BESLISSING ET90191
Beslissing nr. E.T. 90191 dd. 13.10.1998
BTW-Revue nr. 138, blz. 813, nr. 1055
Zie ook beslissing nr. E.T. 9.222 dd. 17.02.1972
Verlies hoedanigheid belastingplichtige
Zoals de hoedanigheid van belastingplichtige wordt verkregen door het stellen van ondubbelzinnige handelingen, gaat die hoedanigheid verloren door de definitieve stopzetting van de activiteit waardoor zij is ontstaan.
Ofschoon dit standpunt theoretisch geen enkel probleem stelt, rijzen er praktisch tal van problemen, inzonderheid dit van het behouden van een BTW-identificatienummer teneinde dit te misbruiken zowel in het nationaal als in het intracommunautair of internationaal handelsverkeer.
Zo mag ervan worden uitgegaan dat een natuurlijke persoon, die een activiteit uitoefent die hem de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige verleent, deze hoedanigheid verliest vanaf het tijdstip waarop hij de vereffening van zijn onderneming beëindigt en geen handelingen meer kan verrichten die in het BTW-Wetboek zijn bedoeld. Door definitief een einde te stellen aan zijn belastbare activiteit, moet hij zijn BTW-identificatienummer laten doorhalen.
Wanneer tot de ontbinding van een vennootschap wordt besloten, behoudt zij in principe de hoedanigheid van belastingplichtige tot de definitieve sluiting van de vereffening. Zolang de vereffening niet is gesloten, blijft de vennootschap gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften, maar de Administratie heeft aanvaard dat de vennootschap, op haar verzoek, haar nummer kon laten doorhalen van zodra geen enkele handeling meer kon worden verricht die de belasting opeisbaar maakte.
Niet zelden wordt evenwel vastgesteld dat bepaalde vennootschappen kunstmatig blijven voortbestaan of dat bepaalde vereffeningen niet worden afgesloten zonder dat de omstandigheden dit verantwoorden.
Welnu, de hoedanigheid van belastingplichtige moet objectief beoordeeld worden in functie van de reële situatie van betreffende onderneming en mag niet afhangen van de bereidwilligheid of het stilzitten van de vereffenaar.
Bijgevolg zal voortaan, zoals voor alle natuurlijke personen, de identificatie voor de BTW van een vennootschap in vereffening worden doorgehaald van zodra het vaststaat dat die vennootschap geen handelingen meer kan verrichten waardoor ze schuldenares van de BTW wordt. Dit zal voornamelijk het geval zijn wanneer zij geen realiseerbare activa meer bezit en haar activiteit nog slechts bestaat in, onder andere, het invorderen van haar schuldvorderingen tegenover derden.
De beslissing van 17 februari 1972, nr. 9222 (z. BTW-Rev. 7/242/275) wordt opgeheven.