrekt, moet behandelen als een dienst die in België plaatsvindt. Derhalve dient de maakloonwerker Belgische btw aan te rekenen.

d. Bedrag waarvoor vrijstelling wordt verleend

Gedeeltelijke vrijstelling van de belasting

Als algemene regel geldt dat goederen die tijdelijk werden uitgevoerd om buiten de Gemeenschap te worden hersteld, bewerkt, verwerkt of aangepast, met gedeeltelijke vrijstelling van de btw kunnen worden wederingevoerd, overeenkomstig artikel 41, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd.

In afwijking van artikel 34 van het Btw-Wetboek, wordt de btw bij de wederinvoer van die goederen niet over de douanewaarde van de ingevoerde goederen berekend, maar is overeenkomstig artikel 41, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, een bijzondere maatstaf van heffing van toepassing.

Krachtens die bepaling wordt de verschuldigde belasting berekend over de waarde van de in het buitenland geleverde goederen en van de diensten die niet in de Gemeenschap plaatsvinden overeenkomstig de artikelen 21, § 2, en 21bis, § 2, 6°, c), van het Btw-Wetboek, vermeerderd met de niet reeds in die waarde begrepen sommen, die volgens artikel 34, § 2, van het Btw-Wetboek in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen, en tegen het tarief dat van toepassing is voor de in België ingevoerde goederen.

Gehele vrijstelling van de belasting

In afwijking van voornoemde algemene regel, voorziet artikel 41, § 4, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, twee gevallen waarin gehele vrijstelling van de btw wordt verleend voor goederen die worden wederingevoerd na buiten de Gemeenschap één of meerdere handelingen inzake herstelling, bewerking, verwerking of aanpassing zoals bedoeld in artikel 41, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, te hebben ondergaan.

Gehele vrijstelling van de belasting bedoeld in artikel 41, § 4, 1°, van het koninklijk besluit nr. 7

Overeenkomstig artikel 41, § 4, 1°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, wordt gehele vrijstelling van de belasting verleend wanneer de werken die de goederen buiten de Gemeenschap hebben ondergaan, uitsluitend bestaan uit handelingen die voor de toepassing van de btw als een dienst worden aangemerkt en die handelingen overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek in de Gemeenschap plaatsvinden.

Voor de toepassing van de vrijstelling moeten volgende voorwaarden samen zijn vervuld:

•de werken die aan de tijdelijk uitgevoerde goederen worden verricht, moeten voor de toepassing van de btw als een dienst worden aangemerkt

•die dienst moet op grond van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek in de Gemeenschap (België of een andere lidstaat) plaatsvinden

•die dienst mag niet gepaard zijn gegaan met samenhangende leveringen van goederen in de zin van het Btw-Wetboek.

De gehele vrijstelling heeft tot doel te voorkomen dat de dienst tweemaal wordt belast.

Gehele vrijstelling van de belasting bedoeld in artikel 41, § 4, 2°, van het koninklijk besluit nr. 7

Overeenkomstig artikel 41, § 4, 2°, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, wordt gehele vrijstelling van de belasting verleend wanneer de werken die de goederen buiten de Gemeenschap hebben ondergaan, niet aan de belasting zouden zijn onderworpen indien ze in België hadden plaatsgevonden.

De vrijstelling heeft een beperkt toepassingsgebied en slaat in het algemeen op goederen die buiten de Gemeenschap gratis worden hersteld op grond van een contractuele of wettelijke garantieverplichting of wegens een fabricagefout.

Voor de toepassing van de vrijstelling hoeft niet te worden nagegaan of de materieel buiten de Gemeenschap verrichte handelingen al dan niet in de Gemeenschap plaatsvinden voor de toepassing van de btw. De aard van de verrichte werkzaamheden (dienst of levering van goederen) is evenmin relevant. Het feit dat de goederen gratis worden hersteld ingevolge een garantieverplichting of fabricagefout is een noodzakelijke maar voldoende voorwaarde voor de toepassing van de vrijstelling.

