Terbeschikkingstelling van een geluidsopnamestudio · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.66.443 28 augustus 1989

Zoeken

Terbeschikkingstelling van een geluidsopnamestudio

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-66-443-terbeschikkingstelling-geluidsopnamestudio-btw-8a1c

Nummer
E.T.66.443
Datum
28 augustus 1989

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

7 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.66.443 dd. 28.08.1989

BTW-Revue, nr. 88, blz. 436

Terbeschikkingstelling van een geluidsopnamestudio.

De handeling die bestaat in het ter beschikking stellen van een geluidsopnamestudio, de uitrusting en het technisch personeel ervan, dient te worden aangemerkt als een dienst die de uitvoering van een werk tot voorwerp heeft en derhalve wordt bedoeld in artikel 18, § 1, 1° , van het BTW-Wetboek. Daarbij is het van geen enkel belang wie de geluidsdragers van de opname verschaft.

Op grond van artikel 21, § 2, van het Wetboek, wordt die dienst geacht in België plaats te vinden wanneer de dienstverrichter - in onderhavig geval de exploitant van de studio - er de zetel van zijn beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit de dienst wordt verricht. Het is dus zonder belang waar de ontvanger van de dienst is gevestigd.

Wanneer evenwel de terbeschikkingstelling van een opnamestudio gebeurt zonder enige medewerking van het personeel of van de exploitant zelf van de studio, dient de handeling te worden aangemerkt als een verhuur van goederen; die verhuur valt buiten de werkingssfeer van de BTW in de mate waarin hij betrekking heeft op onroerende goederen uit hun aard, maar is ten aanzien van de andere verhuurde goederen aan de BTW onderworpen wanneer die verhuur geacht wordt in België plaats te vinden (Wetb., art. 21, § 2 en § 3, 7° , h). Dit is inzonderheid het geval wanneer de gebruiker van de studio (de ontvanger van de dienst) beroep doet op zijn eigen technici of wanneer zelfstandige technici hun diensten rechtstreeks aan de gebruiker factureren.

In deze veronderstelling moeten de contractanten, wanneer het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op het genot van lichamelijke roerende goederen en de onroerende goederen door bestemming bedoeld in artikel 9, § 1, van het Wetboek, niet contractueel is vastgesteld, de prijs uitsplitsen onder toezicht van de administratie.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 181 voorkomen
WBTW art. 211 voorkomen
WBTW art. 91 voorkomen