Gerechtelijk akkoord · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.91.171 5 april 1999

Zoeken

Gerechtelijk akkoord

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-91-171-gerechtelijk-akkoord-btw-77af

Nummer
E.T.91.171
Datum
5 april 1999

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.91.171 dd. 05.04.1999

BTW-Revue nr. 143, blz. 548-549, nr. 1068

Gerechtelijk akkoord - Verlies van schuldvordering

De wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord (Belgisch Staatsblad van 28 oktober 1997) vervangt vanaf 1 januari 1998 de wetten op het gerechtelijk akkoord gecoördineerd bij regentsbesluit van 25 september 1946.

Artikel 29 van voornoemde wet voorziet in het opstellen van een herstelplan door de schuldenaar. Dit plan bevat de maatregelen die moeten worden genomen om de schuldeisers te voldoen en vermeldt meer bepaald de voorgestelde betalingstermijnen en schuldverminderingen.

Na de goedkeuring van de definitieve opschorting van betaling door de rechtbank wordt de schuldenaar volledig en definitief bevrijd door de volledige uitvoering van het plan van alle daarin opgenomen schuldvorderingen (art. 35, 3de al., van voornoemde wet).

De schuldvermindering betekent voor de betrokken concordataire schuldeiser een verlies van schuldvordering die aanleiding kan geven tot een teruggave als bedoeld in artikel 77, § 1, 7°, van het BTW-Wetboek. Voor het bepalen van het uitgangspunt van de vordering tot teruggaaf kan het verlies van de schuldvordering als zeker worden beschouwd de dag van het vonnis waarin de bevoegde rechtbank de volledige uitvoering van het herstelplan vaststelt, de commissaris inzake opschorting kwijting verleent en het einde van de opschorting uitspreekt (art. 40 van voornoemde wet).

Vanaf dat ogenblik kan de BTW geheven van de oorspronkelijke handeling worden teruggegeven tot beloop van de schuldvermindering op voorwaarde dat de formaliteiten zoals bepaald in artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 4 met betrekking tot de teruggaven inzake BTW worden nageleefd.

Ter zake wordt er op gewezen dat, in tegenstelling met wat voorzien is in geval van faillissement van de schuldenaar, de schuldeiser ertoe gehouden is een verbeterend stuk op te maken zoals bedoeld in artikel 79, eerste lid, van het BTW-Wetboek en artikel 4, § 1, 1°, van voornoemd koninklijk besluit nr. 4.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 79, tweede lid, van het BTW-Wetboek, is de schuldenaar ertoe gehouden de belasting waarvan de schuldeiser teruggave bekomt aan de Staat terug te storten in de mate waarin hij die oorspronkelijk in aftrek heeft gebracht.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 792 voorkomens
KB nr. 4 art. 41 voorkomen
WBTW art. 771 voorkomen