Beslissing Btw nr. E.T.67.187 dd. 10.07.1990
BTW-Revue, nr. 91, blz. 339
Ultralichte motorluchtvaartuigen (U.L.M.).
A. Regeling inzake BTW
1. De levering van een U.L.M. door een belastingplichtige is onderworpen aan het BTW-tarief van 25 pct. overeenkomstig rubriek I, nummer 5, van tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.
2. Daarentegen is de levering zonder montage door een belastingplichtige van een al dan niet volledig stel losse stukken en onderdelen voor het bouwen van een U.L.M. (soms "bouwkits" genoemd) onderworpen aan het normale BTW-tarief dat thans 19 pct. bedraagt. De banden en binnenbanden voor het U.L.M. zijn evenwel onderworpen aan het tarief van 25 pct. overeenkomstig rubriek I, nummer 8, van tabel C van de bijlage bij voormeld koninklijk besluit nr. 20. Wanneer een stel losse stukken en onderdelen voor het bouwen van een U.L.M. de banden en binnenbanden voor het toestel bevat en verkocht wordt voor een enige prijs, moet de verkoper bijgevolg deze prijs splitsen voor de heffing van de BTW. Indien die splitsing niet gebeurt, is de heffing slechts regelmatig indien het geheel volledig wordt belast tegen het tarief van 25 pct.
Het spreekt overigens vanzelf dat de levering van een U.L.M. waarvan bepaalde delen (b.v. de vleugels) gedemonteerd werden met het oog op het transport, onderworpen is, ten belope van de volledige prijs, aan het tarief van 25 pct. Het onderscheid tussen zulk een met het oog op het transport gedemonteerd U.L.M. en de bouwkits, beoogd in het vorige lid, dient beoordeeld te worden rekening houdend inzonderheid met de omvang, de complexiteit en de bijzondere aard van de montage en assemblage van de verschillende stukken en onderdelen die de verkrijger vooraf voor de eerste ingebruikneming van het U.L.M., moet verrichten. Wanneer voor de eerste ingebruikneming geen omvangrijke montage of assemblage moet gebeuren - gemakkelijk uit te voeren op het vliegterrein bijvoorbeeld - of ook wanneer de montage of assemblage weinig verschilt van deze die moet verricht worden voor elk gebruik van een U.L.M., dient men ervan uit te gaan dat de levering betrekking heeft op een U.L.M., levering die derhalve onderworpen is aan het tarief van 25 pct.
3. Indien een belastingplichtige een U.L.M. als bedrijfsmiddel gebruikt, U.L.M. dat hij heeft gebouwd met een kit of met verschillende stukken en onderdelen, dient hij, bij toepassing van artikel 12, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek, de BTW te voldoen die verschuldigd is ingevolge deze ingebruikneming (ingebruikneming voor de beroepswerkzaamheid); de BTW geheven bij de verkrijging van de verschillende stukken en onderdelen voor de vervaardiging van het U.L.M. en de BTW geheven over de ingebruikneming, zijn volgens de gewone regels aftrekbaar.
B. Regeling inzake inschrijvingstaks
1. Bij toepassing van artikel 2, 2°, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen is de uitreiking van een inschrijvingsbewijs van een U.L.M., overeenkomstig de reglementering betreffende de luchtvaart, onderworpen aan de inschrijvingstaks. Deze taks is verschuldigd door de persoon op wiens naam het inschrijvingsbewijs wordt uitgereikt. Ze wordt geheven tegen het tarief van 25 pct. over de normale waarde van het U.L.M.
2. Overeenkomstig artikel 7, § 1, 1°, a, is de inschrijving van een U.L.M. op naam van een persoon of zijn echtgenoot die dit U.L.M. hier te lande heeft verkregen met betaling van de BTW, evenwel vrijgesteld van de inschrijvingstaks (geval beoogd in punt A, 1). Deze vrijstelling is eveneens van toepassing voor de uitreiking van een inschrijvingsbewijs voor een U.L.M. wanneer dit U.L.M. het voorwerp heeft gevormd van een ingebruikneming als bedoeld in artikel 12, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek (geval beoogd in punt A, 3).
3. De vrijstelling met betrekking tot de inschrijving van een U.L.M. is daarentegen niet van toepassing wanneer de schuldenaar van de taks die de bovengenoemde ingebruikneming van artikel 12, § 1, 4°, niet moet toepassen, het U.L.M. zelf heeft gebouwd met een kit of verschillende stukken en onderdelen (z. punt A, 2, 1ste lid).
Om een dubbele heffing te vermijden aanvaardt de administratie evenwel dat de BTW die de schuldenaar heeft betaald bij de verkrijging van de kit en/of van de stukken en onderdelen voor de bouw van het U.L.M., in mindering mag worden gebracht van de verschuldigde inschrijvingstaks wanneer de volgende twee voorwaarden vervuld zijn:
- de aankoopfactu(u)r(en) van de kit en/of van de verschillende stukken en onderdelen waaruit blijkt dat de BTW over de aankoop voldaan werd door de schuldenaar van de inschrijvingstaks, moet(en) worden overgelegd op het BTW-controlekantoor tot hetwelk laatstgenoemde persoon zich richt voor het vervullen van de formaliteiten inzake inschrijvingstaks;
- de schuldenaar van de taks heeft de BTW met betrekking tot deze aanko(o)p(en) niet volgens de gewone regels in aftrek kunnen brengen.
Deze toerekening gebeurt overigens enkel voor kits, stukken en onderdelen die speciaal werden gekocht en gebruikt voor het bouwen van betreffend U.L.M. Er gebeurt dus geen toerekening voor goederen die oorspronkelijk werden gebruikt voor een eerste bestemming en die achteraf door de eigenaar gebruikt worden voor de bouw van betreffend U.L.M. (b.v. mechanische onderdelen die de eigenaar recupereert van een U.L.M. teneinde ze te gebruiken voor de bouw van een ander luchtvaartuig).
C. Uitreiking van het attest nr. 444 of van de aangifte inzake inschrijvingstaks nr. 443
1. De inschrijvingstaks moet betaald worden op zicht van een aangifte inzake inschrijvingstaks nr. 443 die moet worden overgelegd op een BTW-controlekantoor voor de indiening van de aanvraag om inschrijving van het U.L.M.
2. Overeenkomstig artikel 2 van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen mag voormelde aangifte in de onder de punten A, 1 en 3, hierboven beoogde gevallen, worden vervangen door een attest nr. 444 uitgereikt, naargelang van het geval, door de verkoper (punt A, 1) of door de belastingplichtige die de ingebruikneming van artikel 12, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek verricht (punt A, 3). In dit laatste geval worden de woorden "bevestig verkocht te hebben aan" vervangen door de vermelding "bevestig te hebben in gebruik genomen overeenkomstig artikel 12, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek".
3. In het geval beoogd in punt A, 2, eerste lid, moet een aangifte nr. 443 overgelegd worden op het BTW-controlekantoor. De uitreiking van een attest nr. 444 door de verkoper van de kit of van de stukken en onderdelen is in dit geval niet toegelaten.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.