Btw-Commentaar. Vrijstellingen beoogd door artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek - Bepaalde handelingen, verricht in samenhang met werkzaamheden die ter verkrijging van financiële steun voor vrijgestelde instellingen zijn georganiseerd (01.08.2022)
BOEKWERK II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief
Hoofdstuk 9: Vrijstellingen beoogd door artikel 44 van het Btw-Wetboek
Afdeling 19 - Bepaalde leveringen van goederen en diensten, verricht in samenhang met werkzaamheden die ter verkrijging van financiële steun voor vrijgestelde instellingen zijn georganiseerd (artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek)
Bijwerking 01.08.2022 - Vorige versies: [01.07.2018] [01.06.2020] [15.06.2021]
Inleiding
Artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek stelt vrij ‘de diensten en de leveringen van goederen door lichamen waarvan de handelingen overeenkomstig de punten 1°, a), 2° tot 4°, a), 6°, 7°, 9° en 11° zijn vrijgesteld, in samenhang met activiteiten die zijn bestemd ter verkrijging van financiële steun en die uitsluitend ten bate van henzelf zijn georganiseerd, mits deze vrijstelling niet tot verstoring van de mededinging kan leiden.’
Artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek, is de omzetting in het Belgisch Recht van artikel 132, lid 1, punt o), van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde. Dit artikel stelt van de btw vrij de diensten en de leveringen van goederen die door bepaalde instellingen worden verricht, waarvan de handelingen zelf vrijgesteld zijn op grond van die richtlijn, wanneer ze worden verricht in samenhang met activiteiten die bestemd zijn om financiële steun te verkrijgen en die uitsluitend ten bate van henzelf georganiseerd zijn, mits die vrijstelling niet tot verstoring van de mededinging kan leiden.
Die bepaling heeft uitsluitend betrekking op de instellingen waarvan de handelingen zijn opgenomen in de exhaustieve lijst voorzien in artikel 133 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd, namelijk de handelingen die vrijgesteld zijn overeenkomstig de punten b), g), h), i), l), m) en n) van lid 1 van artikel 132 van de richtlijn 2006/112/EG.
Het artikel 44, § 2, 12°, OUD, van het Btw-Wetboek, had evenwel een ruimere draagwijdte dan die van artikel 132, lid 1, punt o), van de richtlijn 2006/112/EG en heeft betrekking op situaties die niet specifiek in punt o) zijn voorzien.
Enerzijds verwees artikel 44, § 2, 12°, OUD, van het Btw-Wetboek, immers naar punt 1° van artikel 44, § 2 van het Btw-Wetboek, zonder een onderscheid te maken tussen de situaties voorzien onder de punten a) en b). Punt b) van die bepaling heeft evenwel betrekking op het vervoer van zieken en gewonden door speciaal daartoe uitgeruste vervoermiddelen. Dat punt is de omzetting van artikel 132, lid 1, punt p), van de richtlijn 2006/112/EG, terwijl dat punt niet opgenomen is in de opsomming voorzien onder punt o) van artikel 132, lid 1, van die richtlijn.
Anderzijds verwees artikel 44, § 2, 12°, OUD, van het Btw-Wetboek naar punt 4° van artikel 44, § 2, van het Btw-Wetboek. Artikel 44, § 2, 4°, b), van het Btw-Wetboek heeft evenwel betrekking op de lessen die particulier door leerkrachten worden gegeven en die betrekking hebben op school- of universitair onderwijs. Dat punt komt overeen met artikel 132, lid 1, punt j), van de richtlijn 2006/112/EG, terwijl dat punt eveneens niet opgenomen is in de opsomming voorzien onder punt o) van artikel 132, lid 1, van die richtlijn.
