Beslissing Btw nr. E.T.84.930 dd. 06.08.1996
BTW-Revue nr. 124, blz. 979-980, nr. 1023
Verhuur van laadborden (paletten) - Plaats van de dienst.
Tot nu toe worden voor het vervoer van goederen gebruikte paletten of laadborden voor de toepassing van de BTW in België als vervoermiddelen aangemerkt (z. parl. vr. nr. 158 van 20 maart 1991 van Senator de Clippele) (Z. BTW-Revue 95/272/8) zodat de plaats van de dienst die bestaat in de verhuur van paletten bijgevolg wordt bepaald op grond van de artikelen 21, § 2 en 21, § 3, 6°, van het BTW-Wetboek.
Het antwoord op bovengenoemde parlementaire vraag steunde op een voorstel tot 19de Richtlijn van de Europese Raad waarbij onder meer laadborden als vervoermiddel werd aangemerkt.
Dat voorstel werd evenwel door de Commissie (PB nr. C 147/12, 30.05.1994) ingetrokken aangezien het niet voldoende gerechtvaardigd bleek inzake het principe van de bijzaak.
Anderzijds, beschouwen het merendeel van de Lid-Staten laadborden niet als een vervoermiddel.
Met het oog op een eenvormige toepassing van de diverse criteria inzake de plaatsbepaling van diensten hetgeen aansluit bij de betrachting tot vereenvoudiging van intracommunautaire goederenvervoer dat overigens wordt nagestreefd door de Richtlijn 95/7/EG van 10 april 1995 (Z. BTW-Revue 116/872), werd beslist om laadborden niet meer als vervoermiddel aan te merken.
Voortaan wordt de plaats van de dienst die bestaat in de verhuur van paletten dan ook bepaald overeenkomstig de artikelen 21, § 2 en 21, § 3, 7°, h, van het BTW-Wetboek.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.