BESLISSING ET57458/87
Beslissing nr. E.T. 57458 dd. 08.01.1987.
BTW-Revue nr. 76, blz. 160
Zie ook beslissing nr. E.T. 57458 dd.17.05.1989 .
Rechten door het Instituut voor veterinaire keuring.
Op grond van het koninklijk besluit van 4 juli 1986 betreffende de rechten bestemd om de kosten te dekken van de keuringen, gezondheidsonderzoeken en -controles van slachtvee, vlees van gevogelte en vis (Belgisch Staatsblad van 8 juli 1986) genomen ter uitvoering van de wet van 13 juli 1981 tot oprichting van een instituut voor veterinaire keuring (Belgisch Staatsblad van 15 september 1981), worden vanaf 1 juli 1986 ten laste van de in artikel 1, 2° en 4° , van bovengenoemd koninklijk besluit bedoelde eigenaars van slachtdieren, gevogelte en vis en van de laatste eigenaar van de van die dieren afkomstige produkten voor ze aan de verbruiker worden afgeleverd, ten bate van het Instituut voor veterinaire keuring, rechten geheven.
Die rechten vormen de tegenprestatie van de keuringen, gezondheidsonderzoeken en -controles die door dierenartsen als personeelslid van het Instituut voor veterinaire keuring worden verricht.
Aangezien bedoeld instituut een in artikel 6 van het BTW-Wetboek bedoelde overheidsinstelling is en de verrichte diensten bovendien worden verstrekt door dierenartsen waarvan de in het kader van hun beroepswerkzaamheid gestelde handelingen op grond van artikel 44, § 1, 3° , van het BTW-Wetboek van de BTW zijn vrijgesteld, zijn de door bovengenoemd instituut gevorderde rechten niet aan de BTW onderworpen. Anderzijds wordt aanvaard dat zij in de verdere handelsfases die voorafgaan aan de levering aan de verbruiker niet in de maatstaf van heffing met betrekking tot de geleverde vleesprodukten moeten begrepen worden indien zij afzonderlijk en voor het juiste bedrag zoals dat door bovengenoemd koninklijk besluit wordt vastgesteld, op de factuur worden vermeld.
Daarentegen zijn de bedragen die in voorkomend geval door de exploitant van het slachthuis waar de dieren worden geslacht en de verkoopsorganisatie van de vis, die met de inning van bedoelde rechten zijn belast, van de geïnde rechten worden afgehouden ter dekking van de administratie- en inningskosten, op grond van de artikelen 18, § 1, 1° , en 19, § 1, van het BTW-Wetboek aan de BTW onderworpen tegen het tarief van 19 pct.