Beslissing Btw nr. E.T.27.864 dd. 18.04.1979
BTW-Revue, nr. 41, blz. 538
Kampeerterreinen.
Wanneer de houder van een kampeervergunning binnen de grenzen van een kampeerterrein, chalets, bungalows, huisjes, paviljoenen of andere soortgelijke verblijven die niet ontworpen zijn om als vaste woning te dienen, optrekt, blijft dit een kampeerterrein als bedoeld in artikel 1, § 2, tweede lid, van de wet op het kamperen van 30 april 1970.
Voor de toepassing van artikel 18, § 1, 10° van het BTW-Wetboek, geldt dezelfde regeling, ongeacht overigens of de exploitant al dan niet houder is van de bij de bovengenoemde wet voorgeschreven kampeervergunning (z. BTW-Commentaar, Com. 122, nr. 194).
Als een kampeerterrein wordt daarentegen niet aangemerkt, het terrein binnen de grenzen waarvan uitsluitend standplaatsen worden verhuurd waarop chalets, zomerhuisjes, paviljoenen of andere soortgelijke verblijven worden opgericht. De verhuurder van dergelijke standplaatsen heeft bijgevolg niet de hoedanigheid van exploitant van een kampeerterrein als bedoeld in artikel 18, § 1, 10° van het Wetboek.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.