Beslissing Btw nr. E.T.21.877 dd. 30.04.1976
BTW-Revue, nr. 27, blz. 332
Maatstaf van heffing - Gezamenlijk aanbod.
Wanneer goederen of diensten die het voorwerp zijn van een gezamenlijk aanbod tegen een enige prijs, aan verschillende regelingen onderworpen zijn inzake tarief, vrijstellingen, enz., moet, in principe, die enige prijs voor de heffing van de BTW worden uitgesplitst.
Uitsplitsing is echter niet vereist wanneer de leverancier of dienstverrichter, zonder prijsverhoging, kleine diensten en onbeduidende voorwerpen aanbiedt die door het handelsgebruik zijn aanvaard.
Zo wordt ervan uitgegaan dat, wanneer de organisator van een reis aan een deelnemer, zonder prijsverhoging, een reistas van geringe handelswaarde overhandigt, deze overhandiging een bijhorigheid vormt van het vervoer (verg. BTW-Commentaar, Com. 32, nr. 56). Dezelfde zienswijze wordt gevolgd ten aanzien van internationaal luchtvervoer voor het vervoer te land van de reizigers vanuit het ontvangstcentrum naar de luchthaven of omgekeerd, indien dit vervoer wordt verricht door de luchtvaartmaatschappij zelf of door iemand die handelt in last en voor rekening van die maatschappij. Deze laatste regel vindt overigens steun in het koninklijk besluit nr. 6, van 6 februari 1970 (BTW-Commentaar, Com. 42, nrs. 41 tot 44).
De prijs van het internationale luchtvervoer eventueel met inbegrip van een reistas of van het hiervoor bedoelde binnenlands vervoer, is bijgevolg, ingevolge artikel 41, § 1, 1° , en § 2, 6° van het BTW-Wetboek, volledig van deze belasting vrijgesteld.
Het vervoer hier te lande vanuit of naar een andere plaats dan het ontvangstcentrum, kan daarentegen niet als een bijhorigheid van het internationale luchtvervoer worden aangemerkt, zodat dit vervoer over de normale waarde ervan aan de BTW is onderworpen tegen het tarief van 6 pct.