Beslissing Btw nr. E.T.34.515 dd. 15.04.1980
BTW-Revue, nr. 45, blz. 270
Auto's - Aftrek met inachtneming van het werkelijk gebruik.
Wanneer ingevolge de bijzondere regeling voor personenwagens onttrokken door handelaars en constructeurs van personenwagens (z. aanschr. 4, van 12 januari 1971, zoals die inzonderheid werd gewijzigd door de aanschr. 74, van 11 juli 1972) een handelaar of een constructeur een herziening van de BTW moet verrichten over een in die regeling bepaalde maatstaf van heffing, dient die maatstaf van heffing, voor de toepassing van artikel 100 van het BTW-Wetboek, tot beloop van het gedeelte beroepsgebruik als het bedrag van een door hem gedane investering te worden aangemerkt.
Bijgevolg is er een investering tot beloop van de volledige maatstaf van heffing indien de personenauto uitsluitend voor beroepswerkzaamheid werd gebruikt en tot het passende beloop daarvan indien de auto ook voor privé-doeleinden of voor andere dan beroepsdoeleinden werd gebruikt (z. nr. 14 van aanschr. 7/1977, en nr. 11 van aanschr. 25/1978).
De aldus bij wijze van herziening gedane heffing wordt ten aanzien van de diverse berekeningen die voor de toepassing van artikel 100 van het Wetboek worden verricht geacht plaats te vinden op het tijdstip waarop de personenauto door de handelaar of de constructeur voor het eerst in gebruik werd genomen.
Met het bedrag van die investering dient in voorkomend geval rekening te worden gehouden bij het bepalen van het investeringsgemiddelde, van de bijkomende of van de arbeidsscheppende investeringen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.