Kredietverzekeringen · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.56.795 4 december 1987

Zoeken

Kredietverzekeringen

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-56-795-kredietverzekeringen-btw-kredietverzekering-5868

Nummer
E.T.56.795
Datum
4 december 1987

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

De eerste zeven paragrafen van deze beslissing worden opgeheven met ingang van 01.01.2025 door de Circulaire 2024/C/80 van 11.12.2024 betreffende het recht op teruggaaf in hoofde van de kredietverzekeringsmaatschappij en in hoofde van de begunstigden van deze kredietverzekeringscontracten in geval van geheel of gedeeltelijk verlies van de schuldvordering van de prijs

Kredietverzekeringen - Rechthebbende op teruggaaf van de BTW.

Meer en meer sluiten belastingplichtigen met een verzekeringsmaatschappij een contract om zich te verzekeren voor de verliezen die zij kunnen lijden ten gevolge van het onvermogen van klanten (de zogenaamde kredietverzekeringen).

Bij onvermogen van een klant van de belastingplichtige betaalt de verzekeringsmaatschappij aan die belastingplichtige, overeenkomstig de modaliteiten van het verzekeringscontract, een gedeelte van het factuurbedrag als schadevergoeding.

De goedkeuring van de verzekeringsmaatschappij over de uitbetaling van de schadevergoeding of de effectieve uitbetaling ervan, is op zichzelf geen voldoende oorzaak voor het in artikel 77, § 1, 7° van het BTW-Wetboek bedoelde recht op teruggaaf van de BTW wegens geheel of gedeeltelijk verlies van de schuldvordering van de prijs. De teruggaaf van de belasting wordt immers slechts toegestaan van zodra het verlies van een schuldvordering als zeker mag worden beschouwd, feitenkwestie die afhangt van de omstandigheden eigen aan iedere zaak.

Hoewel de verzekeringsmaatschappij in de rechten van de belastingplichtige-schuldeiser wordt gesubrogeerd tot beloop van het bedrag van de uitbetaalde schadevergoeding, werd beslist dat bij definitief verlies van de schuldvordering het in artikel 77, § 1, 7° van het BTW-Wetboek bedoelde recht op teruggaaf binnen de daartoe gestelde voorwaarden slechts zal kunnen uitgeoefend worden door de in artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, beoogde belastingplichtige, met name de belastingplichtige die de belasting aan de Staat heeft voldaan.

Bij verlies van een schuldvordering ten gevolge van faillissement of van een gerechtelijk akkoord heeft de administratie geen bezwaar dat de belastingplichtige-schuldeiser zijn recht op teruggaaf uitoefent aan de hand van het door de curator aan de verzekeringsmaatschappij uitgereikt origineel attest, voor zover dit laatste het volledige verlies van de schuldvordering bevestigt en het bovendien duidelijk is geïndividualiseerd zowel wat de identiteit van de belastingplichtige betreft als de schuld waarvan bij de afsluiting van het faillissement geen enkele betaling kan worden verkregen.

Wanneer in voorkomend geval de verzekeringsmaatschappij nadat de schuldenaar opnieuw vermogend is geworden, de als verloren beschouwde schuldvordering geheel of gedeeltelijk van laatstgenoemde recupereert, zal zij van dat gerecupereerde bedrag, in verhouding tot het niet door het verzekeringscontract gedekte gedeelte van de schuldvordering, aan de verzekerde-belastingplichtige een bijkomende betaling doen. Deze laatste dient echter bij die gelegenheid de BTW die overeenstemt met het volledige door de verzekeringsmaatschappij gerecupereerde bedrag aan de Staat terug te storten wanneer hij de BTW over het totale bedrag van de oorspronkelijk verloren gegane schuldvordering heeft teruggevraagd.

Bovenstaande regels gelden echter niet bij overdracht van een schuldvordering.

In dit laatste geval immers wordt de overnemer (meestal factoringmaatschappij) eigenaar van de schuldvordering door de overdracht die in de regel door endossement van de betreffende factuur wordt vastgesteld, en zelfs tegen derden kan worden ingeroepen (z. art. 13, eerste lid, en art. 16, derde lid, van de wet van 31 maart 1958).

In die omstandigheden is het de overnemer van de schuldvordering die bij geheel of gedeeltelijk verlies van de vordering van de prijs krachtens artikel 77, § 1, 7° van het BTW-Wetboek aanspraak kan maken op teruggaaf van de BTW.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 773 voorkomens
KB nr. 4 art. 11 voorkomen

Administratieve doctrine

7

Bekijk de 7 documenten