Beslissing Btw nr. E.T.22.020 dd. 10.03.1977
BTW-Revue, nr. 31, blz. 429
Goederen - Terugneming van goederen door grossier.
Wanneer een grossier aan detaillisten verkochte goederen terugneemt om reden dat deze laatsten die goederen niet hebben kunnen doorverkopen binnen een bepaalde termijn, afhankelijk van de aard van de goederen of de conditionering ervan, moet volgens de normale gang van zaken ervan worden uitgegaan dat deze terugneming haar oorzaak vindt in een minnelijke ontbinding van de verkoop.
Deze terugneming is dan ook een oorzaak van teruggave van BTW, ongeacht overigens of die terugneming zich al dan niet binnen zes maanden na de levering heeft voorgedaan (z. art. 77, § 1, 5° en 6° van het Wetboek). Maar de door de grossier aan de detaillist, wegens de terugneming van goederen, terug te geven prijs mag voor de heffing van de BTW uiteraard niet worden afgetrokken van de prijs van nieuwe goederen die de grossier aan de detaillist levert.
Vaak gebeurt het dat de leverancier van levensmiddelen sommige goederen die bedorven of niet vers meer zijn terugneemt zonder terugbetaling van de prijs, maar ze kosteloos vervangt door gelijksoortige goederen. De administratie aanvaardt dat de levering van deze laatste goederen zonder betaling van de BTW plaatsheeft, mits de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1° de in vervanging geleverde goederen hebben dezelfde waarde en zijn van dezelfde soort als die welke werden teruggenomen. Onder een zelfde soort goederen moet worden verstaan, de goederen die aan hetzelfde BTW-tarief zijn onderworpen en die voor de toepassing van de forfaitaire regeling inzake BTW behoren tot dezelfde koopwarengroep als die welke werden teruggenomen;
2° de vervanging gebeurt zonder bijbetaling;
3° de verrichting geeft geen aanleiding tot annulering van de oorspronkelijke factuur noch tot uitreiking van een nieuwe factuur, maar de levering van de nieuwe goederen wordt vastgesteld door een leveringsnota die de volgende vermelding draagt: "Goederen geleverd ter vervanging van gelijkaardige teruggenomen goederen", en die in twee exemplaren moet worden opgemaakt, waarvan het ene door de leverancier en het andere door de klant moet worden bewaard.
Tenslotte wordt erop gewezen dat de leverancier steeds in staat moet zijn op basis van voldoende elementen het tegenbewijs te leveren van het vermoeden ingesteld bij artikel 64, § 1 van het Wetboek.
Wat de afnemer betreft die voor de toepassing van de BTW aan de forfaitaire regeling is onderworpen, mag deze in het gestelde geval de oorspronkelijk forfaitair berekende belasting niet herzien.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.