Beslissing Btw nr. E.T.18.955 dd. 29.10.1974
BTW-Revue, nr. 19, blz. 87
Vrijstellingen - Leveringen aan ambassades en consulaten.
Geen enkele wettelijke bepaling bevat enige vrijstelling van de BTW voor leveringen van minerale olie (gasolie voor verwarming) aan de eigenaar van een gebouw waarvan een gedeelte verhuurd is aan een lid van een diplomatieke zending.
De verplichting die door de eigenaar aan de huurder wordt opgelegd om boven de maandelijkse huurprijs nog een provisionele som te betalen die de aankopen van gasolie voor verwarming moet dekken bestemd voor de behoeften van het gedeelte van het gebouw dat de huurder betrekt, vertegenwoordigt in hoofde van deze laatste, in feite en in rechte, een last van het huurcontract. Welnu, het is vanzelfsprekend dat een dergelijke last, die tussen de eigenaar en de huurder van zuiver contractuele aard is, volledig vreemd is aan de last die als belasting aan een lid van een diplomatieke zending zou worden opgelegd en waarvoor artikel 42, § 2, 1° van het Wetboek vrijstelling verleent (z. aanschr. 66/1970; vgl. ook Verdrag van Wenen van 18 april 1961, artikel 23, § 2). De verhuring van een onroerend goed is normaal onderworpen aan een registratierecht van 0,20 pct. berekend over het voor de duur van het contract samengevoegd bedrag van huursommen en aan de huurder opgelegde lasten, indien de huur werd gesloten voor een bepaalde duur (z. artikelen 83 en 84 van het Wetboek der registratierechten). De verhuring van onroerende goederen is in de regel niet bedoeld in het Wetboek van de BTW, terwijl een lid van een diplomatieke zending geen enkele vrijstelling dienaangaande kan inroepen inzake registratierechten.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.