H. Invoer van gas via een aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, van gas dat van op een gastransportschip in een aardgassysteem of een upstreampijpleidingnet wordt ingebracht, van elektriciteit of van warmte of koude via warmte– of koudenetten (artikel 40, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek)

a. Algemeen

Op grond van artikel 40, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek wordt vrijstelling van de btw verleend voor de invoer van:

•gas via een aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net

•gas dat van op een gastransportschip in een aardgassysteem of een upstreampijpleidingnet wordt ingebracht

•elektriciteit

•warmte of koude via warmte- of koudenetten.

De vrijstelling is evenwel slechts van toepassing voor zover de persoon op wiens naam de verschuldigde belasting bij de invoer mag of moet worden betaald, zijnde de geadresseerde in de zin van artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, bedoelde goederen heeft verworven onder de in artikel 14bis van het Btw-Wetboek bepaalde voorwaarden.

Het doel van de vrijstelling is te voorkomen dat één aankoop van voornoemde goederen tweemaal wordt belast.

b. Draagwijdte van de vrijstelling

De vrijstelling is afhankelijk van enerzijds de wijze waarop de persoon die als geadresseerde optreedt de goederen heeft verkregen en anderzijds de wijze waarop het gas, de elektriciteit, de warmte of de koude wordt ingevoerd.

Om de vrijstelling toe te passen, moet de geadresseerde de ingevoerde goederen hebben verkregen ingevolge een levering. Het is daarbij van geen belang of die geadresseerde een wederverkoper dan wel een eindverbruiker is. De vrijstelling vindt geen toepassing indien de geadresseerde het gas, de elektriciteit, de warmte of de koude zelf heeft gewonnen of aangemaakt.

Bovendien is de vrijstelling slechts van toepassing wanneer:

•het gas, de elektriciteit, de warmte of de koude via grensoverschrijdende transmissiesystemen of -netten wordt ingevoerd

•het gas per schip wordt ingevoerd en in een aardgassysteem of upstreampijpleidingnet wordt ingebracht.

De invoer van gas op een andere wijze dan hiervoor bepaald, bijvoorbeeld per tankwagen, kan in principe niet van de btw worden vrijgesteld op grond van artikel 40, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek. Hetzelfde geldt voor elektrische energie die anders dan via een grensoverschrijdend transmissienet (bijvoorbeeld via batterijen) wordt ingevoerd.

c. Beoogde goederen

De vrijstelling is van toepassing op aardgas en op de andere gasvormige koolwaterstoffen (propaan, butaan …) die zijn ingedeeld bij de code 2711 van de gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Unie evenals op elektrische energie ingedeeld bij de code 2716 van dezelfde nomenclatuur.

Voor de toepassing van de vrijstelling heeft de chemische samenstelling of fysische toestand (vloeibaar of gasvormig) van het ingevoerde gas geen belang.

Voornoemde nomenclatuur voorziet geen codes voor warmte of koude.

d. Formaliteiten

In vak 44 van de aangifte ten verbruik moet volgende vermelding worden opgenomen: ‘Vrijstelling van artikel 40, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek’.

De geadresseerde die zich op de vrijstelling beroept, moet kunnen aantonen dat hij de ingevoerde goederen niet zelf heeft geproduceerd, maar dat ze hem door een andere persoon werden geleverd. Dat kan worden bewezen door het voorleggen van de aankoopfactuur van de ingevoerde goederen.

Merk op dat de huidige toepassing PLDA in de nabije toekomst integraal zal worden vervangen door de toepassing IDMS, voor wat de invoeren van goederen betreft, waardoor voornoemde vermelding op een andere wijze zal moeten worden opgenomen in de douaneaangifte ten invoer. De toepassing IDMS zal in de loop van dit jaar gefaseerd worden uitgerold, met een geleidelijke uitbreiding van de scope en functionaliteiten. Voor meer informatie daaromtrent wordt verwezen naar de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen.

