BESLISSING ET79116
Beslissing nr. E.T. 79116 dd. 01.01.1997.
Zie ook beslissing nr. E.T. 79.116 dd. 26.01.1994
Bunkering. BTW-entrepot.
Bij de bovengenoemde beslissing werd aan ondernemingen die actief zijn in de bunkering van zeeschepen, toegestaan om met vrijstelling van de BTW petroleumproducten aan te kopen onder de voorwaarden gesteld in die beslissing.
Die regeling was gebaseerd op het andere stelsel van entrepot dan douane-entrepot (BTW-entrepot) zoals bedoeld in artikel 39, § 2 (oud), van het BTW-Wetboek.
De regeling was voorlopig in die zin dat ze zou worden herzien van zodra een communautaire regeling werd uitgewerkt voor de toepassing van de vrijstelling van de BTW voor petroleumproducten die zich onder accijnsverband bevinden.
De tweede vereenvoudigingsrichtlijn 95/7/EG van 10 april 1995 heeft onder meer het artikel 16, 1 van de Zesde BTW-Richtlijn herschreven. In dat artikel is de regeling inzake het BTW-entrepot opgenomen. Het huidige artikel 16, 1, B, van de Zesde Richtlijn bepaalt dat voor accijnsproducten als BTW-entreprot wordt beschwoud de als belastingentrepots in de zin van artikel 4, onder b), van de Richtlijn 92/12/EEG aangemerkte plaatsen. Deze gelijkstelling houdt inzonderheid in dat petroleumproducten die worden opgeslagen in een belastingentrepot of die er zich in bevinden, in aanmerking komen voor vrijstelling van de BTW in het kader van de regeling BTW-entrepot.
De tweede vereenvoudigingsrichtlijn werd per 1 januari 1996 omgezet in het Belgisch BTW-Wetboek. Daarbij werd een nieuw artikel 39quater in het BTW-Wetboek ingelast, dat de BTW-vrijstellingen groepeert met betrekking tot de andere entrepots dan douane-entrepots.
De voorwaarden en beperkingen voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 39quater van het BTW-Wetboek, werden opgenomen in het koninklijk besluit nr. 54 van 25 februari 1996 met betrekking tot de andere regeling van entrepot dan douane-entrepot alsmede in de aanschrijving nr. 9 van 5 november 1996.
Deze nieuwe bepalingen die voortaan moeten worden nageleefd, heffen de beslissing van 26 januari 1994 op.