Verhuur van medische of paramedische apparatuur · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.96.270 13 oktober 2000

Zoeken

Verhuur van medische of paramedische apparatuurBelasting over de toegevoegde waarde,Verhuur van medische of paramedische apparatuur,Intrekking van beslissing dd. 07.12.1970, (E.)T. 2158,Tarieven

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-96-270-belasting-toegevoegde-waarde-verhuur-medische-27dd

Nummer
E.T.96.270
Datum
13 oktober 2000

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

BESLISSING ET96270

Beslissing nr. E.T. 96270 dd. 13.10.2000

BTW-Revue, nr. 148, blz. 465

Zie ook beslissing nr. T. 2158 dd. 07.12.1970

Belasting over de toegevoegde waarde - Verhuur van medische of paramedische apparatuur - Intrekking van beslissing dd. 07.12.1970, (E.)T. 2158 - Tarieven

Bij beslissing van 7 december 1970, nr. (E.)T. 2158 ( BTW-Revue, nr. 1, blz. 110, nr. 26) heeft de Administratie het volgende aangenomen :

"Wanneer een samenwerkende vennootschap, die eigenaar is van een polikliniek en van het volledig toebehoren daarvan, die goederen aan een andere samenwerkende vennootschap verhuurt, dan wordt aangenomen dat die verhuur een dienst is die verstrekt wordt in de uitoefening van een normale beroepsactiviteit van een kliniek. Die verhuur is, wat de lichamelijke roerende goederen en de onroerende goederen door bestemming die erin begrepen zijn betreft, krachtens artikel 44, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek vrijgesteld."

Het voormelde werd opnieuw onderzocht in het licht van de verschillende arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, die benadrukken dat het algemeen principe dat de Zesde Richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 (77/388/EEG) beheerst de veralgemeende toepassing van de BTW is en dat de vrijstellingen strikt geïnterpreteerd moeten worden (z. met name H.v.J. EG, 15 juni 1989 (Stichting Uitvoering Financiële Acties ("SUFA") t. Staatssecretaris van Financiën), C-348/87, gepubliceerd in de BTW-Revue nr. 122, blz. 627; H.v.J. EG, 11 augustus 1995 (W. Bulthuis-Griffioen t. Inspecteur der Omzetbelasting), C-453/93, gepubliceerd in de BTW-Revue nr. 122, blz. 634; H.v.J. EG, 14 september 2000, D. en W., C-384/98).

Bovenbedoelde beslissing van 7 december 1970, nr. (E.)T. 2158, wordt derhalve ingetrokken. Bijgevolg is de verhuur van medische en/of paramedische apparatuur, ongeacht de hoedanigheid van de verhuurder (geneesheer, kliniek, immobiliënvennootschap, enz...), aan de BTW onderworpen, in de mate dat ze betrekking heeft op de uitrusting, die roerend of onroerend door bestemming is. De verhuur van het gebouw is dan vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

Aangehaalde teksten

4

Administratieve doctrine

2

« … (para-)medische beroepsbeoefenaars aangerekende goederenleveringen of diensten volgen in dat geval hun eigen regime. Inzake de btw-kwalificatie van de dienst bestaande uit de terbeschikkingstelling van een (para)medisch kabinet, heeft de administratie in de beslissing nr. E.T.96.270 van 13.10.2000 het standpunt ingenomen dat de verhuur van medische en/of paramedische apparatuur, ongeacht de hoedanigheid van de verhuurder (geneesheer, kliniek, immobiliënvennootschap, ...), aan de btw onderworpen is, in de mate dat ze betrekking heeft op de uitrusting, … »

Circulaire 2019/C/46 FAQ inzake de Btw betreffende praktische toepassingsgevallen van samenwerkingsverbandenOmzendbrief05.06.2019

Bekijk de 2 documenten