Beslissing Btw nr. E.T.20.584 dd. 23.03.1979
BTW-Revue, nr. 41, blz. 554
Inschrijvingstaks.
Wanneer een autovoertuig dat door een invalide werd aangekocht met toepassing van de gunstregeling die inzake BTW werd ingesteld ten voordele van bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten voor de aankoop van een autovoertuig, na het overlijden van de invalide wordt gebruikt door degene die dat voertuig heeft geërfd, is er geen reden om de gunstregeling te herzien, tenzij uit de omstandigheden van de zaak blijkt dat het voordeel van deze gunstregeling ten onrechte werd ingeroepen; dit is inzonderheid het geval wanneer het voertuig werd aangekocht op het ogenblik dat de levenskansen van de invalide uiterst miniem waren.
Bij de inschrijving van het voertuig op naam van de persoon die het voertuig of een gedeelte ervan bij erfenis van de invalide heeft verkregen, kan de vrijstelling waarin artikel 7, 1° , b van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, voorziet, worden ingeroepen.
De aankoop van onderdelen en toebehoren, evenals de onderhouds- en herstellingswerken aan het voertuig, verricht na het overlijden van de invalide, zijn aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen tegen het tarief van 16 pct.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.