I. Invoer van goederen waarvoor de Koning gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de belasting verleent om de uitvoering van internationale akten te verzekeren (artikel 40, § 4, van het Btw-Wetboek)

Op grond van artikel 40, § 4, van het Btw-Wetboek kan de Koning, om de uitvoering van internationale akten te verzekeren, alle maatregelen nemen volgens welke gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de belasting bij de invoer van goederen wordt verleend onder de door Hem te stellen beperkingen en voorwaarden. In dat kader wordt de definitieve invoer van de goederen bedoeld in de artikelen 43 en 44 van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, vrijgesteld van de btw. De vrijstelling wordt evenwel slechts verleend met inachtneming van de beperkingen en onder de voorwaarden vermeld in voornoemde bepalingen.

Die bepalingen vormen de omzetting in Belgisch recht van respectievelijk richtlijn 2007/74/EG van de Raad van 20.12.2007 betreffende de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde en accijnzen op goederen die worden ingevoerd door reizigers komende uit derde landen en richtlijn 2006/79/EG van de Raad van 05.10.2006 inzake de belastingvrijstellingen die van toepassing zijn bij invoer van uit derde landen afkomstige kleine zendingen goederen zonder commercieel karakter.

Inzake douane geldt voor dezelfde situaties een vrijstelling op het stuk van de invoerrechten, overeenkomstig respectievelijk de artikelen 41 en 25 tot en met 27 van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16.11.2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.

Volgende tabel geeft een overzicht van de goederen die met vrijstelling van de belasting kunnen worden ingevoerd en verwijst tevens naar de bijhorende wettelijke bepaling tot regeling van de vrijstelling.

Nr.Omschrijving van de goederenArtikel van het koninklijk besluit nr. 7
1Goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers43
2Goederen die zijn vervat in kleine zendingen zonder commercieel karakter die door een particulier vanuit een derde land of een derdelandsgebied naar een andere particulier worden verzonden44

4. Vrijstellingen bedoeld in artikel 40, § 2, van het Btw-Wetboek

A. Levering en verwerving van goederen met handhaving van een in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regeling (artikel 40, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek)

Op grond van artikel 40, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de levering en de verwerving van goederen die vanaf het binnenkomen in de Gemeenschap werden geplaatst onder één van de in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen, met handhaving van één van die regelingen.

Voor een opsomming en omschrijving van de in artikel 23, § 4, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen wordt verwezen naar ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 4: Invoer, Afdeling 3, titel 3 en Afdeling 4, titel 3’.

Voor een opsomming en omschrijving van de in artikel 23, § 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen wordt verwezen naar ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 4: Invoer, Afdeling 3, titel 4 en Afdeling 4, titel 3’.

B. Diensten met betrekking tot goederen die zich onder een in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regeling bevinden (artikel 40, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek)

Op grond van artikel 40, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de diensten, andere dan die welke zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 41 en 42 van het Btw-Wetboek, met betrekking tot goederen die zich in België bevinden onder één van de in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen.

Voor de toepassing van de vrijstelling moeten volgende voorwaarden samen zijn vervuld:

•de dienst bestaat uit werkzaamheden die worden verricht aan goederen die zich in België onder één van de in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen bevinden

•de dienst vindt, overeenkomstig artikel 21, § 2, of 21bis, § 2, 6°, c), van het Btw-Wetboek, in België plaats

•de dienst bestaat uit handelingen die inzake douane zijn toegelaten in het kader van de opschortende regeling waaronder de goederen zich bevinden

•de dienst is niet vrijgesteld van de belasting op grond van artikel 41 of 42 van het Btw-Wetboek.