Om een meer getrouwe omzetting te waarborgen van de richtlijn 2006/112/EG, vervangt artikel 5 van de wet van 30.07.2018 artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek en preciseert het dat de opsomming in dat artikel zich beperkt, wat artikel 44, § 2, 1° en 4°, van het Btw-Wetboek betreft, tot de situaties die bedoeld zijn onder punt a) van beide laatstgenoemde bepalingen. Het vervoer van zieken en gewonden door speciaal daartoe uitgeruste vervoermiddelen en de lessen die particulier door leerkrachten worden gegeven en die betrekking hebben op school- of universitair onderwijs zijn dus niet langer opgenomen in de opsomming van artikel 44, § 2, 12°, NIEUW, van het Btw-Wetboek (zie circulaire 2019/C/3 van 30.07.2019 betreffende de aanpassingen aan het Btw-Wetboek door de wet van 30.07.2018 (nr. E.T. 133.410), titel 5).
De vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek wordt uitvoerig toegelicht in circulaire AAFisc 2017/C/23 van 19.04.2017 betreffende de vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek (nr. E.T. 131.306).
1. Toepassingsgebied
De vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek is slechts van toepassing indien de drie navolgende voorwaarden cumulatief zijn voldaan:
Eerste voorwaarde: de werkzaamheid ter verkrijging van steun wordt georganiseerd door de instelling zelf waarvan de handelingen in het kader van haar gebruikelijke activiteiten als belastingplichtige van de belasting zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 2, 1°, a), 2° tot 4°, a), 6°, 7°, 9° en 11°, van het Btw-Wetboek. Om als organisator van een dergelijk evenement te worden aangemerkt, moet deze instelling de volledige verantwoordelijkheid hebben over de organisatie, inzonderheid inzake de programmering, de opbouw en de werking van het evenement, de publiciteit, het innen van de ontvangsten …
Worden onder meer beoogd:
• een ziekenhuis of dergelijke (artikel 44, § 2, 1°, a), van het Btw-Wetboek)
• een instelling voor bejaarden, voor mindervaliden, voor een jeugdhuis of elke andere erkende instelling van sociale aard (artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek)
• een sportvereniging zonder winstoogmerk (artikel 44, § 2, 3°, van het Btw-Wetboek)
• een onderwijsinstelling zonder winstoogmerk (artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek)
• een bibliotheek of leeszaal zonder winstoogmerk (artikel 44, § 2, 6°, van het Btw-Wetboek)
• een exploitant van een van de in deze bepaling beoogde instellingen (musea, monumenten, natuurmonumenten…) zonder winstoogmerk (artikel 44, § 2, 7°, van het Btw-Wetboek)
• een erkende organisator van spektakels zonder winstoogmerk (artikel 44, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek)
• een instelling zonder winstoogmerk (artikel 44, § 2, 11°, van het Btw-Wetboek) die doeleinden van politieke, syndicale, religieuze, levensbeschouwelijke, vaderlandslievende, filantropische of staatsburgerlijke aard nastreeft en die diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen verricht ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van haar leden en tegen betaling van een krachtens de statuten bepaalde bijdrage.
Wanneer één van de hiervoor beoogde instellingen of exploitanten eveneens andere belaste of vrijgestelde handelingen verricht, is artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek slechts van toepassing wanneer het evenement uitsluitend wordt georganiseerd tot verkrijging van steun voor de hiervoor beoogde vrijgestelde handelingen of voor het goede doel (zie tweede voorwaarde, hieronder).
Voorbeeld:
Een sportvereniging onder vorm van een vzw biedt aan haar leden tegen betaling de mogelijkheid om een sport te beoefenen (handeling vrijgesteld ingevolge artikel 44, § 2, 3°, van het Btw-Wetboek). De vzw baat eveneens een cafetaria uit (niet vrijgesteld) die vrij toegankelijk is voor het publiek en waarvan de omzet 15% van de omzet uit de vrijgestelde activiteit bedraagt (zie beslissing nr. E.T. 130.298 van 12.09.2016). De vzw heeft zich voor deze horeca-activiteit geïdentificeerd als btw-belastingplichtige.
Eén maal per jaar organiseert deze vzw een eetfestijn (mosselen met friet) met een omzet van 45.000 euro. Opdat de omzet van het eetfestijn kan vrijgesteld zijn op basis van artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek is het noodzakelijk dat de opbrengst uitsluitend ten goede komt van de vrijgestelde activiteiten van de vereniging.
