Deze beslissing werd, met ingang van 01.01.2020, opgeheven en vervangen door de Circulaire 2020/C/50 betreffende het btw-stelsel van het B2B intracommunautair handelsverkeer van goederen
BTW-Revue nr. 136, blz. 569, nr. 1052
Levering van autobanden met montage in België - Buitenlandse belastingplichtigen
De levering met montage op een motorvoertuig van banden dient in zijn geheel te worden aangemerkt als een levering van goederen in de zin van artikel 10 van het BTW-Wetboek (z. besl. nr. E.T.59.484 van 11 januari 1988) (z. BTW-Rev. 85/161/907). Deze levering van goederen door een belastingplichtige kan vrijstelling van BTW genieten op grond van artikel 39bis, 1ste lid, 1°, van het BTW-Wetboek, voor zover de koper de hoedanigheid heeft van een als zodanig handelende BTW-belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon die ertoe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen. Voor de toepassing van deze vrijstelling is het noodzakelijk dat de koper zijn geldig BTW-identificatienummer, toegekend in een andere Lidstaat, aan de verkoper meedeelt en dat de leverancier het bewijs kan leveren van het vervoer van de banden naar een andere Lidstaat.
Er kan inderdaad aanvaard worden dat deze levering een levering met vervoer is die, op basis van artikel 15, § 2, 2de lid, 1°, van het BTW-Wetboek, geacht wordt plaats te vinden daar waar het vervoer naar de verkrijger aanvangt. In dit verband kan opgemerkt worden dat de lokalisatie van de levering van een goed niet geschiedt op basis van artikel 15, § 2, 2de lid, 2°, van het BTW-Wetboek, wanneer het goed wordt vervoerd of verzonden naar de inrichting van de verwerver nadat de montage of installatie is verricht.
Dezelfde redenering moet worden gemaakt voor alle andere goederen die bestemd zijn voor de uitrusting van een vervoermiddel en die als zodanig geplaatst worden in dat vervoermiddel (autoradio, motor, ...), op voorwaarde uiteraard dat hun installatie of montage wordt verricht in het kader van een levering van goederen in de zin van artikel 10 van het BTW-Wetboek.
Er wordt aan herinnerd dat, in tegenstelling tot de levering van goederen bestemd voor de uitrusting van een vervoermiddel, de levering van brandstof voor voertuigen welke rechtstreeks geleverd wordt in de brandstoftank van het motorvoertuig of in een voor motorvoertuigen gebruikelijk reserve-recipiënt niet beschouwd wordt als een levering met vervoer naar een andere Lidstaat en bijgevolg de vrijstelling waarin is voorzien in artikel 39bis, 1ste lid, 1°, van het BTW-Wetboek niet kan genieten (z. besl. nr. E.T. 87.103 van 4 juni 1996) (z. BTW-Rev. 127/254/1028).