Er wordt opgemerkt dat de dienst die bestaat uit het verrichten van werkzaamheden aan lichamelijke roerende goederen niet noodzakelijk plaatsvindt daar waar die dienst materieel wordt verricht, wanneer de ontvanger van de dienst een persoon is die op grond van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek als een belastingplichtige voor de plaatsbepaling van diensten wordt aangemerkt. Overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek vindt dergelijke dienst immers plaats daar waar de ontvanger van de dienst is gevestigd (zetel van zijn economische activiteit, vaste inrichting, woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats).

Op grond van laatstgenoemde bepaling kan een dienst die wordt verricht aan goederen die zich in België onder één van de voornoemde regelingen bevinden, buiten België plaatsvinden voor de toepassing van de btw. Omgekeerd kan een dienst die wordt verricht aan lichamelijke roerende goederen die zich in een andere lidstaat of buiten de Gemeenschap bevinden, in België plaatsvinden voor de toepassing van de btw.

Diensten die op grond van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek in België plaatsvinden, terwijl ze materieel worden verricht aan goederen die zich in een andere lidstaat onder een opschortende regeling bevinden die equivalent is aan één van de in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen, kunnen niet van de btw worden vrijgesteld op grond van artikel 40, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek.

Indien de afnemer van de dienst daarentegen een persoon is die op grond van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek niet als een belastingplichtige voor de plaatsbepaling van diensten wordt aangemerkt, vindt de dienst die bestaat uit het verrichten van werkzaamheden aan lichamelijke roerende goederen, overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 6°, c), van het Btw-Wetboek, plaats daar waar die werkzaamheden materieel worden verricht.

C. Gevolgen voor de vrijstelling van de onttrekking van goederen aan een in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regeling

Wanneer goederen aan één van de in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen worden onttrokken om in België voor het verbruik te worden aangegeven, blijft de vrijstelling overeenkomstig artikel 42, § 1, tweede lid, en § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, slechts behouden voor:

•de levering aan of de verwerving door de geadresseerde en, in voorkomend geval, voor de vorige leveringen en verwervingen

•de diensten verstrekt aan de geadresseerde en, in voorkomend geval, voor de vorige diensten.

Voor de vaststelling van de overeenkomstig artikel 42, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7, voornoemd, toe te passen maatstaf van heffing bij de invoer van de aan bedoelde regelingen onttrokken goederen, wordt verwezen naar ‘Boekwerk II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief – Hoofdstuk 6: Maatstaf van heffing van de belasting, Afdeling 12, titel 5’.

Door de aangifte ten verbruik wordt de btw bij invoer opeisbaar in hoofde van de persoon die als geadresseerde optreedt.

Voorbeeld

Een in de Verenigde Staten gevestigde belastingplichtige A verzendt goederen naar de Gemeenschap en slaat ze in België op onder de regeling douane-entrepot. A verkoopt de goederen voor 1.000 euro aan de in België gevestigde belastingplichtige B, met handhaving van de regeling douane-entrepot. Vervolgens laat B de goederen door D herverpakken (handeling die is toegestaan onder de regeling douane-entrepot) voor een prijs van 250 euro. Die dienst vindt overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek in België plaats. Tot slot verkoopt B de herverpakte goederen voor een prijs van 1.500 euro aan de in België gevestigde belastingplichtige C.

De leveringen A-B en B-C evenals de dienst D-B vinden plaats onder de regeling douane-entrepot en zijn op grond van artikel 40, § 2, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek vrijgesteld van de btw. C vraagt aan B hem de goederen toe te zenden.

Bij de uitslag van de goederen uit het douane-entrepot worden de goederen geacht in België te zijn ingevoerd en moeten ze voor het verbruik worden aangegeven. Daarbij zijn er twee mogelijkheden:

•C treedt op als geadresseerde. Bij de aangifte ten verbruik wordt de btw in hoofde van C voldaan. De btw wordt berekend over de inkoopprijs van C, zijnde 1.500 euro.

De vrijstelling van de btw blijft behouden voor zowel de levering van de goederen door A aan B en door B aan C als de dienst door D aan B.

