Privé-gebruik van een bedrijfsvoertuig, privégebruik van een bedrijfsvoertuig · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.90.335 28 april 1999

Zoeken

Privé-gebruik van een bedrijfsvoertuig, privégebruik van een bedrijfsvoertuig

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-90-335-prive-gebruik-bedrijfsvoertuig-btw-privegebruik-4353

Nummer
E.T.90.335
Datum
28 april 1999

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

30 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.90.335 dd. 28.04.1999

BTW-Revue nr. 143, blz. 537-539, nr. 1064

Privé-gebruik van een bedrijfsvoertuig

Krachtens artikel 19, § 1, van het BTW-Wetboek wordt met een dienst verricht onder bezwarende titel gelijkgesteld, het gebruiken van een tot een bedrijf behorend goed, voor privé-doeleinden van de belastingplichtige of van zijn personeel of, meer algemeen, voor andere doeleinden dan deze van de economische activiteit van de belastingplichtige, wanneer voor dat goed recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan.

Overeenkomstig artikel 33, 2°, van hetzelfde Wetboek, is de maatstaf van heffing in dat geval de gedane uitgaven die betrekking hebben op het gebruik van het goed voor andere doeleinden dan deze van de economische activiteit.

De aanschrijving nr. 4 van 9 mei 1996 die bovengenoemde wettelijke bepalingen toelicht, regelt de toepassing van artikel 19, § 1, van het Wetboek in het bijzonder geval van een belastingplichtige die zijn autovoertuig, bedoeld in artikel 45, § 2, van hetzelfde Wetboek, kosteloos ter beschikking stelt van een personeelslid in wiens hoofde door de Administratie der directe belastingen een voordeel van alle aard wordt vastgesteld (z. hoofdstuk VI, nr. 23). Genoemde aanschrijving formuleert de berekeningswijze van de verschuldigde belasting, naargelang de BTW al dan niet in het voordeel in natura is begrepen.

De vraag werd gesteld of deze wijze van berekening kan toegepast worden wanneer een BTW-belastingplichtige kosteloos een voertuig dat niet bedoeld is in artikel 45, § 2, van het Wetboek, ter beschikking stelt van een personeelslid, een zaakvoerder of een bestuurder en er een voordeel in natura wordt vastgesteld door de Administratie der directe belastingen.

Het antwoord is bevestigend, onder voorbehoud dat, rekening houdend met de niet toepasselijkheid van artikel 45, § 2, van het Wetboek, de berekeningsformules van de maatstaven van heffing moeten worden aangepast als volgt:

1° Wanneer het bedrag van het voordeel van alle aard is vastgesteld exclusief BTW, wordt de maatstaf, exclusief BTW, van de aan de belasting onderworpen uitgaven, bepaald door de volgende formule:

+------------+ ¦Y = 0,9 x X ¦(1) +------------+ waarbij X =

bedrag van het voordeel van alle aard, excl. BTW. Y = maatstaf van

heffing

Het bedrag van de aan de Schatkist verschuldigde belasting wordt bekomen door op de maatstaf van heffing het voor de handeling toepasselijke tarief toe te passen (thans 21 pct.).

2° Wanneer het bedrag van het voordeel van alle aard is vastgesteld inclusief BTW, dient volgende formule te worden gebruikt:

+

-------------------------------------------------------------------+

¦ [0,1 x X excl. BTW] + [0,9 x X excl. BTW x 100 + t] = X incl. BTW

¦ ¦ ------- ¦ ¦ 100 ¦

+-------------------------------------------------------------------+

waarbij X = bedrag van het voordeel van alle aard. t = toepasselijk

BTW-tarief (thans 21 pct.). Bijgevolg:

+---------------------------+ ¦ X excl. BTW = X incl. BTW ¦ ¦

----------- ¦ ¦ 1,189 ¦ +---------------------------+ De aan de

Schatkist verschuldigde BTW wordt als volgt bepaald:

+---------------------------+ ¦ X incl. BTW - X excl. BTW ¦

+---------------------------+

(1) Indien het een gemengde belastingplichtige betreft die onderworpen is aan de regel van de aftrek volgens het algemeen verhoudingsgetal, is de te gebruiken formule de volgende:

Y = 0,9 x X x 100

--------------------------------------- 100 + [(100 -

algemeen verhoudingsgetal) x t]

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 453 voorkomens
WBTW art. 192 voorkomens
WBTW art. 331 voorkomen