Beslissing Btw nr. E.T.84.160 dd. 12.06.1995
BTW-Revue, nr. 114, blz. 647-648, nr. 1011
Contract voor een geheel van handelingen - Sommige onder verlegging van heffing en andere niet
De administratie aanvaardt, bij wijze van vereenvoudiging, dat, wanneer een contract verschillende handelingen tot voorwerp heeft waarvan sommige vallen onder de toepassing van artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 (oud artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969) en andere niet, de regeling van de verlegging van de heffing wordt toegepast voor het geheel zodat de factuur niet moet worden uitgesplitst (z. nr. 19 van de aanschrijving nr. 3 van 1 februari 1979).
Deze tolerantie kan evenwel slechts worden toegepast voor zover het hoofdvoorwerp van het contract een door de regeling van de verlegging van de heffing beoogde handeling uitmaakt en de elementen van bedoeld contract die niet in het toepassingsgebied van deze regeling vallen derhalve slechts bijkomstig zijn.
Indien het hoofdvoorwerp van het contract een handeling betreft die niet bedoeld is door de regeling van de verlegging van de heffing en de belastingplichtige bijkomstig handelingen moeten verrichten waarvoor artikel 20 van voormeld koninklijk besluit nr. 1 wel van toepassing is, moet de factuur worden uitgesplitst en is het uitgesloten dat de verlegging van de heffing wordt toegepast voor de hoofdhandeling. Daarentegen blijft in de regel deze verlegging van de heffing van toepassing voor de bijkomende handelingen bedoeld in bovengenoemd artikel 20.
De administratie zal in een dergelijk geval evenwel geen kritiek uitoefenen wanneer de belastingplichtige op de factuur eveneens de BTW aanrekent voor de bijkomende handelingen beoogd door de regeling van de verlegging van de heffing. In het geval de belastingplichtige gebruik maakt van deze tolerantie zal hij op de factuur een verwijzing aanbrengen naar de onderhavige beslissing.