Maatstaf van heffing · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.32.306 22 oktober 1979

Zoeken

Maatstaf van heffing

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-32-306-maatstaf-heffing-btw-e93b

Nummer
E.T.32.306
Datum
22 oktober 1979

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.32.306 dd. 22.10.1979

BTW-Revue, nr. 43, blz. 42

Maatstaf van heffing - Geschenken aan personeelsleden.

Een vennootschap heeft de gewoonte, bij bepaalde gelegenheden, aan sommige van haar personeelsleden een geschenk aan te bieden dat zij zelf mogen kiezen uit de goederen waarin die vennootschap handel drijft, zonder dat de waarde ervan een welbepaald bedrag, BTW inbegrepen, mag overschrijden.

De begunstigde heeft evenwel de mogelijkheid om een goed te kiezen waarvan de waarde hoger is dan die welke door de vennootschap werd bepaald, op voorwaarde dat hij het verschil tussen de verkoopprijs, BTW inbegrepen, en het door de vennootschap bepaalde plafond, BTW inbegrepen, bijpast.

De vraag is welke BTW naar aanleiding van de overhandiging van een dergelijk geschenk verschuldigd is.

Eerste geval - Het personeelslid kiest een goed waarvan de waarde, BTW inbegrepen, het door de vennootschap bepaalde plafond niet overschrijdt.

Aangezien het goed wordt gekozen uit de goederen waarin de vennootschap handel drijft, heeft deze de voorbelasting betreffende dat goed in aftrek kunnen brengen volgens de gewone regelen.

Indien de overhandiging van het geschenk voor de heffing van de inkomstenbelasting niet als een voordeel wordt aangemerkt, is de vennootschap ertoe gehouden de in artikel 12, § 1, 3°, a van het BTW-Wetboek, bedoelde onttrekking te doen. Deze onttrekking is aan de BTW onderworpen over de inkoopprijs van het aangeboden goed of soortgelijke goederen of, indien er geen inkoopprijs is, over de kostprijs berekend op het tijdstip waarop de onttrekking wordt verricht (Wetboek, art. 33, 1° ). Wat de overhandiging van het geschenk aan de begunstigde betreft, die handeling is niet aan de BTW onderworpen.

Wanneer daarentegen de overhandiging van het geschenk voor de heffing van de inkomstenbelasting als een voordeel wordt aangemerkt, is het bedrag van dat voordeel aan de BTW onderworpen omdat het de tegenprestatie is van een levering van een goed als bedoeld in het BTW-Wetboek. In dat geval moet de vennootschap de in artikel 12, § 1, 3° , a van het BTW-Wetboek bedoelde onttrekking niet verrichten. Als de BTW in het bedrag van dat voordeel is begrepen, moet die belasting daarvan worden afgetrokken voor de berekening van de maatstaf van heffing van de BTW (z. voorlaatste lid van de besl. van 10 augustus 1978, nr. E.T. 29.256).

Tweede geval - Het personeelslid kiest een goed waarvan de verkoopprijs, BTW inbegrepen, het door de vennootschap bepaalde plafond, eveneens BTW inbegrepen, overschrijdt.

In dit tweede geval betaalt het personeelslid een bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen de verkoopprijs, BTW inbegrepen, van het goed dat hij van de vennootschap wenst te ontvangen en het plafond, BTW inbegrepen, dat de vennootschap met betrekking tot de toekenning van dat geschenk heeft bepaald.

In dat geval vindt er tussen de vennootschap en het personeelslid eveneens een levering plaats ingevolge een contract onder bezwarende titel. Aangezien de tegenprestatie niet alleen bestaat uit een geldsom maar eveneens uit de afstand van het recht gratis een goed te verkrijgen met een lagere waarde dan die van het gekozen goed, is de BTW, overeenkomstig artikel 32 van het BTW-Wetboek, verschuldigd over de normale waarde van deze tegenprestatie. Onder normale waarde mag hier worden verstaan de prijs, exclusief BTW, die de vennootschap zou aanrekenen in geval van zuivere en eenvoudige verkoop aan het personeelslid.

De vennootschap moet in dit geval de door artikel 12, § 1, 3° , a van het BTW-Wetboek, bedoelde onttrekking uiteraard niet verrichten.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 321 voorkomen

Administratieve doctrine

6

« … van haar personeelsleden een geschenk aan dat zij zelf mogen kiezen uit de goederen waarin die vennootschap handel drijft. Het personeelslid kiest een goed waarvan de waarde, btw inbegrepen, het door de vennootschap bepaalde plafond niet overschrijdt. ( beslissing nr. E.T. 32.306 van 22.10.1979 ). 4. Ingebruikneming van een roerend of onroerend goed als bedrijfsmiddel (artikel 12, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek) A. Doel van de belastingheffing Overeenkomstig artikel 12, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek, wordt met een levering … »

Herzieningen, onttrekkingen en ingebruiknemingen (01.09.2026)Administratieve commentaar01.09.2026

Bekijk de 6 documenten