•B treedt op als geadresseerde. Bij de aangifte ten verbruik wordt de btw in hoofde van B voldaan. De btw wordt berekend over de inkoopprijs van B vermeerderd met de kosten van herverpakking die laatstgenoemde aan D heeft betaald, zijnde 1.250 euro.

De vrijstelling van de btw blijft behouden voor de levering van A aan B en de dienst van D aan B. Ze blijft evenwel niet behouden voor de levering van B aan C.

5. Vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 3, eerste lid, 1° tot en met 4°bis, 5°, 7°, 8° en 9°, van het Btw-Wetboek

De vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 3, eerste lid, 1° tot en met 4°bis, 5°, 7°, 8° en 9°, van het Btw-Wetboek hebben betrekking op de invoer van goederen in het kader van betrekkingen met andere landen en internationale organisaties (invoeren door ambassades, consulaten, krijgsmachten van de NAVO …).

Voor een omstandige toelichting van die vrijstellingen wordt verwezen naar Afdeling 7 van dit Hoofdstuk 8, hierna.

6. Vrijstelling bedoeld in artikel 44bis, § 1, van het Btw-Wetboek

Op grond van artikel 44bis, § 1, van het Btw-Wetboek wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de invoer van beleggingsgoud.

Voor een omstandige toelichting van die vrijstelling wordt verwezen naar ‘Boekwerk II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief – Hoofdstuk 10: Vrijstelling beoogd door artikel 44bis van het Btw-Wetboek’.

7. Bijzondere gevallen

A. Tabaksfabrikaten

Op grond van artikel 58, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek en artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 13 van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor tabaksfabricaten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, is de btw op in België ingevoerde tabaksfabrikaten, tabakssurrogaten daaronder inbegrepen, opeisbaar op hetzelfde tijdstip als de accijns.

Bij de invoer van sigaren, cigarillo’s, sigaretten en rooktabak waarop Belgische fiscale bandjes zijn of zullen worden aangebracht, wordt geen btw geëist. De belasting die ter zake van dergelijke invoer opeisbaar wordt, moet door de schuldenaar van de accijns immers samen met de accijns worden betaald aan de ontvanger die bevoegd is voor de heffing van de accijns, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 13, voornoemd.

Voor een omstandige toelichting omtrent deze regeling wordt verwezen naar ‘Boekwerk VI: Specifieke topics – Hoofdstuk 16: Specifieke topics, Afdeling 8’.

B. Vis, schaal-, schelp, en weekdieren

Op grond van artikel 58, § 2, van het Btw-Wetboek en de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit nr. 16 van 03.06.1970 met betrekking tot de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde inzake de verkoop van vis, schaal-, schelp- en weekdieren in de gemeentelijke vismijn, mogen zonder voldoening van de btw in België worden ingevoerd: vis, schaal-, schelp- en weekdieren, waarvoor geen invoeraangifte moet worden ingediend omdat ze door de vissers die ze hebben gevist aan boord van hun vaartuigen zijn aangevoerd.

De btw wordt voldaan bij de openbare verkoop in de gemeentelijke vismijn van de aanvoerhaven of bij de verkoop door de visser zelf, welke tevens geldt als voldoening van de belasting verschuldigd ter zake van de invoer en, in voorkomend geval, van de leveringen die de openbare verkoop voorafgaan.

Voor een omstandige toelichting omtrent deze regeling wordt verwezen naar ‘Boekwerk VI: Specifieke topics – Hoofdstuk 16: Specifieke topics, Afdeling 8’.

C. Recuperatiestoffen en -producten

Recuperatiestoffen en -producten kunnen door eenieder worden ingevoerd zonder voldoening van de btw. Onder recuperatiestoffen en -producten worden de in aanschrijving nr. 88/1970 van 15.12.1970 opgesomde goederen bedoeld.

