Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BTW
Belasting over de toegevoegde waarde
Beslissing Btw nr. E.T.76.901/2 d.d. 26.01.2015
Deze beslissing werd vervangen door de Circulaire 2019/C/5 betreffende de voorwaarden waaronder een universele postdienst van de btw is vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 3, 14°, van het Btw-Wetboek.
Vrijstelling artikel 44, § 3, 14°, van het Btw-Wetboek
Postdiensten
Bij artikel 2 van de Wet van 05.04.2011 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (BS 21.04.2011) werd artikel 44, § 3, 14°, van het Btw-Wetboek met ingang van 01.01.2012 vervangen.
Overeenkomstig voornoemd artikel 44, § 3, 14°, van het Btw-Wetboek zijn van de belasting vrijgesteld de diensten en de leveringen van goederen bijkomstig bij deze diensten verleend door verrichters van postdiensten die de verplichting op zich nemen de gehele universele postdienst of een deel daarvan te verzekeren, wanneer deze diensten universele postdiensten betreffen zoals gedefinieerd in artikel 142 van de Wet van 21.03.1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
Krachtens de bepalingen van voornoemd artikel 142, § 1, van de Wet van 21.03.1991 (BS 27.03.1991) omvat de universele postdienst volgende verrichtingen:
a) het ophalen, het sorteren, het vervoer en de distributie van postzendingen tot 2 kg;
b) het ophalen, het sorteren, het vervoer en de distributie van postpakketten tot 10 kg;
c) de distributie van de postpakketten ontvangen vanuit andere lidstaten tot 20 kg;
d) de diensten in verband met aangetekende zendingen en zendingen met aangegeven waarde.
De universele postdienst omvat zowel de nationale als de grensoverschrijdende diensten.
Het verstrekken van de universele postdienst omvat een aantal verplichtingen en eisen die opgesomd worden in de artikelen 142, §§ 2 tot 4 en volgende van de Wet van 21.03.1991. Als aanbieder van de universele postdienst wordt slechts beschouwd de postale operator die de met de universele postdienst samenhangende verplichtingen op zich neemt.
Uit wat voorafgaat volgt dat de vrijstelling beoogd in artikel 44, § 3, 14°, van het Btw-Wetboek enkel van toepassing is ten aanzien van de door dat artikel beoogde handelingen die worden aangemerkt als universele postdiensten in de zin van voornoemd artikel 142 van de Wet van 21.03.1991 en die worden verstrekt door de aanbieder(s) van de universele postdienst.
Onderhavige beslissing vervangt beslissing E.T.76.901 van 07.01.2005.
Jozef MARCKX
Adviseur-generaal