Deze beslissing werd vervangen door de Circulaire 2022/C/118 betreffende het btw-tarief op het recht op toegang tot fitnesscentra en andere sportinrichtingen van 21.12.2022
BTW-Revue, nr. 65, blz. 737-738, nr. 831.
Exploitant van een fitnesscenter.
De diensten die bestaan in het verlenen van het recht op toegang tot een zogenaamd "fitnesscenter", alsmede de toekenning van het recht van die inrichting gebruik te maken, zijn, overeenkomstig rubriek XXVIII, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven, belastbaar tegen het tarief van 6 pct. voor zover de exploitant van die inrichting op generlei wijze onderricht verstrekt in verband met de verschillende activiteiten (fitnesstraining, powertraining, "aerobic-dance", "gym-tonic", turnen, yoga, enz.) die er kunnen worden beoefend. Bij deze bepaling worden slechts handelingen beoogd waarbij de exploitant van de inrichting zich beperkt, tegen betaling van toegangsgeld, tot het verlenen van toegang tot de inrichting en het gebruik ervan. De toepassing van het tarief van 6 pct. strekt zich eveneens uit tot het gebruik van de roerende goederen die in hun geheel genomen de eigenlijke inrichting vormen zoals, onder meer, de halters voor "powertraining", de verschillende turntoestellen (o.m. plint, rekken aan muur vastgehecht, bok, enz.).
De terbeschikkingstelling van andere roerende goederen, zoals schoeisel, kledij, enz., is daarentegen een dienst die uitdrukkelijk wordt uitgesloten van de bovengenoemde rubriek XXVIII van tabel A van de bijlage bij het genoemde koninklijk besluit nr. 20. Deze dienst is derhalve onderworpen aan het normale BTW-tarief.
In dit opzicht wordt opgemerkt dat wanneer de exploitant aan nieuwkomers bij hun eerste bezoek, zonder prijssupplement, richtlijnen geeft betreffende het gebruik van de toestellen en hen een oefenschema overhandigt, hij het louter toekennen van het recht op toegang en gebruik van de zaal of inrichting niet te buiten gaat.
In dezelfde gedachtengang worden de aanmerkingen geuit door de exploitant of door een van zijn aangestelden aan de gebruiker bij een inadequaat gebruik van een toestel beschouwd als inherent aan de toekenning van het recht gebruik te maken van de sportinrichting.
Daarentegen zijn inzonderheid het verstrekken van richtlijnen aangaande het gebruik van de toestellen tegen betaling van een prijs afzonderlijk van het toegangsgeld, alsook het begeleiden van de lichaamsoefeningen door een monitor bij elke oefenbeurt onderworpen aan het normaal BTW-tarief.
Wanneer daarentegen de exploitant van een "fitnesscenter" op enigerlei wijze onderricht verstrekt aan de beoefenaars van de verschillende activiteiten, worden zijn diensten in die mate niet beoogd in de reeds genoemde rubriek XXVIII, van tabel A van de bijlage bij het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 20 en is de prijs die hij ervoor aanrekent aan de BTW onderworpen tegen het normale BTW-tarief.
Indien de exploitant van de sportinstelling een enige prijs aanrekent voor diensten die tegen verschillende tarieven belastbaar zijn, dan moet, voor de toepassing van de BTW, die enige prijs worden gesplitst ten einde iedere dienst tegen zijn eigen tarief te kunnen belasten.
Indien de prijs niet zou worden uitgesplitst kan de heffing slechts als correct worden aangemerkt wanneer het hoogste tarief wordt toegepast over de totale prijs.
Er wordt in dit verband volledigheidshalve opgemerkt dat wanneer de exploitant van een "fitnesscenter" ook diensten verstrekt m.b.t. het gebruik van saunabaden of zonnebanken, deze onderworpen zijn aan het normale BTW-tarief.
Het door de Administratie ingenomen standpunt wordt hierna verduidelijkt.
Dienaangaande moet een eerste onderscheid worden gemaakt naargelang de klant al dan niet door eigen krachtinspanning lichaamsoefeningen of -bewegingen doet. In bevestigend geval moet een ander onderscheid worden gemaakt naargelang de exploitant van de inrichting zich al dan niet beperkt tot het verlenen van de het recht op toegang en gebruik ervan.