Tweede voorwaarde: de werkzaamheid vormt geen economische activiteit van de belastingplichtige: ze is slechts occasioneel van aard, is er op gericht om financiële steun te verkrijgen voor de gebruikelijke vrijgestelde activiteit en wordt exclusief ten bate van de instelling zelf georganiseerd. Bij administratieve toegeving wordt aanvaard dat deze opbrengsten ook mogen worden aangewend voor de financiële steun van 'een goed doel' (zie mondelinge vraag nr. 3.617 van de heer Volksvertegenwoordiger Servais Verherstraeten van 06.05.2015).
Onder ‘een goed doel’ (liefdadigheidswerk) in de zin van deze bepaling wordt verstaan elke instelling, vereniging, fonds of natuurlijk persoon die zich, zonder commercieel oogmerk, inzet voor een project of werk op het vlak van gezondheid, welzijn, cultuur, natuur, milieu of internationale hulp. Het is niet noodzakelijk dat de begunstigde van de ingezamelde middelen een erkenning geniet.
Derde voorwaarde: de werkzaamheid mag geen concurrentieverstoring veroorzaken met andere economische operatoren die gelijkaardige handelingen verrichten. Zij beoogt slechts de uitzonderlijke opbrengsten die voortkomen uit activiteiten die geen reële afzonderlijke economische activiteit mogen vormen en die er op gericht zijn de realisatie van de nagestreefde doelen te vergemakkelijken.
Het betreft een feitenkwestie. De gerealiseerde omzet naar aanleiding van het evenement is echter van geen belang.
Opmerking
Het komt voor dat bijvoorbeeld een door artikel 44, § 2, 3°, van het Btw-Wetboek vrijgestelde sportvereniging een aparte entiteit opricht voor de organisatie van evenementen.
In de geest van artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek, dat slechts uitzonderlijke opbrengsten beoogt, worden evenementen die bestaan in handelingen die het doel zelf van de instelling zijn, uitgesloten van de vrijstelling. In dat geval moet de organisatie van het evenement aangemerkt worden als een aan de btw onderworpen “economische activiteit” op zich, naast de overeenkomstig artikel 44, § 2, 3°, van het Btw-Wetboek vrijgestelde activiteit, teneinde het gelijkheidsbeginsel in fiscale aangelegenheden niet in het gedrang te brengen.
Aangezien de entiteit wordt opgericht om de evenementen te organiseren, is dit ook het doel van deze instelling waardoor dit een aan de btw te onderwerpen activiteit is.
Enkel de evenementen die door de sportinrichting zelf worden georganiseerd, kunnen worden vrijgesteld op basis van artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek. Dit aangezien enkel deze instellingen van de btw worden vrijgesteld door artikel 44, § 2, 3°, van het Btw-Wetboek.
2. Administratieve toegeving
De administratie gaat ervan uit dat er geen concurrentieverstoring is indien het liefdadigheidsevenement of evenement ter verkrijging van steun hoogstens vier keer per kalenderjaar wordt georganiseerd. De organisatie van een evenement dat maximaal drie opeenvolgende dagen duurt (bijvoorbeeld tijdens het weekend) wordt als één evenement beschouwd.
Wanneer dat evenement door meerdere belastingplichtigen gezamenlijk wordt georganiseerd moet deze voorwaarde beoordeeld worden in hoofde van elke medeorganisator afzonderlijk.
Zodra er in een kalenderjaar meer dan vier evenementen worden georganiseerd moet de betrokken instelling contact opnemen met het bevoegd KMO/GO-centrum dat, nadat kennis is genomen van de argumenten van deze instelling, zal oordelen of er al dan niet sprake is van concurrentieverstoring. Er wordt geen rekening gehouden met een toevallige overschrijding.
Indien de verplichting om zich te identificeren als belastingplichtige wordt vastgesteld, is de btw van toepassing op de bedoelde werkzaamheden vanaf het eerste kwartaal dat volgt op die overschrijding, en dit gedurende minstens één volledig kalenderjaar.
De belastingplichtige die zich na afloop van dat kalenderjaar opnieuw wil beroepen op deze administratieve toegeving dient hiervoor een gemotiveerd verzoekschrift in bij het bevoegd KMO/GO-centrum.
[Top]
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.