Beslissing Btw nr. E.T.4.773 dd. 10.10.1973
BTW-Revue, nr. 15, blz. 204
Diensten van instellingen voor de jeugd.
In de beslissing van 10 mei 1971, nr. E.T. 3916 Z. Revue nr. 3, blz. 383, nr. 87. , wordt de regeling uiteengezet die op het stuk van artikel 44, § 2, 2° van het Wetboek, van toepassing is op de diensten verricht door instellingen erkend door het Ministerie van Justitie.
Die beslissing moet met volgend onderscheid toegepast worden.
A. Door het Ministerie van Justitie erkende instellingen
Wanneer de instelling door het Ministerie van Justitie is erkend, is de vrijstelling van de belasting van toepassing op de diensten die de instelling verleent aan al de jongeren die er in ondergebracht zijn, zelfs indien een bepaald aantal onder hen niet onder toezicht staat van de Jeugdrechtbank.
B. Instellingen die een aanvraag om erkenning bij het Ministerie van Justitie hebben ingediend
Wanneer een instelling op grond van het koninklijk besluit van 29 april 1969, tot vaststelling van de algemene toelatingsvoorwaarden bedoeld in artikel 66 van de wet van 8 april 1965, m.b.t. de jeugdbescherming, een aanvraag om erkenning heeft ingediend, mag tijdens de erkenningsprocedure voorlopig aanspraak op de vrijstelling worden gemaakt. Deze mag echter slechts worden toegepast in de mate waarin de diensten worden verleend aan minderjarigen die reeds door de Jeugdrechtbank in het kader van de wet van 8 april 1965 in de bedoelde instelling zijn geplaatst.