Beslissing Btw nr. E.T.6.434 dd. 28.10.1971
Maatstaf van heffing bij invoer.
Op grond van artikel 34 van het BTW-Wetboek, dienen bij invoer van goederen onder meer de bij de invoer betaalde invoerrechten aan de koopprijs te worden toegevoegd, voor zover ze er niet reeds zijn inbegrepen.
Het gebeurt vaak dat de invoer van goederen bestemd om te worden wederuitgevoerd na in het land een nijverheidsbewerking te hebben ondergaan, gedaan wordt met tijdelijke vrijstelling van het invoerrecht, onder dekking van borgbrieven 133 (stelsel P.A.V.), op grond van algemene of bijzondere vergunningen verleend door de Administratie der douane en accijnzen.
Die borgbrieven 133 worden aangezuiverd door inverbruikstelling hetzij voor verbruik hier te lande, hetzij voor uitvoer naar Lid-Staten van de E.E.G. of nog door uitvoer naar niet-E.E.G. landen.
Het invoerrecht wordt eisbaar bij de inverbruikstelling, dit is wanneer de goederen voor de Belgische markt worden aangegeven of voor uitvoer naar landen die lid zijn van de E.E.G. In deze twee gevallen moet tot een herziening van de heffing van de belasting worden overgegaan. De verschuldigde belasting wordt berekend over het bedrag van de verschuldigde invoerrechten en tegen het tarief dat op de ingevoerde goederen van toepassing is.
Zowel bij de invoer als bij de herziening mag de aan de invoerder op grond van artikel 43 van het Wetboek van de BTW verleende vergunning worden ingeroepen. Het bedrag van de belasting waarvan de vrijstelling werd bekomen, moet worden beschouwd als "niet betaalde belasting" in de boekhouding die wordt gehouden bij toepassing van § 34 van de aanschrijving van 29 december 1970, nr. 100, gewijzigd bij deze van 7 mei 1971, nr. 75.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.