Beslissing Btw nr. E.T.79.581 dd. 27.01.1994
BELANGRIJK: Zie ook beslissing nr. E.T.125.180 dd. 20.11.2014
BTW-Revue nr. 110, blz. 1019-1020, nr. 995
Belastingplicht- Bestuurders-Vennootschappen.
Vanaf 1 januari 1993 zijn bij toepassingvan de artikelen 2, 4 en 18 van het BTW-Wetboek alle prestaties vanlastgeving, die in België worden verricht onder bezwarende titeldoor een als zodanig handelende belastingplichtige, in de regel aande belasting onderworpen.
Omwille van de bijzondere aard vanhun opdracht als lasthebber neemt de administratie echter aan datde bestuurders die handelen in de gewone uitoefening van hunstatutaire opdracht en optreden als een orgaan van de vennootschapdie zij vertegenwoordigen niet zelfstandig handelen zoals de termzelfstandig wordt omschreven in artikel 4, vierde lid, van de ZesdeRichtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei1977. Bijgevolg dienen de door de bestuurders in die hoedanigheidverrichte prestaties niet aan de BTW te worden onderworpen.
Omdat enerzijds de lastgevingprincipieel een met BTW belastbare dienst is en anderzijdsrechtspersonen voor de toepassing van bovengenoemd artikel 4,bezwaarlijk als niet-zelfstandig kunnen worden beschouwd, kunnenrechtspersonen, hoewel de administratie om praktische redenen hunidentificatie als BTW-belastingplichtige naar analogie metnatuurlijke personen die als bestuurder optreden, niet eist, voorde toepassing van de BTW wel als BTW-belastingplichtige wordenaangemerkt en als zodanig worden geïdentificeerd.
Bovenstaande redenering geldteveneens voor de vennootschappen die reeds belastingplichtig zijnvoor een andere economische activiteit. Indien de betrokkenbelastingplichtige vennootschappen derhalve ervoor opteren hunhandelingen als bestuurder niet aan de BTW te onderwerpen, dienenzij in de regel het recht op aftrek uit te oefenen volgens de regelvan het algemeen verhoudingsgetal.