I. De klant doet door eigen krachtinspanning lichaamsoefeningen of - bewegingen.
Voor zover, met inachtneming van de opgenomen uitzonderingen, rubriek XXVIII, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 - te vergelijken met artikel 18, § 1, 12°, van het BTW- Wetboek - betrekking heeft op de toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor sport alsmede de toekenning van het recht gebruik ervan te maken, worden bij die rubriek slechts de handelingen beoogd waarbij de exploitant van de inrichting zich beperkt tot het, tegen betaling van toegangsgeld, toegang verlenen tot deze inrichting en recht tot gebruik ervan te geven. Het is slechts in die mate dat de diensten die bestaan in het verlenen van het recht op toegang tot een gymnastiekzaal of tot een inrichting waar een of andere vorm van lichaamsbeweging wordt beoefend (inrichtingen die inzonderheid bekend staan onder de benaming "fitnesscenter") en de toekenning van het recht gebruik te maken van deze zaal of inrichting, het tarief van 6 pct. kunnen genieten bij toepassing van rubriek XXVIII, voornoemd.
Indien daarentegen de exploitant van een gymnastiekzaal of een inrichting waar lichaamsbeweging wordt beoefend meer verstrekt dan het louter recht op toegang en gebruik van de zaal of inrichting en hijzelf of een aangestelde eveneens gedurende gans de oefentijd of een gedeelte ervan inlichtingen, raadgevingen, richtlijnen of, a fortiori, echt onderricht aangaande de uit te voeren lichaamsbewegingen, het in acht te nemen ritme, enz., verstrekt, wordt de handeling voor het geheel aangemerkt als een dienst in de zin van artikel 18, § 1, 1°, van het Wetboek en is de prijs van de oefentijd in principe voor het geheel onderworpen aan het normaal tarief daar deze dienst niet is bedoeld in een specifieke rubriek van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970.
II. De klant doet geen lichaamsoefeningen of -bewegingen door eigen krachtinspanningen.
Wanneer een inrichting aan haar klanten diensten verstrekt met betrekking tot hun fysieke conditie zonder dat deze klanten daartoe door eigen inspanning lichaamsoefeningen of -bewegingen doen tijdens de sessie, is rubriek XVIII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 in geen geval van toepassing op deze diensten.
Daar zij in de regel persoonsverzorging tot doel hebben, behoren de door de exploitant van de inrichting verstrekte diensten normaal tot het toepassingsgebied van het normale BTW-tarief. Aldus zijn inzonderheid onderworpen aan het normale BTW-tarief;
•het geheel van prestaties verstrekt in het kader van de dienst inzake kunstmatig bruinen, zelfs indien deze handeling zou worden voorgesteld als het ter beschikking stellen van een al dan niet automatische zonnebank in de inrichting;
•het geheel van prestaties verstrekt in het kader van de exploitatie van een sauna, daaronder begrepen de eventuele gymnastiekoefeningen en -lessen ter vervollediging van de dienst;
•de diensten - en zoals hierboven de prestaties ter aanvulling - die betrekking hebben op het gebruik van elektromotorisch aangedreven trimtafels (ook "toningtafels" of "slankbanken" genoemd) die bij de gebruikers effecten zoals vermageren en figuurcorrectie, enz., teweeg brengen;
•het geheel van prestaties verstrekt in het kader van het gebruik van een "whool pool" of "massagebad" (badkuipen van variabele afmetingen waarbij het water borrelt waardoor de gebruiker een lichaamsmassage ondergaat).
Overigens is het duidelijk dat het normale BTW-tarief van toepassing is voor persoonsverzorging, zelfs indien ze als nevenactiviteit wordt verstrekt, ongeacht de ligging van het lokaal waar de activiteit wordt uitgeoefend en de benaming die de exploitant heeft gekozen. Aldus blijft het normale BTW-tarief van toepassing bijvoorbeeld ingeval van de exploitatie van een zonnebank als aanhorigheid van een zwembad, een hotelinrichting of een drankgelegenheid.
Tenslotte mag niet uit het oog worden verloren dat, wanneer de exploitant van een inrichting een enige prijs aanrekent voor diensten die aan verschillende tarieven onderworpen zijn, de toepassing van de verschillende tarieven een splitsing van de enige prijs vereist. Deze splitsing dient te gebeuren onder toezicht van de administratie en de exploitant dient het tegenbewijs te leveren van het vermoeden vervat in artikel 64, § 3, van het BTW-Wetboek.