In vak 44 van het als aangifte ten verbruik aangewend formulier enig document moet de volgende vermelding worden opgenomen: ‘Recuperatieproducten. Btw niet toegepast. Aanschrijvingen van 15.12.1970, nr. 88 en van 30.07.1971, nr. 120’.

Merk op dat de huidige toepassing PLDA in de nabije toekomst integraal zal worden vervangen door de toepassing IDMS, voor wat de invoeren van goederen betreft, waardoor voornoemde vermelding op een andere wijze zal moeten worden opgenomen in de douaneaangifte ten invoer. De toepassing IDMS zal in de loop van dit jaar gefaseerd worden uitgerold, met een geleidelijke uitbreiding van de scope en functionaliteiten. Voor meer informatie daaromtrent wordt verwezen naar de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen.

D. Periodieke publicaties

De invoer van gedrukte periodieke publicaties is onderworpen aan het btw-tarief van 0% (ook wel het nultarief genoemd) voor zover voldaan is aan de voorwaarden voorzien in rubriek I, van tabel C, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.

Dergelijke periodieke publicaties zijn in principe ingedeeld bij de code 4902 van de gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Unie.

In vak 44 van het als aangifte ten verbruik aangewend formulier enig document moet de volgende vermelding worden opgenomen: ‘Verlaagd btw-tarief van 0% - Rubriek I, van tabel C, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970’.

Merk op dat de huidige toepassing PLDA in de nabije toekomst integraal zal worden vervangen door de toepassing IDMS, voor wat de invoeren van goederen betreft, waardoor voornoemde vermelding op een andere wijze zal moeten worden opgenomen in de douaneaangifte ten invoer. De toepassing IDMS zal in de loop van dit jaar gefaseerd worden uitgerold, met een geleidelijke uitbreiding van de scope en functionaliteiten. Voor meer informatie daaromtrent wordt verwezen naar de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen.

[Top]

Aangehaalde teksten

52
WBTW art. 4058 voorkomens
WBTW art. 2320 voorkomens
KB nr. 7 art. 4112 voorkomens
WBTW art. 2111 voorkomens
WBTW art. 39bis10 voorkomens
KB nr. 7 art. 65 voorkomens
WBTW art. 39quater5 voorkomens
WBTW art. 425 voorkomens
WBTW art. 14 voorkomens
WBTW art. 21bis4 voorkomens
WBTW art. 44bis4 voorkomens
KB nr. 7 art. 393 voorkomens
WBTW art. 12bis3 voorkomens
WBTW art. 443 voorkomens
KB nr. 13 art. 12 voorkomens
KB nr. 7 art. 12 voorkomens
KB nr. 7 art. 32 voorkomens
KB nr. 7 art. 402 voorkomens
WBTW art. 102 voorkomens
WBTW art. 13bis2 voorkomens
WBTW art. 342 voorkomens
WBTW art. 412 voorkomens
WBTW art. 582 voorkomens
KB nr. 16 art. 11 voorkomen
KB nr. 16 art. 21 voorkomen
KB nr. 7 art. 111 voorkomen
KB nr. 7 art. 121 voorkomen
KB nr. 7 art. 181 voorkomen
KB nr. 7 art. 21 voorkomen
KB nr. 7 art. 371 voorkomen
KB nr. 7 art. 421 voorkomen
KB nr. 7 art. 431 voorkomen
KB nr. 7 art. 441 voorkomen
WBTW art. 12ter1 voorkomen
WBTW art. 141 voorkomen
WBTW art. 14bis1 voorkomen
WBTW art. 181 voorkomen
WBTW art. 31 voorkomen
WBTW art. 391 voorkomen
WBTW art. 521 voorkomen
WBTW art. 56bis1 voorkomen
WBTW art. 8bis1 voorkomen
verordening 1186/2009 art. 251 voorkomen
verordening 1186/2009 art. 271 voorkomen
verordening 1186/2009 art. 411 voorkomen
douanewetboek van de Unie 952/2013 art. 2031 voorkomen